Gezondheidsproblemen
Chronische pulmonale transplantatie-afstoting
Nos spécialistes Service associé
Chronische pulmonale transplantatie-afstoting
Gezondheidsproblemen
Primaire ciliaire dyskinesie
Nos spécialistes Service associé
Primaire ciliaire dyskinesie
Gezondheidsproblemen
Epilepsie - EEG
Epilepsie, of liever epilepsieën, aangezien deze term in werkelijkheid meerdere aandoeningen omvat, is na migraine de meest voorkomende chronische neurologische aandoening. Ze treft iets minder dan 1% van de bevolking. Epilepsie en de behandelingen ervan Epilepsie uit zich in aanvallen waarvan de frequentie en de aard sterk kunnen variëren. Ze treft patiënten van alle leeftijden en kan spontaan ontstaan of het gevolg zijn van een ziekte of een ongeval. Er bestaan doeltreffende geneesmiddelen tegen epilepsie, maar bij een aanzienlijke minderheid van de patiënten – ongeveer 35% – slagen deze behandelingen er, zelfs wanneer ze goed worden opgevolgd, niet in de aanvallen volledig te doen verdwijnen. In dat geval spreekt men van refractaire epilepsie.  De behandeling van epilepsie in het Erasmusziekenhuis De Dienst Neurologie biedt een volledige behandeling voor epilepsie.
Epilepsie - EEG
Gezondheidsproblemen
Laboratorium voor klinische neurofysiologie
De diensten waarmee we samenwerken Het laboratorium voor klinische neurofysiologie stelt zijn expertise tot uw dienst en werkt nauw samen met:Ons Referentiecentrum voor neuromusculaire aandoeningen (CRMN) om de diagnose en opvolging van zeldzame ziekten mogelijk te maken, zoals:Neuropathieën van immunitaire oorsprong (syndroom van Guillain-Barré, chronische inflammatoire demyeliniserende polyradiculoneuropathie (CIDP))AmyloïdosenMotorneuronziekten, zoals de ziekte van Charcot, ook amyotrofe laterale sclerose genoemdAandoeningen van de neuromusculaire junctie, zoals myasthenia gravis of het Lambert-Eaton-syndroomPeriodieke verlammingen en andere spierziekten (myopathieën zoals myositis, dermatomyositis, myotomieën, …),Verschillende diensten, zoals neurochirurgie, de dienst endocrinologie, interne geneeskunde, oncologie, reumatologie, orthopedie en gastro-enterologie, doen regelmatig een beroep op ons laboratorium voor courante aandoeningen waarvoor onderzoeken nodig zijn:Polyneuropathieën, polyneuritis of neuropathieën ten gevolge van diabetes, vitaminetekorten, toxiciteit van chemotherapie, …Ischias, radiculopathieën en plexopathieënHet carpaletunnelsyndroom of andere zenuwcompressies.Wij stellen onze expertise eveneens ter beschikking voor de opvolging van deze aandoeningen, in nauwe samenwerking met al deze diensten wanneer dit aangewezen is. De onderzoeken die worden uitgevoerd door het Laboratorium voor Neurofysiologie van het H.U.B. We voeren ook onderzoeken van uitgelokte potentialen uit, waarbij de functie wordt onderzocht van de zenuwstructuren die verband houden met onze zintuigen (somesthetische, visuele en auditieve structuren) of met de motorische banen. We gebruiken deze onderzoeken voor de diagnostiek van aandoeningen met een complexe diagnose, zoals:        Multiple Sclerose (MS)Cervicale myelopathie,Myelitis,Syringomyelie,Amyotrofische laterale sclerose… De meest frequent uitgevoerde onderzoeken binnen de dienst zijn de volgende:Onderzoek van de geleidingssnelhedenAandoeningen van de perifere zenuwen kunnen een vertraging van de geleidingssnelheid van de zenuwimpulsen veroorzaken, evenals een verlies van de amplitude van de reacties ter hoogte van de spieren die door deze zenuwen worden geactiveerd, of een afname van de amplitude van de elektrische reactie van de zenuwen die de gevoelsinformatie geleiden. Om deze reacties te registreren, plaatst de arts zelfklevende elektroden op een spier die door de onderzochte zenuwen wordt geactiveerd, of op het verloop van een gevoelszenuw. De onderzochte zenuwen worden meestal geactiveerd met behulp van een stimulator die een stroom toedient waarvan de stimulatie-intensiteit geleidelijk wordt verhoogd om een zo groot mogelijke respons te verkrijgen. Voor een correcte uitvoering van dit onderzoek vragen wij u erop toe te zien dat u uw handen en/of voeten zo warm mogelijk houdt (bijvoorbeeld door in de winter laarzen of handschoenen te dragen en tijdens de andere seizoenen gesloten schoenen te dragen, …). Vermijd ook het gebruik van vette of hydraterende zalven, omdat die het contact van de elektroden met uw huid verstoren.Elektromyografie (EMG) Bij dit onderzoek wordt een fijne naald in de onderzochte spier ingebracht. Deze fijne naald registreert de elektrische activiteit die door de spiervezels wordt geproduceerd wanneer de spieren worden geactiveerd of in rust zijn en goed ontspannen zijn. Deze analyse maakt het mogelijk afwijkingen op te sporen die verband houden met een slechte werking van de zenuwen (neurogene aantasting) of van de spier (myopathische aantasting). Vergeet niet te melden of u een antistollingsbehandeling gebruikt, aangezien dit onderzoek een prik inhoudt.Repetitieve stimulatieWanneer een motorische zenuw wordt geactiveerd, gaat de elektrische impuls door de zenuwuiteinden die in contact staan met de spier. Deze gespecialiseerde structuur wordt de neuromusculaire overgang genoemd. Er komt een neurotransmitter (acetylcholine) vrij, die de activatie van de spier mogelijk maakt. Bepaalde aandoeningen, zoals myasthenie en het Lambert-Eaton-syndroom, veroorzaken een slechte werking van deze neuromusculaire overgang, waardoor de normale activatie wordt verhinderd en abnormale spiervermoeidheid ontstaat.Uitgelokte potentialenBij deze technieken worden de zintuigen geactiveerd om de functie te evalueren van de gespecialiseerde zenuwstructuren die informatie over tastzin, gehoor en zicht overbrengen, respectievelijk met behulp van elektrische prikkels, een hoofdtelefoon of een scherm. Deze stimulaties activeren verschillende structuren van het zenuwstelsel. Door elektroden op precieze plaatsen ter hoogte van de schedel, de nek en de ledematen te plaatsen, kunnen elektrische activiteiten worden geregistreerd en kan worden geanalyseerd hoeveel tijd de zenuwimpulsen nodig hebben om door de geactiveerde structuren te reizen. Somesthetische uitgelokte potentialen evalueren de gevoeligheid met behulp van een stimulatie, meestal een elektrische prikkel, die de gevoelszenuwen ter hoogte van de bovenste of onderste ledematen activeert. Auditieve uitgelokte potentialen worden geregistreerd met een hoofdtelefoon die geluiden voortbrengt die het binnenoor activeren en elektrische stromen in de gehoorbanen veroorzaken. Bij visuele uitgelokte potentialen toont een scherm damborden met afwisselend witte en zwarte vierkanten. Deze visuele stimulatie activeert de netvliescellen, de oogzenuw en de hersenstructuren die gespecialiseerd zijn in de verwerking van visuele informatie, wat leidt tot de activatie van neuronen ter hoogte van de occipitale cortex. Motorisch geëvoceerde potentialenMet dit onderzoek kunnen de motorische banen worden onderzocht door de motorische neuronen van de hersenschors te stimuleren met behulp van een magnetisch veld dat wordt opgewekt door stroom die door een elektrische spoel op het hoofd wordt gestuurd. Deze techniek maakt een niet-pijnlijke activatie mogelijk doorheen de schedel of ter hoogte van de cervicale of lumbale regio. De opgewekte respons wordt geregistreerd met elektroden die op de spieren van de hand of de benen worden geplaatst. Vergeet niet ons te melden als u aan epilepsie lijdt of als u metalen materiaal in uw lichaam draagt (pacemaker, cochleair implantaat, …) of restanten van metalen materiaal hebt (kogels, …).   Prof. Nicolas MAVROUDAKIS Directeur van het Laboratorium voor Neurofysiologie van het H.U.B.
