Gezondheidsproblemen
Kortdarmsyndroom
Wat is het kortedarmsyndroom? Het kortedarmsyndroom ontstaat wanneer een groot deel van de dunne darm tijdens een operatie verwijderd moest worden. Deze situatie kan het gevolg zijn van een gebrek aan bloedtoevoer naar de darm (een beetje zoals een “infarct” dat dit lichaamsdeel treft) of onder andere veroorzaakt worden door een chronische ontstekingsziekte zoals de ziekte van Crohn. Wanneer een te groot deel van de darm ontbreekt, is het lichaam niet langer in staat om water, voedingsstoffen en vitaminen die noodzakelijk zijn voor een goede werking ervan, correct te absorberen. In sommige gevallen werd er ook een stoma aangelegd: dit is een chirurgisch gecreëerde opening van de darm naar de huid, waardoor de stoelgang in een uitwendig opvangzakje wordt afgevoerd. Hoewel een stoma ervoor zorgt dat de stoelgang kan worden afgevoerd, kan ze ook leiden tot aanzienlijk vochtverlies voor het lichaam. Symptomen Frequente diarreeEen gewichtsverlies als gevolg van een gebrekkige opname van voedingsstoffen (ondervoeding) (link naar de gezondheidsproblematiek ondervoeding)Een uitdrogingAfwijkingen in het bloed: een tekort aan bepaalde essentiële mineralen zoals natrium of kalium, evenals aan vitaminen en sporenelementenEen vermoeidheid Hoe wordt het kortedarmsyndroom gediagnosticeerd? U wordt eerst ontvangen door een gespecialiseerde gastro-enteroloog die de tijd neemt om uw symptomen en uw medische en chirurgische voorgeschiedenis te bespreken. Vervolgens worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd:Een volledige bloedafname om uw algemene toestand, de werking van uw nieren en lever en uw vitamine- en mineralengehalte te beoordelen.Een urineonderzoek.Een CT-scan en een darmpassageonderzoek om de lengte van de overgebleven darm te meten.Een echografie van de lever en een FibroScan om na te gaan of uw lever gezond is.Een botdensitometrie om de stevigheid van uw botten te beoordelen. Behandelingen en zorgverleningsmogelijkheden Uw behandeling wordt verzekerd door een team van verschillende specialisten, gecoördineerd door uw gastro-enteroloog:Een diëtist zal u begeleiden om uw voeding aan uw situatie aan te passen.Er zullen geneesmiddelen en vitaminesupplementen worden voorgeschreven om de darmpassage te vertragen en eventuele tekorten te corrigeren.Als uw darm niet langer voldoende voedingsstoffen kan opnemen, kan voeding rechtstreeks via een infuus – parenterale voeding genoemd – parenterale voeding– worden toegediend. Een gespecialiseerd verpleegkundige en een apotheker zullen u dan uitleggen hoe dit werkt en welk type katheter (een dun buisje dat in een ader wordt geplaatst) zal worden gebruikt.In bepaalde gevallen kan een specifieke medicamenteuze behandeling worden voorgesteld om het opnamevermogen van uw darm te stimuleren (GLP-2-agonisten).Bestaat er een chirurgische oplossing?Naargelang uw situatie kan een nieuwe chirurgische ingreep worden overwogen om de verschillende delen van de ​​darm opnieuw met elkaar te verbinden. Als u een stoma hebt, kan ook de sluiting ervan worden besproken.Hoe verloopt de opvolging?Een regelmatige opvolging is essentieel om uw welzijn en de doeltreffendheid van uw behandeling te bewaken:Minstens 3 raadplegingen per jaar bij uw gastro-enteroloog.Bloedafnames en urineonderzoeken bij elk bezoek.Een echografie van de lever en een FibroScan elk jaar.Een botdensitometrie om de 2 jaar, of indien nodig vaker.Voor jonge patiënten: de overgang naar de volwassen leeftijdAls u tot nu toe opgevolgd werd in de pediatrie, wordt de overgang naar een dienst voor volwassenen geleidelijk voorbereid, vanaf de leeftijd van 16 jaar:Uw kinderarts neemt contact op met het volwassenenteam en bezorgt het alle informatie over uw gezondheid en behandeling.Er wordt een eerste gezamenlijke raadpleging georganiseerd – in aanwezigheid van uw kinderarts en uw nieuwe referentiearts – zodat u zich tijdens deze stap niet alleen voelt.Indien nodig, kan de opvolging in beide diensten (pediatrische en volwassenendienst) gedurende maximaal 6 maanden worden voortgezet, om deze overgang in alle rust te vergemakkelijken. Onze specialisten Prof. Marianna Arvanitakis Directrice van de Kliniek voor Pancreatologie en VoedingsondersteuningGastro-enterologe, gespecialiseerd in pancreasaandoeningen, interventionele endoscopie en klinische voeding. Prof. Marianna Arvanitakis specialiseerde zich in pancreatologie en interventionele endoscopie binnen het team van prof. Jacques Devière in het Erasmusziekenhuis. Nadat ze in 2005 een DIU in Klinische Voeding had behaald, nam ze in 2018 de medische coördinatie van de activiteiten rond voedingsondersteuning op zich. Het onderzoek binnen de kliniek richt zich onder meer op de optimalisering van de zorg voor patiënten met ernstige acute pancreatitis en chronische pancreatitis, evenals op de behandeling van patiënten met het kortedarmsyndroom. Als lid van verschillende wetenschappelijke