Gezondheidsproblemen
Coronaire aandoening
Waarover gaat het? De kransslagaders zijn de slagaders die het hart van bloed voorzien en het de nodige zuurstof voor zijn werking aanbrengen. Ze lopen aan de oppervlakte van het hart. Twee kransslagaders brengen zuurstofrijk bloed naar het hart: de linker- en rechterkransslagader. Deze slagaders vertakken zich in arteriolen die uitmonden in haarvaten in de hartspier. Het bloed uit de haarvaten wordt verzameld in venulen die het bloed naar de rechterhelft van het hart terugvoeren. Een volledige of gedeeltelijke verstopping van een kransslagader ontneemt het hart de zuurstof die het absoluut nodig heeft. Dit uit zich in een hevige pijn in de borstkas (een drukkende pijn) die uitstraalt naar de linkerarm of de kaak. Een hartinfarct is het gevolg van een plotse verstopping van een kransslagader. Het spierweefsel dat geen bloed meer krijgt, sterft binnen enkele uren af. Angina pectoris is een pijnlijke aanval die het gevolg is van een tekort aan zuurstoftoevoer naar de hartspier (myocardischemie). Dit zuurstoftekort wordt op zijn beurt veroorzaakt door een vernauwing van een kransslagader. Een aanval van angina pectoris treedt op bij inspanning: op dat moment krijgt het hart immers niet langer voldoende zuurstof. Het is belangrijk te benadrukken dat niet elke pijn in de borstkas door angina pectoris wordt veroorzaakt. Een angioplastie (verwijding van de kransslagaders) of een heelkundige ingreep kan noodzakelijk zijn. Hoe kan een kransslagader verstopt raken? Door twee verschillende mechanismen: Atheromatose, die het gevolg is van de vorming van cholesterolafzettingen op de slagaderwand. Spasmen of samentrekking van de spieren van de kransslagaders. Atheromatose heeft verschillende oorzaken: Een teveel aan cholesterol in het bloed. Arteriële hypertensie. Roken zijn de belangrijkste risicofactoren. Ook andere factoren spelen een rol: Stress. Diabetes. Glucose-intolerantie. Obesitas. Een zittende levensstijl. Factoren die buiten onze wil om bepalend zijn: leeftijd, geslacht en erfelijkheid. Behandeling De bestrijding van de risicofactoren is van primordiaal belang. Een medische behandeling maakt het mogelijk de letsels van atheromatose af te remmen of te doen terugkeren. In veel gevallen zijn angioplastiek (verwijding van de kransslagaders) of een heelkundige ingreep echter noodzakelijk.
Coronaire aandoening
Gezondheidsproblemen
Tricuspidaliskleplijden
Waarover gaat het? Tricuspidalinsufficiëntie wordt gekenmerkt door terugstroming van het bloed van de rechterkamer naar de rechterboezem. Dit kan leiden tot een verwijding en vervolgens tot falen van de rechterharthelft (rechterboezem en rechterkamer). De oorzaken kunnen functioneel (vaak) of organisch (zeldzaam) zijn. In het eerste geval is de regurgitatie het gevolg van een onvoldoende coaptatie van de klepbladen, omdat de tricuspidalisklepring verwijd is door een verhoogde druk ten gevolge van een obstructie stroomafwaarts (in de longcirculatie, ter hoogte van de mitralisklep enzovoort). Dit kan voorkomen bij pulmonale hypertensie, mitro-aortale kleplijden, ischemische hartziekte, cor pulmonale (chronische aandoeningen van de luchtwegen die de weerstand tegen de uitstroom van het rechterhart naar de longvaten verhogen) en acute of chronische longembolie. Organische oorzaken van aantasting van de tricuspidalisklep zijn zeldzamer. We vermelden bepaalde aangeboren afwijkingen, bacteriële endocarditis, acuut reuma, een borsttrauma, een infarct van de rechterkamer, het carcinoïdsyndroom enzovoort. Symptomen De patiënt vertoont doorgaans tekenen van rechterhartdecompensatie: oedeem van de onderste ledematen, hepatomegalie, gestuwde halsvenen of, bij globale hartdecompensatie, dyspneu of vermoeidheid. Behandeling De behandeling is aanvankelijk medicamenteus. Chirurgie wordt toegepast bij functionele tricuspidalinsufficiëntie in combinatie met een aandoening van de mitralisklep, bij een infectie van de tricuspidalisklep die niet reageert op antibiotica en bij symptomatische ernstige tricuspidalinsufficiëntie. Gewoonlijk wordt een tricuspidalisklepreconstructie met annuloplastiek uitgevoerd; zeldzamer is het nodig om de klep te vervangen.