Laboratorium voor klinische neurofysiologie
Gezondheidsproblemen
Slokdarmkanker
Wat is slokdarmkanker? De slokdarm is de spijsverteringsbuis die het voedsel van de mond naar de maag transporteert. Slokdarmkanker is een kwaadaardige tumor die zich ontwikkelt in het slijmvlies van de slokdarm (de meest binnenste laag van de wand) en vervolgens geleidelijk de verschillende lagen van de slokdarmwand binnendringt. Kankercellen kunnen zich ook losmaken van de oorspronkelijke tumor en zich verplaatsen naar de lymfeklieren of naar andere organen (lever, longen, botten), waar ze nieuwe tumoren vormen die metastasen worden genoemd. De belangrijkste risicofactoren voor Esophageal cancer zijn tabak, alcohol en de combinatie daarvan, evenals gastro-oesofageale reflux (Barrett’s esophagus). In België worden er jaarlijks 1400 nieuwe gevallen geregistreerd. De ziekte komt vier keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Een chirurgische behandeling van slokdarmkanker wordt voorgesteld afhankelijk van het stadium van de tumor.Om dat stadium te bepalen, wordt een reeks diagnostische onderzoeken uitgevoerd:Een endoscopie van de slokdarm en de maag, waarbij biopsieën van de tumor worden genomen en voor analyse worden opgestuurdEen CT-scan van hals, borst en buik om de uitbreiding van de ziekte te beoordelenEen PET-scan om de uitbreiding van de ziekte te beoordelenEen endo-echografie om de diepte van de tumor en de aanwezigheid van lymfeklieren te beoordelen (met eventueel een punctie/biopsie indien nodig)Een voedingsstatusonderzoekEen cardio-respiratoir onderzoekEen oncogeriatrisch onderzoek als je ouder bent dan 70 jaarAfhankelijk van de behoeften kunnen andere onderzoeken worden uitgevoerd (MRI, longfibroscopie, KNO-advies, enz.). De diagnose van kanker wordt bevestigd door de anatomopathologische uitslag van de analyse van de biopsieën. Er bestaan twee soorten kanker die ontstaan uit het slijmvlies van de slokdarm: het plaveiselcelcarcinoom of het adenocarcinoom. Behandeling Welke chirurgie?Deze verschillende onderzoeken maken het mogelijk om een behandeling voor te stellen die is aangepast aan uw situatie, afhankelijk van het type kanker, de uitbreiding van de ziekte en uw algemene toestand. De keuze van de behandeling wordt bepaald na analyse van de verschillende resultaten, die besproken worden tijdens een multidisciplinair overleg waaraan chirurgen, oncologen, radiologen, gastro-enterologen, radiotherapeuten, pathologen en andere betrokken specialisten deelnemen.Chirurgie is de voorgestelde behandeling bij gelokaliseerde kankers. Deze bestaat uit het verwijderen van de volledige slokdarm of een deel ervan. Een reconstructieve operatie waarbij de maag of de darm (dunne darm of dikke darm) wordt gebruikt, wordt in dezelfde ingreep uitgevoerd om de continuïteit van het spijsverteringskanaal te herstellen. De lymfeklieren in de buurt van de tumor, de slokdarm en de maag worden eveneens verwijderd en voor anatomopathologisch onderzoek opgestuurd. Soms wordt chirurgie voorafgegaan door chemotherapie, al dan niet in combinatie met radiotherapie, afhankelijk van de uitbreiding van de ziekte.Als de tumor niet opereerbaar is, kan chemotherapie worden voorgesteld, al dan niet in combinatie met radiotherapie. Deze behandeling heeft als doel de groei van de ziekte te vertragen, symptomen te verlichten en de levenskwaliteit te verbeteren.Afhankelijk van de locatie en het type tumor gebruikt de chirurg twee of drie toegangswegen:Abdominale toegang en rechter thoracale toegang (subtotale slokdarmresectie)Abdominale, rechter thoracale en linker cervicale toegang (totale slokdarmresectie) Voor uw operatieEen goede voorbereiding is essentieel. Daarom worden een aantal aanbevelingen gegeven:Stoppen met roken: vermindert het risico op longcomplicaties na de operatie.Het is aanbevolen om 4 tot 6 weken voor de ingreep te stoppen. Een tabacoloog kan hierbij helpen.Alcohol vermijden: alcohol kan interfereren met medicatie. Stop idealiter minstens 4 weken vooraf. Psychologische ondersteuning kan worden aangeboden.Wandelen: dagelijkse lichaamsbeweging (tot 30 minuten stevig wandelen, tweemaal per dag) verbetert uw conditie.Ademhalingsoefeningen: u krijgt een spirometer om uw longen voor te bereiden.Vezelarm dieet: te starten 5 dagen voor de operatie.Daarnaast worden afspraken gepland met een anesthesist, diëtist en kinesitherapeut. Bij gewichtsverlies kunnen voedingssupplementen worden voorgeschreven om ondervoeding te voorkomen en spiermassa te behouden.Soms is sondevoeding nodig (via neus-maagsonde, gastrostomie of jejunostomie).Opname gebeurt 24 tot 48 uur voor de operatie. De avond voordien drinkt u appelsap of niet-bruisende ijsthee. Vanaf middernacht geen vast voedsel meer, enkel heldere vloeistoffen tot 4 uur voor anesthesie. Na de operatieU blijft eerst onder observatie op de post-anesthesieafdeling en soms op intensieve zorgen. Pijnstilling gebeurt via een epidurale katheter en intraveneuze medicatie.Er kunnen drains, een blaaskatheter en een neus-maagsonde aanwezig zijn. Voeding gebeurt tijdelijk via infuus of sonde. Ademhalingskinesitherapie en mobilisatie starten snel.Een controleonderzoek (radiografie) gebeurt na 6–7 dagen. Als alles goed is, wordt de sonde verwijderd en mag u geleidelijk weer drinken en eten (lichte voeding gedurende 6–8 weken). Aanpassing van voeding na de operatieEerst zachte of gemalen voeding (puree, zachte vis, gehakt, gekookte groenten, rijpe vruchten, enz.). Daarna geleidelijke uitbreiding, maar met goede kauwgewoonten.6 kleine maaltijden per dagKleine slokjes water buiten de maaltijdenVermijden van bruisende dranken (eerste maand)Voeding verrijken (room, kaas, eieren, etc.) Risico’s en complicatiesTijdens de operatie:Bloeding (mogelijk bloedtransfusie)Ribfractuur (bij thoracotomie)Na de operatie:Long- en infectiecomplicatiesAnastomoselek (lek op de hechting)MaagledigingsstoornissenWondinfectiesVernauwing van de anastomose op lange termijnReflux op lange termijn Naar huisNa 9 tot 12 dagen kunt u naar huis. U krijgt wondzorg, antistollingsinjecties tot 30 dagen na de operatie, pijnstilling en begeleiding voor herstel.Controle gebeurt ongeveer één maand na de operatie bij chirurg, diëtist en kinesitherapeut Onze specialisten Ondersteunende dienst
Slokdarmkanker
Gezondheidsproblemen
Ziekte van Raynaud
De ziekte van Raynaud, wat is dat? De ziekte van Raynaud is een aandoening van de bloedsomloop die vooral de vingers en de tenen, en soms ook de oren, tepels, knieën of neus treft. Kenmerkend is het ‘vasospasme’, een plotse samentrekking van de bloedvaten waardoor de bloedtoevoer naar de lichaamsuiteinden aanzienlijk vermindert. Dit wordt meestal veroorzaakt door blootstelling aan koude, maar ook door emotionele stress. De ziekte kan voorkomen als geïsoleerde aandoening (primaire Raynaud) en wordt in dat geval frequenter vastgesteld bij vrouwen en bij mensen die in koudere klimaten leven. De exacte oorzaak van de primaire (ziekte van) Raynaud is nog niet gekend.  De ziekte van Raynaud komt eveneens voor bij mannen en vrouwen met een auto-immuunziekte of een bindweefselziekte, en ook in combinatie met andere aandoeningen zoals:  Systemische sclerodermie  Systemische lupus erytematosus Ziekte van Sjögren  Reumatoïde polyartritis  Polymyositis  Pulmonale hypertensie Ziekte van Buerger (tromboangiitis obliterans) In dat geval hebben we het over secundaire Raynaud. Wat zijn de risicofactoren?  Hoewel we nog niet weten waarom sommige mensen de ziekte van Raynaud ontwikkelen, kennen we wél enkele risicofactoren: Vooraf bestaande bindweefselziekte Auto-immuunziekte Roken Herhaaldelijke inwerking van krachten op de handen (bijv. hanteren van (elektrische) trillende machines) Blessures of traumata Blootstelling aan chemische producten Neveneffecten van bepaalde geneesmiddelen (bètablokkers) Enz. Symptomen en diagnostiek Er bestaan zeer frequente symptomen van de ziekte van Raynaud, maar elke patiënt kan verschillende symptomen ervaren. De vingers of tenen worden wit, daarna blauw, vooral na contact met koude lucht of koude voorwerpen, of na een stressbeleving, en worden in warmere omgeving vervolgens rood. In ernstige gevallen ontwikkelen zich wonden op de uiteinden van vingers of tenen. In zeldzame gevallen kunnen de vingers of tenen geïnfecteerd geraken of aangetast worden door koudvuur (gangreen). Zonder aangepaste behandeling kan dit leiden tot een amputatie. Hoe komen we tot de diagnose van ziekte van Raynaud? De patiënten in onze medische kliniek worden in eerste instantie onderzocht door een reumatoloog en, afhankelijk van de ernst van de aandoening, eventueel ook door een specialist in vaataandoeningen. Een groot gedeelte van de diagnose focust op de symptoombeoordeling. Naast een volledige anamnese (medische antecedenten) en een medisch onderzoek zal ons team meestal minstens één soort bloedonderzoek laten uitvoeren. Een patiënt kan ook een koudeconfrontatietest ondergaan om de wijzigingen van kleur in handen of voeten uit te lokken. Bij het fenomeen van secundaire Raynaud is het ook belangrijk de achterliggende auto-immuunziekte te identificeren en te behandelen. Deze kan aanleiding zijn voor het fenomeen van Raynaud (bijv. systemische sclerodermie: cf. referentiecentrum systemische sclerodermie van het Erasmeziekenhuis). Er wordt ook een capillaroscopisch video-onderzoek uitgevoerd. Met dit niet-invasieve, pijnloze onderzoek kunnen de haarvaatjes in het nagelbed gevisualiseerd worden. Bij het fenomeen van secundaire Raynaud wordt, net zoals bij systemische sclerodermie, een vermindering van het aantal haarvaten en de aanwezigheid van verwijde (‘gedilateerde’) haarvaten vastgesteld.  Behandeling Na een grondige evaluatie werkt het artsenteam een behandelingsplan uit op basis van de aard en omvang van de ziekte, de algemene gezondheidstoestand van de patiënt en diens voorkeuren. De ziekte van Raynaud kan niet genezen worden; ze is normaal wél goed onder controle te houden met een aangepaste behandeling, zoals: Wijzigingen aan de levensstijl Blootstelling aan koude vermijden door zich warm te kleden: handschoenen, sokken, sjaal, hoed en de laagjesmethode Stoppen met roken om de bloedsomloop en de algemene gezondheid te verbeteren Hantering van trillende machines vermijden Medische therapieën Alfablokkers onderdrukken de reactie van het sympathisch zenuwstelsel, wat leidt tot een samentrekking van de bloedvaten (‘vasoconstrictie’). Andere geneesmiddelen (zoals calciumantagonisten of fosfodiësteraseremmers) verbeteren de bloedtoevoer naar de vingers en tenen door de bloedvaten te verwijden. Vermijd het gebruik van bètablokkers (meestal ingezet ter behandeling van hoge bloeddruk) die de hartslag vertragen en de bloedstroom naar de lichaamsuiteinden verminderen. Voor patiënten die onvoldoende reageren op de hoger genoemde geneesmiddelen, zijn er eventueel opties met experimentele medicatie die in klinische onderzoeken kan worden gebruikt.