Tricuspidaliskleplijden
Gezondheidsproblemen
Aortapathologie
Waarover gaat het? Opstijgende aorta De eerste beschrijving dateert van 1960 door Ellis et al., die de aandoening van de aortaklep en de opstijgende aorta (annulo-ectatische aandoening) met elkaar in verband bracht. Het natuurlijke verloop van deze aandoening evolueert meestal naar aortaklepinsufficiëntie, maar ook naar een aneurysma van de opstijgende thoracale aorta, waarvan dissectie de belangrijkste complicatie is. Het syndroom van Marfan is een van de belangrijkste oorzaken van annulo-ectatische aandoeningen. Een ingreep is aangewezen wanneer de aortaklepinsufficiëntie matig tot ernstig is, met aantasting van de linkerhartkamer, en/of wanneer de opstijgende aorta minstens 45 mm in diameter is gedilateerd. De behandeling is heelkundig, aangezien het natuurlijke verloop bestaat uit een ruptuur, met 100% mortaliteit. De heelkundige behandeling gebeurt met extracorporale circulatie en bestaat uit het vervangen van de aortaklep en de opstijgende aorta door een mechanische klep die verbonden is met een rechte buisprothese, waarop de ostia van de linker- en rechtercoronairen worden heringeplant (techniek van Bentall en Bono, beschreven in 1968). Er bestaan nog andere heelkundige technieken die varianten zijn op die van Bentall en Bono, zoals de techniek van Cabrol, die tegenwoordig vrijwel niet meer wordt toegepast. Daarnaast zijn er de techniek van David en de techniek van Yacoub, die als voordeel hebben dat de oorspronkelijke aortaklep behouden blijft indien deze intact is. De mortaliteit van deze ingreep ligt dicht bij die van een aortaklepvervangende ingreep, namelijk minder dan 2%. In een dringende situatie zonder comorbiditeit bedraagt deze minder dan 10%. Dalende aorta De aneurysma’s De dissectie
Aortapathologie
Gezondheidsproblemen
Mitrale klepaandoeningen
Waarover gaat het? Mitralisklepstenose De belangrijkste oorzaak van een vernauwing (minder dan 2 cm²) van de mitralisklep is reumatische hartziekte, die voorkomt bij patiënten die acuut gewrichtsreuma hebben doorgemaakt. Momenteel is deze aandoening in Noord-Europa zeldzaam geworden. Andere uitzonderlijke oorzaken zijn lupus erythematodes, reumatoïde polyartritis, radiotherapie enz. De klinische manifestaties Boezemfibrillatie. Dyspneu bij inspanning of in liggende houding is het gevolg van een verhoogde druk in de linkerboezem tijdens inspanning of bij het aannemen van een liggende houding. Longoedeem. Het cerebrovasculaire trombo-embolische accident (CVA), veroorzaakt door het loskomen van een stolsel dat in de linkerboezem is ontstaan, meestal in combinatie met boezemfibrillatie. Behandeling Als de patiënt in eerste instantie met geneesmiddelen moet worden behandeld, is doorgaans een hersteloperatie (minder vaak mogelijk dan bij mitralisinsufficiëntie, zie hieronder) of een vervanging van de klep door een biologische of mechanische klep aangewezen zodra er symptomen optreden.