Ziekte van Raynaud
Gezondheidsproblemen
De ziekte van Sjögren
De ziekte van Sjögren, wat is dat? De ziekte van Sjögren (ook syndroom van Sjögren genoemd) is een chronische auto-immuunziekte waarbij de speeksel- en traanklieren worden geïnfiltreerd door cellen van het immuunsysteem (lymfocyten). Deze aantasting van exocriene klieren veroorzaakt het droogheidssyndroom, gekenmerkt door droge ogen en een droge mond. Kenmerkend voor de ziekte van Sjögren is de disfunctie van de exocriene klieren (de zogeheten ‘exocrinopathie’) wat leidt tot droogheid van ogen, mond maar ook neus, keel, bronchiën, huid en vaginale slijmvliezen. Deze algemene droogheid is zeer enerverend tot slopend, heeft een negatieve impact op de levenskwaliteit en kan een bron zijn van lokale complicaties: keratoconjunctivitis sicca, orale mycose, infectie van de speekselklieren enz. De ziekte van Sjögren is daarenboven een systemische auto-immuunziekte die virtueel elk orgaan kan aantasten. Drie verschillende mechanismen kunnen deze extraglandulaire (= ‘buiten de klieren’) aantasting veroorzaken: 1/ het optreden van een lymfocytaire infiltratie in andere weefsels dan de exocriene klieren (primaire biliaire cirrose, nierbuisaandoeningen, bronchiale aandoening); 2/ auto-immuunziekten, gekoppeld aan de aanwezigheid van immuuncomplexen of specifieke auto-antilichamen, en 3/ ongereguleerde proliferatie van chronisch gestimuleerde B-lymfocyten (lymfocytaire interstitiële longziekte, lymfoom). Epidemiologie De ziekte van Sjögren is de, op reumatoïde artritis na, meest voorkomende bindweefselziekte, met een prevalentie van 0,1 tot 0,6 % van de algemene bevolking. De ziekte treft vooral vrouwen (9 vrouwen tegen 1 man), meestal omstreeks de leeftijd van 40-50 jaar. De ziekte duikt bij vrouwen op omstreeks de menopauze, maar de diagnose wordt vaak pas laat gesteld, als gevolg van de weinig specifieke symptomen (droogheid, pijn, vermoeidheid). Klinische symptomen De triade droogheid - vermoeidheid - pijn (Sicca Asthenia Polyalgia) De triade droogheid - vermoeidheid - pijn, soms ook SAP-syndroom genoemd (Sicca-Asthenia-Polyalgia), vormt de essentie van de klachten die patiënten met de ziekte van Sjögren vernoemen. De ziekte verschijnt in de exocriene klieren. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat bijna 96% van de patiënten last heeft van (vaak zeer slopende) droge ogen en een droge mond. Deze droogheid kan algemener zijn en invloed hebben op de luchtwegen (hoest) en op het vaginaal slijmvlies (intieme droogheid bij de vrouw). Meer dan 50 % van de Sjögren-patiënten melden vermoeidheid als symptoom. Bijna de helft van de patiënten melden ook chronische gewrichts- en spierpijnen zonder duidelijke anatomische oorzaak, vergelijkbaar met het fibromyalgiesyndroom. Deze ‘SAP’-symptomen kunnen erg zwaar wegen. Ze kunnen de patiënt beletten te werken en hun levenskwaliteit aanzienlijk verminderen. Extra-glandulaire uitingen als gevolg van auto-immuniteit De ziekte van Sjögren wordt vaak afgebakend tot de hogergenoemde symptomatische triade, maar blijft evenzeer ook een systemische reumatologische aandoening die voortvloeit uit auto-immuniteit en die elk lichaamsorgaan kan aantasten, soms ernstig. In die zin is ze vergelijkbaar met het verwante SLE (systemische lupus erythematodes). De ziekte van Sjögren kan zich uiten met een Raynaud-fenomeen, constitutionele symptomen (onverklaarbare koorts, gewichtsverlies), kliersymptomen (belangrijke zwelling van de parotis en submaxillaire speekselklieren), symptomen van de lymfeklieren (zwelling van de klieren, bekend als adenopathieën), gewrichten (ontstekingspijn, met een ochtendpiek van ruim 30 minuten, polyartritis), spieren (inflammatoire myositis), neurologische schade (polyneuropathieën, cerebrale vasculitis, MS-achtige symptomen), bronchiale of longweefselschade, nierschade (proteïnurie, nierinsufficiëntie, glomerulaire laesies, tubulo-interstitiële laesies gecompliceerd met tubulaire acidose of osteomalacie), hematologische symptomen, hetzij door auto-immuniteit (anemie, trombocytopenie, leukopenie), hetzij biologisch (cryoglobulinemie, complementconsumptie, hypergammaglobulinemie). Het non-Hodgkinlymfoom De intense activering van het immuunsysteem kan leiden tot een belangrijke vermenigvuldiging van de B-lymfocyten. Als deze hun reguleringsmechanismen verliezen, zal een B-subpopulatie ongeremd beginnen te woekeren: dit is de kanker van het immuunsysteem, bekend als non-Hodgkinlymfoom. 5 à 10% van de ziekten van Sjögren worden hierdoor nog complexer. De symptomen nemen traag en vrij onopvallend toe, en manifesteren zich pas bij onder meer chronische eenzijdige zwelling van een speekselklier, adenopathie of onverklaarbare koorts. De reumatoloog kan mensen identificeren die risico lopen op het ontwikkelen van een secundair lymfoom naast de ziekte van Sjögren, door opsporing van klinische en biologische afwijkingen die wijzen op excessieve B-proliferatie, en die nadere opvolging vragen. Behandeling Diagnosticering Wegens haar frequente niet-specifieke symptomen (vermoeidheid, pijn, droogheid) en haar systemische symptomen die polymorf kunnen zijn (neurologisch, renaal, pulmonair, dermatologisch, ...), kan de diagnose van de ziekte van Sjögren een complexe aangelegenheid zijn. Bovendien bestaat er momenteel geen eenduidige test die de diagnose vereenvoudigt. De diagnose steunt op een geheel van klinische en biologische factoren: Subjectieve droogheid van ogen of mond; Objectivering van een verminderde werking van de speeksel- en traanklieren - Vaststelling van beschadiging van het oogoppervlak door de oogarts; - Vaststelling van een verminderde traanstroom met de Schirmertest; - Vaststelling van een verminderde speekselstroom door sialometrie; - Vaststelling van een disfunctie van de speekselklieren door scintigrafie; - Vaststelling van afwijkingen in de speekselklieren door MRI of echografie. Lymfocytaire infiltratie op een biopsie van de accessoire speekselkliertjes; Vaststelling van auto-antilichamen anti-Ro/SSA en/of anti-La/SSB in het bloed. Behandeling Op dit ogenblik bestaat er geen genezende behandeling voor de ziekte van Sjögren. De behandeling steunt op drie dimensies: Het droogheidssyndroom, de vermoeidheid en de chronische pijnen (beoordeeld met de ESSPRI-score) worden symptomatisch en multidisciplinair behandeld in samenwerking met de afdelingen Oogheelkunde en Fysiotherapie, en met de Pijnkliniek. In eerste instantie wordt nagegaan of de impact van bepaalde systemische symptomen op vermoeidheid en pijn (hypothyreoïdie, anemie, osteomalacie, lymfoom) kan worden uitgeschakeld, en wordt gescreend op hardnekkige beperkingsfactoren (slaapstoornissen, depressie, kinesiofobie, ...) vooraleer een multimodale behandeling voor te stellen. Deze interventies variëren van voorschrijven van artificiële tranen of speeksel tot het inbrengen van ‘punctumpluggen’ of het gebruik van oogdruppels op basis van autoloog serum. Pilocarpine is een magistrale bereiding die vaak wordt voorgeschreven om de afscheiding van tranen en speeksel te bevorderen. De ziekte van Sjögren is erkend als ‘ernstige pathologie’, waardoor de patiënt recht heeft op 60 kinésessies per jaar. Na diagnose door de reumatoloog kan het ziekenfonds ook een maandelijkse toelage uitkeren voor de aankoop van oogdruppels en andere behandelingen tegen droogheid. De extraglandulaire symptomen van auto-immune oorsprong (geëvalueerd met de ESSDAI-score) kunnen zeer variabel zijn in locatie en ernst. Afhankelijk van de aangetaste organen en de ernst van deze ontstekingen, kan de reumatoloog een immunosuppressieve / immunomodulerende behandeling voorschrijven: corticoïden (Medrol), hydroxychloroquine (Plaquenil), methotrexaat, azathioprine, mycofenolaatmofetil, rituximab of cyclofosfamide. In onze Instelling behoort de multidisciplinaire behandeling van complexe systemische ziekten (waartoe ook de ziekte van Sjögren behoort) tot de missies van het MISIM-platform (Maladies Inflammatoires Systémiques Immuno-Médiées - immuungemedieerde systemische ontstekingsziekten): dit team omvat reumatologen, algemene internisten, nefrologen, longartsen, dermatologen, … met een bijzondere belangstelling en expertise inzake auto-immuunziekten. De ziekte van Sjögren kan door intense activering van B-lymfocyten nog complexer worden bij sommige patiënten met een non-Hodgkinlymfoom (proliferatie van lymfocytenkanker). Dit risico verklaart waarom Sjögrenpatiënten minstens jaarlijks klinisch en biologisch moeten worden opgevolgd. Als bij een Sjögrenpatiënt een lymfoom wordt ontdekt, zal dit worden behandeld in samenwerking met de dienst Hematologie van ons ziekenhuis.