Mitrale klepaandoeningen
Gezondheidsproblemen
Persisterende ductus arteriosus
Waarover gaat het? Een persisterende ductus arteriosus is een aangeboren aandoening die bij de geboorte aanwezig is. Deze aandoening wordt gekenmerkt door het bestaan en blijven bestaan van een verbinding tussen de longslagader en de aorta. Ze komt zeer vaak voor bij prematuren (80% van de kinderen die vóór de 28e zwangerschapsweek geboren worden). Symptomen Voornamelijk kortademigheid, ademhalingsproblemen en mogelijke apneus, evenals een daling van de hartfrequentie. De diagnose Het elektrocardiogram toont tekenen van overbelasting van de linkerhartkamer. De longfoto toont tekenen van linkerventrikelhypertrofie, het belangrijkste teken, en cardiomegalie. Met een echocardiografie kan de ductus arteriosus gemakkelijk in beeld worden gebracht, kunnen de pulmonale en aortale debieten worden gemeten en kan de graad van arteriële hypertensie worden bepaald. Behandeling Een chirurgische ingreep is absoluut noodzakelijk omdat het risico op infectieuze endocarditis en hartfalen groot is. Deze verbinding moet worden gesloten.
Persisterende ductus arteriosus
Gezondheidsproblemen
Tetralogie van Fallot
Waarover gaat het? De tetralogie van Fallot is een complexe hartafwijking die de bijzonderheid heeft dat patiënten cyanotisch worden, d.w.z. dat ze een blauwachtige huidskleur krijgen door de slechte zuurstofvoorziening van het bloed. Bij de tetralogie van Fallot is het hart “niet af”. De longslagader is onvoldoende ontwikkeld en vernauwd, en het interventriculaire septum is onvolledig en ontbreekt onder de oorsprong van de aorta en de longslagader. In de praktijk komt het bloed in de rechterhartkamer terecht. De rechterhartkamer pompt bij het samentrekken zowel veneus bloed naar de longslagader (maar slechts in beperkte mate door de weerstand die door de vernauwing wordt veroorzaakt) als naar de aorta. Het arteriële bloed is dus een mengsel van niet-geoxygeneerd veneus bloed en rood arterieel bloed, vandaar de “blauwachtige” kleur van de patiënt. Behandeling De behandeling is chirurgisch. Zo vroeg mogelijk wordt een volledig corrigerende operatie uitgevoerd. Deze operatie bestaat erin de ventrikelseptumdefecten te sluiten en het pulmonale infundibulum en de longslagaders te verwijden.
Tetralogie van Fallot
Gezondheidsproblemen
Neuromusculair Referentiecentrum (CRNM)
Voorstelling Het Neuromusculaire Referentiecentrum Erasme-HUDERF biedt de diensten van een deskundig multidisciplinair team aan om iedereen met een neuromusculaire aandoening geïntegreerd te begeleiden. Neuromusculaire aandoeningen zijn ziekten die het gevolg zijn van een disfunctie van de motorische eenheid (bestaande uit de spier, de zenuw-spierverbinding en de zenuw), waardoor de spier zich niet normaal kan samentrekken. Deze aandoeningen treffen zowel kinderen als volwassenen. De leeftijd waarop de aandoening zich manifesteert, de eerste symptomen en de ernst van de aantasting variëren naargelang de aandoening. De motorische, respiratoire, cardiale en digestieve functies kunnen in verschillende mate aangetast zijn en een multidisciplinaire begeleiding en opvolging vereisen.Vraag een afspraak aan: %20Cons [dot] Neuromusculaire [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be (Cons[dot]Neuromusculaire[dot]erasme[at]hubruxelles[dot]be) of telefonisch op +32 2 555 33 60. Image Image Er bestaan zes groepen neuromusculaire aandoeningen:Myopathieën (ziekte van Steinert, dystrofieën, myositis, myotonieën, periodieke verlammingen, glycogenosen, mitochondriale aandoeningen, …).Aandoeningen van de neuromusculaire junctie (myasthenieën en het Lambert-Eatonsyndroom).Aandoeningen van het motorische neuron (amyotrofe laterale sclerose of de “ziekte van Charcot”, postpoliosyndroom, spinale spieratrofieën, …)Neuropathieën = polyneuritis = polyneuropathieën (inflammatoire, Guillain-Barrésyndroom, CIDP/PIDC, Charcot-Marie-Tooth, diabetes, …)Degeneratieve syndromale entiteiten (vaak erfelijk) (erfelijke spastische paraplegieën/Struëmpell-Lorrain, ataxie van Friedreich en spinocerebellaire ataxieën/SCA, …)Aandoeningen van de plexussen (cervicobrachiaal, lumbosacraal).Het zorgaanbod omvat alle fasen van de aandoening, van de meest nauwkeurige diagnose tot de behandeling. Het team richt zijn werkzaamheden in de eerste plaats op het optimaliseren van de zorg, het adviseren en begeleiden van de patiënt, zijn naasten en zijn zorgteam, in nauw overleg en wisselwerking met de zorgverleners uit de eerste lijn die de patiënt daarnaast opvolgen. De belangrijkste doelstelling van het team is de levenskwaliteit te verbeteren, de progressie van de aandoening te vertragen, complicaties te voorkomen en te beperken en uiteindelijk de prognose op lange termijn te verbeteren. Structuur en werking Het Neuromusculaire Referentiecentrum (CRNM) Erasme-HUDERF brengt een multidisciplinair medisch en paramedisch team samen dat gespecialiseerd is in neuromusculaire aandoeningen. De activiteiten worden gecoördineerd door de coördinerende artsen, met de hulp van coördinerende verpleegkundigen en het secretariaat. De kern van het medische team bestaat uit specialisten in neurologie, neuropediatrie, fysische geneeskunde en genetica. Zij werken samen met benoemde referentieartsen (voor kinderen en volwassenen) uit verschillende specialismen (anesthesiologie, cardiologie, dermatologie, endocrinologie, gastro-enterologie, gynaecologie, interne geneeskunde, spoedeisende geneeskunde, verloskunde, oogheelkunde, orthopedie, pediatrie, pneumologie, psychiatrie, stomatologie en urologie). Dankzij de expertise van dit medische team kunnen de diagnose worden gesteld en de medische opvolging en behandeling worden verzekerd tijdens de multidisciplinaire, meermaals per maand georganiseerde neuromusculaire raadplegingen.Alle medisch-technische onderzoeken (bijvoorbeeld: elektromyografie, neuromusculaire biopsie, DNA-analyse en cardio-pulmonaal bilan) worden uitgevoerd binnen het Neuromusculaire Referentiecentrum Erasme-HUDERF. Sommige zeer gespecialiseerde laboratoriumanalyses gebeuren voornamelijk in samenwerking met gespecialiseerde laboratoria in België en Europa. De neuromusculaire biopsieën worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met het neuropathologisch laboratorium van het CHU Brugmann. Het revalidatieteam (aanwezig op zowel de site Erasme als de site HUDERF) bestaat uit paramedische specialisten, waaronder een coördinerende verpleegkundige, ergotherapeut, kinesitherapeut, psycholoog, maatschappelijk assistent, logopedist en diëtist.De patiëntendossiers worden systematisch besproken tijdens vergaderingen van het multidisciplinaire team. Hierdoor kan de diagnostische procedure worden verkort en verfijnd en kan de zorg sneller worden opgestart. Aan de patiënt, zijn naasten en zijn zorgteam aan huis wordt systematisch een gepersonaliseerd en gezamenlijk opgesteld programma voor medische zorg en revalidatiezorg voorgesteld. Er is een nauwe samenwerking tussen het CRNM (site Erasme) en het revalidatiecentrum op dezelfde site. Dit centrum beschikt over een ziekenhuisafdeling en een ambulante structuur, waar neuromusculaire patiënten zeer regelmatig worden behandeld tijdens de acute fase en/of op lange termijn. Behandeling OnderzoekenCardiologisch onderzoekHet