De ziekte van Sjögren
Gezondheidsproblemen
Behandelingsafdeling voor immunodeficiënties
De primaire immunodeficiënties, die niet in verband worden gebracht met het hiv-virus en meestal erfelijk zijn, komen minder vaak voor en vereisen een multidisciplinaire aanpak door de verschillende leden van het team. Het gaat onder andere om: common variable immunodeficiency tekorten aan antistoffen tegen polysachariden chronische granulomateuze aandoeningen predisposities voor schimmel-, virale en mycobacteriële infecties De eenheid organiseert dagelijks consultaties voor een snelle behandeling en werkt nauw samen met de kliniek voor infectieziekten. Ons centrum maakt deel uit van de weinige erkende referentiecentra (www.bpidg.be) die in dit kader in aanmerking komen voor de terugbetaling van substitutietherapie met antistoffen.
Behandelingsafdeling voor immunodeficiënties
Gezondheidsproblemen
Hypereosinofilie
Hoe behandelt men hypereosinofilie waarvan de oorzaak geïdentificeerd is? Hoe wordt eosinofilie met een geïdentificeerde oorzaak behandeld? Als er een klassieke oorzaak van eosinofilie wordt gevonden, moet die worden behandeld. Zo wordt een parasitaire infectie behandeld met antiparasitaire geneesmiddelen (vaak een zeer eenvoudige en goed verdragen kortdurende behandeling via de mond), wordt een geneesmiddelenallergie behandeld door het geneesmiddel stop te zetten en wordt longkanker behandeld met chirurgie, chemotherapie en/of radiotherapie. Als de behandeling doeltreffend is, zal de eosinofilie verdwijnen. Soms wordt een korte behandeling met cortisone toegevoegd om het eosinofielengehalte sneller te doen dalen, wanneer de arts van oordeel is dat de eosinofielen zorgwekkende weefselschade veroorzaken. De behandeling van zeldzamere chronische ontstekingsziekten berust vaak op cortisone en/of andere immunosuppressiva (geneesmiddelen die de immuunrespons verminderen). Chronische eosinofiele leukemie reageert slecht op cortisone. Daarentegen reageert deze aandoening in bijna alle gevallen uiterst goed op lage doses imatinibmesilaat (Glivec). Het gaat om een zeer specifieke behandeling die het cellulaire defect aanpakt dat aan de vermenigvuldiging van de eosinofielen ten grondslag ligt. Deze behandeling wordt in lage dosis via de mond ingenomen, werkt binnen enkele dagen en wordt zeer goed verdragen. De behandeling van de andere hematologische aandoeningen verschilt per aandoening en valt buiten het bestek van deze samenvatting. Hoe wordt het idiopathische hypereosinofiel syndroom behandeld? Wanneer een hypereosinofilie ondanks een grondige oppuntstelling onverklaard blijft, moet ze toch behandeld worden om de schade die ze heeft veroorzaakt te beperken, te voorkomen en eventueel terug te draaien. Aan de hand van het aantal eosinofielen in het bloed en de klinische verschijnselen wordt bepaald of de patiënt op de behandeling reageert. Bij het begin van de behandeling, en zolang de situatie niet onder controle is, zijn frequente medische controles nodig om verschillende elementen op te volgen: de respons op de behandeling, de eventuele toxiciteit van de behandeling en de evolutie van de complicaties of het optreden van nieuwe complicaties van de hypereosinofilie die een bijkomende symptomatische behandeling kunnen vereisen (zo vereist hartfalen de toediening van geneesmiddelen die specifiek bedoeld zijn om de hartfunctie te ondersteunen, naast de behandeling die het aantal eosinofielen moet verminderen). Zodra de situatie onder controle is, kunnen de bezoeken geleidelijk aan minder frequent plaatsvinden. We beginnen met cortisone (Medrol, of prednisolon in capsules die door de apotheker worden bereid). Die behandeling is in de meerderheid van de gevallen doeltreffend en werkt snel, binnen enkele uren of dagen. Cortisone werkt via talrijke mechanismen; zo versnelt ze onder meer de celdood van eosinofielen en vermindert ze de productie van groeifactoren (waaronder interleukine-5) door de T-lymfocyten. De bijwerkingen van cortisone zijn talrijk en vaak goed bekend bij het grote publiek: zwelling van het gezicht, vermindering van de spiermassa, het ontstaan van striemen en een kwetsbaardere huid, arteriële hypertensie, diabetes, cataract, glaucoom, maagzweer, ontkalking van de botten (osteoporose) en een verhoogde vatbaarheid voor bepaalde infecties, om de meest voorkomende te noemen. 1. Bij respons op cortisone Bij een goede respons op cortisone wordt de dosis geleidelijk verlaagd tot de laagste dosis die de ziekte onder controle houdt. Deze zogenaamde “onderhoudsdosis” wordt vervolgens gedurende minstens enkele maanden voortgezet. Als cortisone doeltreffend is, maar de onderhoudsdosis hoog is en/of belangrijke bijwerkingen veroorzaakt, wordt een beroep gedaan op tweedelijnsbehandelingen (zogenaamde “cortisonesparende behandelingen”, omdat ze het mogelijk maken de dosis cortisone die nodig is om de ziekte onder controle te houden, te verlagen). Het middel dat het vaakst wordt gebruikt, is hydroxyureum (Hydrea), omdat het gemakkelijk in te nemen is (tabletten via de mond) en voor te schrijven is (op voorschrift verkrijgbaar in alle apotheken), en gratis is in België. Dit geneesmiddel, dat wordt gebruikt voor de behandeling van hematologische aandoeningen zoals chronische myeloïde leukemie of essentiële trombocytose (abnormale verhoging van het aantal bloedplaatjes), vermindert de productie van bloedcellen in het beenmerg, waaronder eosinofielen. De belangrijkste bijwerkingen zijn hematologische toxiciteit, met een te sterke daling van