cardiologisch onderzoek in het kader van het Neuromusculair Referentiecentrum (CRNM) omvat vijf onderzoeken: elektrocardiogram, echocardiografie, Holter-ECG, botdensitometrie, spier- en/of zenuwbiopsie.Elektromyografie (EMG)Bij dit onderzoek wordt een fijne naald ingebracht in de onderzochte spier om de elektrische activiteit te registreren die door de spiervezels wordt voortgebracht wanneer de spieren geactiveerd zijn of in rust zijn en volledig ontspannen.ErgospirometrieMet ergospirometrie kan uw inspanningsvermogen (op de fiets) worden geëvalueerd. Het onderzoek wordt uitgevoerd op een hometrainer. Tijdens de volledige inspanning worden metingen verricht om uw ademhalingsstelsel en uw hart te evalueren.Onderzoek van de geleidingssnelheidHet onderzoek van de zenuwgeleidingssnelheid bepaalt de snelheid waarmee elektrische signalen zich langs een bepaalde perifere zenuw verplaatsen. Het wordt gebruikt om een letsel of een verstoorde werking van een zenuw vast te stellen.Uitgelokte potentialenBij deze techniek worden de zintuigen geprikkeld om de werking te evalueren van de gespecialiseerde zenuwstructuren die instaan voor de overdracht van informatie over tastzin, gehoor en zicht. Hiervoor worden respectievelijk elektrische prikkels, een koptelefoon en een scherm gebruikt.Herhaalde stimulatieHerhaalde zenuwstimulatie (HZS) is een neurofysiologisch hulpmiddel waarmee bepaalde stoornissen in de neuromusculaire transmissie en de spiergeleiding kunnen worden opgespoord.Ischemische inspanningstest van de onderarmDeze test heeft als doel stoornissen in de spierstofwisseling op te sporen, en meer bepaald het vermogen van de spier om energiebronnen te gebruiken. Nadat een bloeddrukmanchet rond de bovenarm is opgeblazen en een katheter (een dun plastic buisje) in een ader van de onderarm is geplaatst, wordt de patiënt gevraagd om gedurende enkele minuten de vuist krachtig tegen weerstand samen te knijpen.BehandelingenGeneesmiddelenIn het kader van neuromusculaire aandoeningen bestaan er zeer veel en sterk uiteenlopende medicamenteuze behandelingen, afhankelijk van de diagnose. Het is daarom onmogelijk om hier alle mogelijke opties te beschrijven voor de talrijke aandoeningen die onder de noemer «neuromusculaire aandoeningen» vallen. Elke behandeling wordt samen met uw arts afgestemd op uw aandoening en op uw persoonlijke situatie (medische voorgeschiedenis, leeftijd enz.).Niet-medicamenteuze behandelingenEen aanzienlijk deel van de patiënten met een neuromusculaire aandoening ondervindt beperkingen bij dagelijkse activiteiten. De aandoening heeft vaak gevolgen voor verschillende levensdomeinen: werk, gezin, sociale contacten, psychologisch en economisch welzijn enz. In deze context biedt het team van het centrum u een geïntegreerde, multidisciplinaire en doorlopende opvolging aan om de moeilijkheden die met de aandoening verband houden zo goed mogelijk in kaart te brengen en hiervoor, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke patiënt, de meest geschikte oplossingen te zoeken. Regelmatige kinesitherapie is in de meeste situaties een essentiële behandeling om op middellange en lange termijn een zo goed mogelijke motorische functie en functionele zelfstandigheid te herstellen en/of te behouden. Indien nodig kunnen verschillende maatregelen worden getroffen om het dagelijkse functioneren te vergemakkelijken: aanpassingen aan de woning, verschillende vormen van thuishulp, diverse tegemoetkomingen, een parkeerkaart voor personen met beperkte mobiliteit enz. Nuttige documenten en brochures Brochure van het neuromusculaire referentiecentrum Externe aanvraag - zenuwbiopsie Externe aanvraag - spierbiopsie Onze specialisten Onze verbonden diensten In 2024 viert het CRNM van het U.B.S. zijn 10-jarig bestaan. Ter gelegenheid hiervan organiseert het CRNM op 23 november 2024 een symposium in het Museum voor de Geneeskunde. Ontdek het programma