de witte bloedcellen, rode bloedcellen en/of bloedplaatjes. Patiënten kunnen ook spijsverteringsproblemen vertonen, met buikongemak, verlies van eetlust, misselijkheid, diarree en/of aften in de mond. Interferon-alfa wordt eveneens gebruikt voor de behandeling van het idiopathische hypereosinofiel syndroom. Deze behandeling werkt zowel op de eosinofielen als op de T-lymfocyten door hun functies te “moduleren”. Zo vermindert ze bijvoorbeeld de productie van interleukine-5 door de T-lymfocyten, zonder daarbij de immunologische afweer te verminderen. Het behoort overigens tot een familie van moleculen die we van nature aanmaken om bepaalde virale infecties, zoals griep, te bestrijden. Dit middel wordt in België weinig voorgeschreven voor de behandeling van het hypereosinofiel syndroom, omdat het voor deze indicatie niet wordt terugbetaald en enkele honderden euro’s per maand kost. Bovendien wordt het meerdere keren per week subcutaan toegediend en worden de bijwerkingen vaak slecht verdragen. Een griepachtig syndroom (met koorts, rillingen, spierpijn en hoofdpijn) is een van de bijwerkingen die het vaakst leidt tot stopzetting van de behandeling. Sommige immunosuppressiva worden soms geprobeerd om de dosis cortisone te verlagen, maar ze zijn zelden doeltreffend en hebben talrijke bijwerkingen: ciclosporine (Neoral), azathioprine (Imuran), cyclofosfamide (Endoxan). Mepolizumab (Nucala) is een middel dat zich zeer specifiek richt tegen interleukine-5 (het bindt zich aan deze groeifactor en neutraliseert de effecten ervan). Het werd onlangs goedgekeurd als behandeling voor ernstige eosinofiele astma die niet onder controle kan worden gebracht met de gebruikelijke behandelingen. In het kader van een klinische studie bleek het een doeltreffende cortisonesparende behandeling te zijn voor het hypereosinofiel syndroom, bij maandelijkse intraveneuze toediening. Het is echter nog niet beschikbaar voor de behandeling van deze ziekte, omdat het voor deze indicatie nog niet is goedgekeurd door de regelgevende instanties (met name de Food and Drug Administration, of FDA, in Noord-Amerika, en het European Medicines Agency, of EMA, in Europa). Momenteel is het alleen beschikbaar voor de behandeling van het hypereosinofiel syndroom in het kader van een programma voor gebruik uit medeleven, op basis van een individuele dossieranalyse, voor patiënten met een ziekte die als zeer ernstig (potentieel levensbedreigend) wordt beschouwd en waarvoor de hierboven vermelde klassieke behandelingen niet doeltreffend en/of slecht verdragen zijn. Er wordt momenteel een nieuwe klinische studie voorbereid waarin de doeltreffendheid van subcutaan toegediend mepolizumab bij patiënten met een hypereosinofiel syndroom wordt geëvalueerd. 2. Bij gebrek aan respons op cortisone Als het aantal eosinofielen en de symptomen niet of slechts zeer gedeeltelijk op cortisone reageren, kan het selecteren van een doeltreffende behandeling meerdere pogingen en wijzigingen van geneesmiddelen vereisen over een periode van verschillende maanden. Tijdens die periode kunnen de eosinofielen schade blijven veroorzaken. Nauwgezette medische opvolging is in deze periode essentieel. De in de vorige rubriek vermelde cortisonesparende middelen kunnen soms doeltreffend zijn, eventueel in combinatie (bijvoorbeeld hydroxyureum en interferon-alfa). Bij sommige van deze patiënten is er zelden sprake van een verworven genetische mutatie die aan detectie ontsnapt (ze is onzichtbaar met de technieken waarover we momenteel beschikken) en die een korte proefbehandeling (één maand) met imatinibmesilaat (Glivec) rechtvaardigt. De aanbevolen dosis is hoger dan bij chronische eosinofiele leukemie en gaat daardoor vaker gepaard met bijwerkingen, waaronder zwelling van de benen en oogleden, vermoeidheid en toxiciteit ter hoogte van het beenmerg. Mepolizumab werd nooit onderzocht bij patiënten die resistent zijn tegen cortisone in het kader van een klinische studie. Het is echter beschikbaar in het hierboven vermelde programma voor gebruik uit medeleven; de geschiktheid van de patiënt wordt individueel bepaald na analyse van het dossier. Het komt zeer zelden voor dat een patiënt op geen enkele van de eerder vermelde behandelingen reageert en dat de aanhoudende hypereosinofilie belangrijke schade blijft veroorzaken (bijvoorbeeld aan het hart, de hersenen of de bloedvaten) die het leven bedreigt. Dan moet de mogelijkheid van een stamceltransplantatie (vroeger beenmergtransplantatie genoemd) van een gezonde donor worden besproken (indien mogelijk een naaste verwant ofwel een anonieme donor). Bij deze procedure wordt een behandeling met chemotherapie in hoge dosissen toegediend, in de hoop alle abnormale cellen in het beenmerg te vernietigen die aan de oorsprong liggen van de hypereosinofilie. Een (onbedoeld maar onvermijdelijk) gevolg van deze behandeling is dat ook de andere beenmergcellen die nodig zijn voor de aanmaak van rode bloedcellen, van de goede witte bloedcellen die ons tegen infecties moeten verdedigen en van de bloedplaatjes, worden vernietigd. Het is dan noodzakelijk om de patiënt gezonde cellen toe te dienen (afgenomen bij een gezonde donor), die het beenmerg zullen innemen en de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes mogelijk zullen maken. Deze procedure stelt de patiënt bloot aan een risico op talrijke ernstige complicaties tijdens de periode waarin het beenmerg nog niet door de cellen van de donor is gekoloniseerd en zal daarom worden voorbehouden voor de ernstigste gevallen.