Neuromusculair Referentiecentrum (CRNM)
Gezondheidsproblemen
Tuberculose
In België worden jaarlijks minder dan 1.000 gevallen van de actieve vorm gediagnosticeerd en opgevolgd. Deze vorm is besmettelijk, aangezien de aandoening in 75% van de gevallen de longen aantast. Deze vormen worden meestal bacteriologisch bevestigd na een adequate klinische oppuntstelling in nauwe samenwerking met het laboratorium. Dankzij de isolatie van de bacterie kan de gevoeligheid van de bacil van Koch voor de verschillende antituberculosemiddelen worden nagegaan. De patiënt kan snel naar huis terugkeren, waardoor moeilijke ziekenhuisisolaties vermeden worden. Die zijn momenteel immers moeilijk te organiseren door het tekort aan bedden als gevolg van Covid. De behandeling duurt echter lang en moet worden aangepast aan eventuele resistentie (die gelukkig zeldzaam is in België). Vaak is toezicht nodig, want een perfecte therapietrouw is verplicht om de doeltreffendheid van de behandeling en dus de genezing van de patiënt(e) te garanderen. Ook mogelijke toxiciteit moet worden opgevolgd. Fares (Franstalig) en VRGT (Nederlandstalig) staan hiervoor in via het BeltaTBnet-programma en houden tegelijk het Belgische register bij. Het Erasmusziekenhuis is sterk betrokken bij de werking van deze vzw’s. Werken aan de uitroeiing In ons land, waar de uitroeiing van de ziekte volgens de WHO op middellange termijn wordt nagestreefd, is het ook de bedoeling latente vormen op te sporen en te behandelen, zodat ze niet opnieuw actief worden. Het doel is de cyclus van de ziekte te doorbreken. De interpretatie van de in-vivotests (intradermale tuberculinereactie) is complex door de gebrekkige specificiteit ervan en de gevoeligheid van de in-vitrobepalingen na stimulatie (quantiferontest), die tegenwoordig door velen wordt aanbevolen, is onvoldoende.De personen die het grootste risico lopen om vanuit een ‘slapende’ vorm actieve tuberculose te ontwikkelen, zijn immuungecompromitteerde personen en personen die recent werden blootgesteld (omslag van de screeningstests).De dienst Pneumologie staat in voor de begeleiding van deze personen, met name met het oog op immunotherapie (in het bijzonder een biotherapie; in dat geval is screening op een latente vorm verplicht), bij aanwezigheid van een aandoening die de afweer van het lichaam aantast of na contact op de werkvloer (medewerkers die door de arbeidsgeneeskunde worden doorverwezen).Er zijn frequent uitstekende klinische contacten met de dienst Interne geneeskunde (referentiecentrum voor aids en kliniek voor infectieziekten). Andere infectieuze longaandoeningen Longinfecties door atypische mycobacteriën (veroorzaakt door deze minder virulente en omgevingsgebonden kiemen) behoren eveneens tot de expertiseactiviteiten van de dienst Pneumologie.Ze zijn zeldzamer, maar treden zeer vaak op in de context van bestaande en predisponerende longziekten (COPD, mucoviscidose …)De aanwezigheid van de kiem maakt deze nog niet tot een ziekteverwekker. Het is de evolutie van de letsels die aan de kiem wordt toegeschreven, die al dan niet aanleiding geeft tot het opstarten van een langdurige en belastende behandeling. Elk geval moet dan ook multidisciplinair en gericht worden besproken.Het verdwijnen van de mycobacterie laat niet toe om genezing te bevestigen; veeleer is er sprake van stabilisatie. De opvolging is bijgevolg continu.