Hypereosinofilie
Gezondheidsproblemen
Systemische inflammatoire en auto-immuunziekten
De benaming « systemische en auto-immuunziekten » omvat een geheel van verschillende aandoeningen, die als gemeenschappelijk kenmerk een abnormale en aanhoudende activering van het immuunsysteem hebben. Dit leidt tot een aantasting van de werking van verschillende organen, weefsels en/of systemen. Het gaat onder meer om: Auto-immuunziekten, zoals systemische lupus erythematosus, de ziekte van Sjögren, sclerodermie (of systemische sclerose) en polymyositis Vasculitis, zoals granulomatose met polyangiitis (vroeger de ziekte van Wegener genoemd), eosinofiele granulomatose met polyangiitis (vroeger het syndroom van Churg-Strauss genoemd), reuzencelarteriitis (ook de ziekte van Horton genoemd) en de ziekte van Behçet Niet-infectieuze granulomatosen, zoals sarcoïdose Auto-inflammatoire aandoeningen, zoals familiale mediterrane koorts en TRAPS En verschillende andere aandoeningen, waaronder IgG4-gerelateerde ziekte en recidiverende polychondritis. Sinds 2011 hebben verschillende departementen van het Erasmusziekenhuis hun expertise op het vlak van de klinische immunologie gebundeld om een platform op te richten voor de transdisciplinaire behandeling van deze aandoeningen. Dit platform heet MISIM (voor « Systemische en immuungemedieerde inflammatoire aandoeningen »). Talrijke gespecialiseerde artsen zijn bij dit unieke platform betrokken. Een transdisciplinaire aanpak is immers essentieel om complicaties die rechtstreeks verband houden met deze ziekten, en die verschillende organen en weefsels kunnen aantasten, te identificeren, op te volgen en zo gepast mogelijk te behandelen. Hetzelfde geldt voor complicaties als gevolg van langdurige behandelingen. De diensten die actief bij dit platform betrokken zijn, omvatten: Interne geneeskunde Reumatologie Nefrologie Pneumologie Gastro-enterologie Neurologie Dermatologie Oogheelkunde Cardiologie De optimale behandeling van chronische inflammatoire aandoeningen berust vaak ook op het uitvoeren van specifieke bloedonderzoeken. De interpretatie daarvan kan complex zijn en vereist overleg tussen de laboratoriumbiologen en de clinici. Daarom is ook een laboratoriumbioloog van de dienst immunologie bij het platform betrokken. De oprichting van één platform voor zulke uiteenlopende aandoeningen wordt gerechtvaardigd door een reeks redenen die verband houden met de ziekten zelf (de manier waarop ze zich manifesteren en hun complicaties) en met de behandeling ervan. Hoewel elk van deze aandoeningen haar eigen kenmerken heeft, vertonen ze immers talrijke gemeenschappelijke punten: Wat de symptomen en complicaties betreft, is er een aanzienlijke overlap tussen deze aandoeningen. Zo is de longontsteking die kan voorkomen bij sclerodermie of de ziekte van Sjögren dezelfde; ze vereist dezelfde diagnostische onderzoeken en dezelfde behandelingen. Wat de medische behandeling betreft, is de aanpak gelijkaardig, met name wat de onderzoeken die tot de diagnose leiden, het type voorgeschreven geneesmiddelen, de preventie van behandelingscomplicaties en de opvolging betreft.
Systemische inflammatoire en auto-immuunziekten
Gezondheidsproblemen
Vroege artritis en reumatoïde artritis.
Waar gaat het over? Reumatoïde artritis is een chronische en progressieve ontstekingsziekte die veel mensen in België treft, meestal op jonge leeftijd. In het Hôpital Erasme wordt deze aandoening behandeld door een gespecialiseerd team binnen de dienst Reumatologie. De kliniek voor vroege artritis. Reumatoïde artritis is de meest voorkomende systemische auto-immuunziekte en treft ongeveer 0,5% van de bevolking. Als de ziekte niet correct wordt gediagnosticeerd en behandeld vanaf de eerste maanden na het ontstaan van de symptomen, kan dit leiden tot onomkeerbare gewrichtsschade. Een vroege behandeling van de ziekte kan het verloop ervan positief beïnvloeden en zo invaliditeit voorkomen.De HERA-kliniek voor beginnende artritis ontvangt snel patiënten bij wie een inflammatoire artritis wordt vermoed en gebruikt geavanceerde technieken om zo snel mogelijk een diagnose te stellen. Aangepaste hulpmiddelenDe klassieke aanpak via een systematische bevraging en klinisch onderzoek wordt aangevuld met een gewrichtsechografie, waarmee intra-articulaire ontsteking zichtbaar kan worden gemaakt en gewrichtserosies kunnen worden opgespoord nog vóór ze zichtbaar zijn op radiografieën.Een bloedonderzoek, uitgevoerd door uw huisarts vóór de consultatie of voorgeschreven tijdens het eerste bezoek, levert bijkomende elementen om de diagnose te helpen stellen. Daarnaast worden bij alle patiënten radiografieën van de aangetaste gewrichten gemaakt.Indien nodig wordt een meer uitgebreid onderzoek via MRI voorgesteld om de oorzaak van de pijn verder te verduidelijken. Al deze gegevens maken het mogelijk om binnen een week een diagnose van polyartritis te stellen en de nodige behandeling op te starten om de pijn te verlichten, de ontsteking onder controle te houden en de gewrichtsfunctie te verbeteren.De artsen van de kliniek zorgen vervolgens voor een doeltreffende behandeling en een nauwgezette opvolging van de ziekte, en geven u alle nodige informatie over uw aandoening. Parallel hiermee biedt de structuur van de kliniek voor beginnende artritis contact met een gespecialiseerde verpleegkundige in reumatologie, een team van kinesitherapeuten en ergotherapeuten gespecialiseerd in reumatoïde artritis, evenals snelle toegang tot studies met nieuwe geneesmiddelen indien dit nodig blijkt. Hoe een consultatie aanvragen?Uw huisarts kan dit formulier gebruiken om u door te verwijzen naar de kliniek; u wordt dan binnen de 15 dagen ontvangen. De kliniek voor reumatoïde artritis Wat is reumatoïde artritis?Reumatoïde artritis (RA) is een chronische ontstekingsziekte die pijn, stijfheid en zwelling (ontsteking) van de gewrichten veroorzaakt. Gewrichten die ontstoken blijven, kunnen beschadigd raken en vervormen, wat kan leiden tot een handicap. Het synoviale membraan kan verdikken en ook de omliggende ligamenten, het kraakbeen en het bot kunnen worden aangetast.Reumatoïde artritis treft typisch de gewrichten op symmetrische wijze: als bijvoorbeeld één hand aangetast is, zal de andere waarschijnlijk ook getroffen zijn. Oorzaken van reumatoïde artritisDe exacte oorzaak van reumatoïde artritis is onbekend. Het gaat om een auto-immuunziekte, wat betekent dat het immuunsysteem van de patiënt zijn eigen gezonde cellen en weefsels aanvalt. Dit veroorzaakt ontsteking in de gewrichten en de omliggende weefsels. Vaak is deze ontsteking ook systemisch en kunnen andere organen zoals de longen en het hart worden aangetast.Erfelijkheid is een risicofactor voor het ontwikkelen van reumatoïde artritis, en roken wordt eveneens erkend als een factor die het ontstaan ervan bevordert.De ziekte treft meestal volwassenen tussen 30 en 50 jaar en vaker vrouwen, maar ze kan op elke leeftijd en bij beide geslachten voorkomen. Symptomen van reumatoïde artritisRA treft meestal de handen, polsen, enkels, voeten, knieën, schouders en ellebogen. Het begin van de ziekte kan geleidelijk en traag verlopen of juist plots en snel optreden. Elke patiënt kan verschillende symptomen ervaren, waaronder:PijnGewrichtsstijfheid, vooral ’s morgensGewrichtszwellingVerminderde beweeglijkheid van de gewrichtenMoeilijkheden bij dagelijkse activiteiten (een bokaal openen, een hemd dichtknopen enz.)Moeite om voorwerpen vast te nemen of te knijpenVermoeidheid en gebrek aan energieAf en toe koortsDeze lijst is niet volledig en deze symptomen kunnen ook voorkomen bij andere aandoeningen. Een medische consultatie bij een reumatoloog is noodzakelijk om een diagnose te stellen. Diagnose van reumatoïde artritisDe initiële diagnose van RA vormt vaak een uitdaging: de symptomen zijn meestal mild en afwijkingen in bloedonderzoeken of radiografieën zijn nog niet zichtbaar. De reumatoloog zal een volledige anamnese en een gedetailleerd klinisch onderzoek uitvoeren. Verschillende diagnostische tests kunnen worden uitgevoerd:Radiografieën van de bottenGewrichtspunctie en afname van gewrichtsvocht om infecties, tekenen van ontsteking of kristallen op te sporenBloedonderzoek naar ontstekingsmarkers zoals CRP en diagnostische markers zoals reumafactor en antilichamen tegen gecitrullineerde eiwitten (anti-CCP).Gewrichtsechografie en MRI: gespecialiseerde beeldvormende onderzoeken die gewrichtsontsteking en schade aan bot en kraakbeen opsporen Duur van de ziekteDe meeste mensen met polyartritis worden geconfronteerd met een chronische ziekte, vaak met afwisselend periodes van hevige pijn (ontstekingsopflakkeringen) en periodes waarin de symptomen verbeteren. In zeldzame gevallen verdwijnen de symptomen volledig, wat een spontane remissie wordt genoemd.Gelukkig kunnen de meeste patiënten dankzij de behandelingen die tegenwoordig beschikbaar zijn opnieuw een normaal leven leiden — iets wat zonder medicamenteuze behandeling onmogelijk zou zijn. Behandelingen tegen reumatoïde artritisMeestal gaat het om een medicamenteuze behandeling, maar kinesitherapie en een goed evenwicht tussen rust en lichamelijke activiteit kunnen eveneens helpen. Momenteel bestaat er geen genezing voor polyartritis, maar de behandeling helpt om de symptomen onder controle te houden en ontstekingsopflakkeringen en gewrichtsschade te voorkomen.De behandeling verschilt van persoon tot persoon, afhankelijk van de ernst van de ziekte, bijkomende aandoeningen, andere medicamenteuze behandelingen en de voorkeuren van de patiënt. Het doel is om patiënten hun levensstijl te laten behouden, gewrichtspijn te verminderen en blijvende gewrichtsschade en invaliditeit te voorkomen.De basis van de behandeling bestaat uit zogenaamde DMARD’s (disease-modifying antirheumatic drugs), ziekte-modificerende antireumatische geneesmiddelen die bedoeld zijn om de ontsteking te controleren en gewrichtsschade te voorkomen. Hieronder vallen klassieke geneesmiddelen zoals methotrexaat, leflunomide en sulfasalazine, evenals biologische geneesmiddelen (anti-TNFα, anti-IL6, CTLA4-agonisten en rituximab) en kleine synthetische moleculen (JAK-remmers), die tweedelijnsbehandelingen zijn.Vaak worden deze geneesmiddelen gecombineerd met systemische ontstekingsremmers (NSAID’s en cortisone) en lokale behandelingen (intra-articulaire injecties met cortisone). Deze zijn nodig om de periode te overbruggen tussen de start van de DMARD-behandeling en het moment waarop deze werkzaam wordt, wat soms meerdere maanden kan duren. De kliniek voor reumatoïde artritis In het Hôpital Erasme biedt het team voor reumatoïde artritis een globale zorgverlening op één enkele locatie, gaande van medische beeldvorming tot kinesitherapie, inclusief de opvolging van behandelingen en de bestrijding van pijn.
Vroege artritis en reumatoïde artritis.
Gezondheidsproblemen
Aidsreferentiecentrum
Voorstelling Een hiv-infectie (HIV) is de meest voorkomende oorzaak van verworven immunodeficiëntie. Zonder behandeling leidt deze infectie tot aids, een dodelijke aandoening die vandaag gemakkelijk kan worden voorkomen dankzij een behandeling onder begeleiding van een gespecialiseerd team. Het Aidsreferentiecentrum en de Eenheid voor de behandeling van immunodeficiënties staan in voor de preventieve en therapeutische behandeling van patiënten met verschillende vormen van immunodeficiëntie.   Hiv-seropositiviteit en aids Een hiv-infectie (HIV) is de meest voorkomende oorzaak van verworven immunodeficiëntie. Zonder behandeling leidt deze infectie tot aids, een dodelijke aandoening die vandaag gemakkelijk kan worden voorkomen dankzij een behandeling onder begeleiding van een gespecialiseerd team. Het referentiecentrum van het Erasmusziekenhuis biedt: regelmatige medische opvolging door gespecialiseerde artsen, in samenwerking met uw huisarts gratis multidisciplinaire zorg in het kader van een overeenkomst met het INAMI (verpleegkundigen, seksuologen, psychologen, diëtisten, maatschappelijk werkers…) een nauwe samenwerking met andere medische disciplines (hepatologie, dermatologie, gynaecologie, medisch begeleide voortplanting, proctologie…) samenwerking met verschillende verenigingen die actief zijn op het gebied van hiv (Plateforme prévention SIDA, Ex-Aequo, Aide Info SIDA, SIDA SOS, SIDA Sol, SIDAIDS Migrant, Sensoa…) Het referentiecentrum neemt ook deel aan talrijke klinische studies. Opsporing en behandelingen Denkt u dat u werd blootgesteld aan hiv of andere soa’s? Vandaag is het mogelijk om een preventieve spoedbehandeling te krijgen die het risico op besmetting met hiv sterk kan verminderen. Deze behandeling wordt Postexpositieprofylaxe (TPE of PEP) genoemd en is 24 uur per dag toegankelijk. De behandeling moet worden gestart binnen 72 uur na een risicoblootstelling. Overdag is ze beschikbaar tijdens de raadpleging (02 555 7484) en ’s nachts en tijdens het weekend op de spoedgevallen. Wilt u zich laten testen op seksueel overdraagbare aandoeningen? Wij bieden u zonder uitstel een uitgebreide screening aan voor de meest voorkomende soa’s (chlamydia, gonokokken, hepatitis, syfilis, hiv). Deze screening wordt gedeeltelijk terugbetaald door het INAMI. Wilt u PrEP nemen? Pre-expositieprofylaxe heeft haar doeltreffendheid aangetoond bij het verminderen van het risico op hiv-infectie voor welbepaalde indicaties. Als u al PrEP neemt of een opvolging wenst in het kader van een toekomstig gebruik van PrEP, bieden wij u gespecialiseerde opvolging aan. Meer informatie: www.myprep.be.
Aidsreferentiecentrum