Tuberculose
Gezondheidsproblemen
Hartfalen
Waarover gaat het? Hartfalen treedt op wanneer de pompfunctie van het hart verminderd is tot onder het normale niveau. Hierdoor krijgen andere organen, zoals de lever en de nieren, onvoldoende bloedtoevoer.Het hartfalen waaraan u lijdt, heeft soms een onbekende oorzaak. Meestal is het een gevolg van een aandoening van de kransslagaders; in dat geval hebt u in het verleden een of meerdere hartinfarcten gehad en mogelijk ook een coronaire bypassoperatie ondergaan.Het kan het gevolg zijn van een hartklepaandoening, waarbij u waarschijnlijk al een of meerdere hartkleppen hebt laten vervangen. Het kan ook veroorzaakt worden door een virale aandoening, geneesmiddelenvergiftiging (chemotherapie) of voedselvergiftiging (alcoholisme), of zelfs door een zwangerschap (uiterst zeldzaam!).Uw hartaandoening evolueert onvermijdelijk en onomkeerbaar naar een verwijding van het hart. Uw hart kan de organen niet langer correct van bloed voorzien, waardoor klachten en een verminderde werking van andere organen ontstaan, ondanks een aangepaste medicamenteuze behandeling. Wat zijn de oorzaken? Coronaire aandoeningen (= ischemische cardiomyopathieën, restletsels na een infarct, ...), Diabete, hartklepaandoeningen, Arteriële hypertensie, longembolie, myocarditis als gevolg van een virale infectie of toxines. Diagnose Een aantal symptomen houdt verband met hartfalen. Kortademigheid, die in rust of bij inspanning kan optreden, is ongetwijfeld een van de kenmerkende symptomen van hartfalen. Andere symptomen zijn snelle vermoeidheid en vochtretentie (oedeem). Ook andere symptomen, zoals tachycardie, gewichtstoename in enkele dagen tijd en een verminderde urineproductie, worden bij hartfalen vastgesteld.De diagnose kan gemakkelijk worden vermoed op basis van de symptomen en wordt bevestigd door een echocardiografie. Vervolgens moet de oorzaak van de decompensatie worden opgespoord bij de hierboven vermelde aandoeningen. Behandeling Verschillende soorten geneesmiddelen zijn nuttig bij de behandeling van hartfalen. Deze geneesmiddelen hebben tot doel de pompfunctie van het hart te verbeteren, de tekenen en symptomen van hartfalen te verminderen of de belasting van het hart te verlagen. Momenteel kunnen we stellen dat de geneesmiddelen die men “angiotensineconverterend-enzymremmers” noemt (bv.: Capoten, Zestril, Coversyl, Tritace...) de hoeksteen van de behandeling vormen. Op de tweede plaats komen de bètablokkers (bv.: Kredex, Isoten...), die door de energiebehoefte van het hart te verlagen en het zuurstofverbruik te verminderen, eveneens een basisbehandeling vormen bij hartdecompensatie.Men mag niet vergeten dat bepaalde eenvoudige voedingsmaatregelen (zoutarm dieet, vochtbeperking) gemakkelijk toe te passen behandelingen zijn om de tekenen van hartfalen te verminderen.
Hartfalen
Gezondheidsproblemen
Interatriaal defect
Waarover gaat het? Een interatriaal septumdefect is een "gaatje" in het interatriale septum, waardoor er een verbinding ontstaat tussen de linker- en de rechterboezem. Het is een vaak voorkomende aangeboren hartafwijking (6-10% van de aangeboren hartafwijkingen; 1 geboorte op 1500). Door deze verbinding kan zuurstofrijk bloed zich mengen met "zuurstofarm" bloed. Dit leidt tot een extra belasting van de rechterboezem, de rechterkamer en de longen. Symptomen Benauwdheid of vermoeidheid bij inspanning, hartkloppingen... Personen met een atriumseptumdefect hebben een verhoogd risico op een Cerebrovasculair Accident - CVA. Behandeling Dit hangt af van hun grootte en lokalisatie, en van de gevolgen voor het hart en de longen. Heel vaak wordt het atriumseptumdefect operatief gesloten. Het is mogelijk om ze percutaan te sluiten (d.w.z. zonder de borstkas operatief te openen, met behulp van hartkatheterisatietechnieken).
Interatriaal defect
Gezondheidsproblemen
Ventrikelseptumdefect
Waarover gaat het? Een ventrikelseptumdefect is een verbinding tussen de linker- en de rechterkamer. Het is een vaak voorkomende misvorming. Door deze verbinding tussen de kamers kan zuurstofrijk bloed zich mengen met «vervuild» bloed. Dit leidt tot een verhoogde belasting van de kamers en bijgevolg tot hartfalen. Symptomen Benauwdheid of snel vermoeid raken bij inspanning, hartkloppingen... (symptomen van hartfalen). Getroffen zuigelingen zijn vatbaarder voor luchtweginfecties. Behandelingen Het ventrikelseptumdefect zal chirurgisch worden gesloten. Diuretica, digitalispreparaten, zoutbeperking en behandeling van luchtweginfecties in afwachting, indien de toestand stabiel is.
Ventrikelseptumdefect
Rich page
Actualiteit
Blijf op de hoogte van onze actualiteiten! Image Image Image Image