verenigingen is ze voor de periode 2025–2027 secretaris-generaal van de European Society of Gastrointestinal Endoscopy (ESGE) en is ze stagebegeleider in de gastro-enterologie aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Gesproken talen: Frans, Engels, Grieks. Prof. Alia Hadefi Prof. Hadefi is gastro-enterologe, met expertise in klinische voeding en metabole leveraandoeningen. In 2024 verdedigde ze haar doctoraatsthesis over de interactie tussen de darm en leveraandoeningen. In 2025 volgde ze een aanvullende opleiding binnen de Dienst Gastro-enterologie, Chronische Inflammatoire Darmziekten (IBD) en Voedingsondersteuning van het Hôpital Beaujon (Parijs).Gesproken talen: Frans, Engels, Arabisch. Dr. Michael Fernandez Y Viesca Dr. Fernandez is gastro-enteroloog, met expertise in pancreatologie, verworven na het behalen van een DIU in Pancreatologie in 2017 (Sorbonne). Hij is coördinerend arts voor goedaardige pancreasziekten binnen het multidisciplinair overleg voor pancreatologie en bereidt momenteel een doctoraatsthesis voor over ernstige acute pancreatitis.Gesproken talen: Frans, Engels, Spaans. Verbonden dienst Contact U kunt een afspraak maken op de raadpleging (via e-mail op ConsGastroMed [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be of telefonisch op +32 (0)2 555.35.04, of u kunt rechtstreeks contact opnemen met de dienst Gastro-enterologie van het H.U.B. via SecMed [dot] GastroMed [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be (SecMed[dot]GastroMed[dot]erasme[at]hubruxelles[dot]be)U kunt ook contact opnemen met de klinisch voedingsverpleegkundige, mevrouw Ballarin, via asuncion [dot] ballarin [at] hubruxelles [dot] be (asuncion[dot]ballarin[at]hubruxelles[dot]be)  Ontdek de Kliniek voor Pancreatologie
Kortdarmsyndroom
Gezondheidsproblemen
Bloeding van de dunne darm
Wat zijn de oorzaken van bloedingen in de dunne darm? Dunne darm: Wat is dat? De dunne darm is het deel van de darm dat zich tussen de twaalfvingerige darm en de dikke darm bevindt. Hij staat in voor de opname van voedingsstoffen en kan meerdere meters lang zijn. Hij kan aan de basis liggen van gastro-intestinale bloedingen, die vaak voorkomen binnen de gastro-enterologie.Bloedingen van de dunne darm kunnen verschillende oorzaken hebben. De dunne darm is het deel van het spijsverteringskanaal dat zich tussen de maag en de dikke darm bevindt. Sommige oorzaken komen vaker voor bij oudere personen, andere bij jongvolwassenen of kinderen.Afwijkingen van de bloedvatenDit is de meest voorkomende oorzaak.Angiodysplasieën: kleine misvormingen van de bloedvaten in de darmwand. Deze bloedvaten zijn kwetsbaarder en kunnen spontaan bloeden, vooral bij oudere personen.Arterioveneuze malformaties: afwijkingen in de bloedsomloop waarbij slagaders en aders rechtstreeks met elkaar verbonden zijn, wat bloedingen kan bevorderen.Inflammatoire darmziektenDoor de ontsteking wordt de darmwand kwetsbaarder en kunnen bloedingen ontstaan. ziekte van Crohn: een chronische aandoening waarbij het immuunsysteem een ontsteking veroorzaakt in bepaalde delen van het spijsverteringskanaal. Deze ontsteking kan leiden tot zweren en bloedingen.Enteritis: ontsteking van de dunne darm, veroorzaakt door een infectie, bepaalde geneesmiddelen of de bijwerkingen van radiotherapie.Zweren van de dunne darmEen zweer is een wond die in de darmwand ontstaat.Deze zweren kunnen worden veroorzaakt door:langdurig gebruik van ontstekingsremmende geneesmiddelen (zoals ibuprofen of diclofenac);een verminderde bloedtoevoer naar de darm (ischemie);bepaalde infecties.TumorenBloedingen kunnen soms verband houden met een tumor.Goedaardige tumoren: gezwellen die niet kwaadaardig zijn, zoals bepaalde poliepen.Kwaadaardige tumoren (kankers): deze kunnen de darmwand kwetsbaarder maken en bloedingen veroorzaken.Divertikel van MeckelHet divertikel van Meckel is een klein zakje dat sinds de geboorte op de darm aanwezig is. Meestal veroorzaakt het geen klachten, maar soms kan het bloedingen veroorzaken, vooral bij kinderen en jongvolwassenen.GeneesmiddelenSommige behandelingen veroorzaken niet rechtstreeks een bloeding, maar verhogen het risico wanneer er al een letsel aanwezig is.Dit geldt met name voor:anticoagulantia, die het bloed verdunnen om bloedstolsels te voorkomen;plaatjesaggregatieremmers, die verhinderen dat bloedplaatjes (cellen die betrokken zijn bij de bloedstolling) samenklonteren.Minder vaak voorkomende oorzakenIn zeldzamere gevallen kunnen bloedingen verband houden met:een trauma van de darm;het inslikken van een vreemd voorwerp;een stollingsstoornis, dat wil zeggen een probleem waarbij het bloed moeilijk een stolsel vormt;bepaalde zeldzame aandoeningen die de bloedvaten aantasten. Symptomen Afhankelijk van de oorsprong kunnen gastro-intestinale bloedingen zich op verschillende manieren uiten:Braken van vers bloed (hematemesis)Zwarte stoelgang (melena)Vers bloed in de stoelgang (hematochezie)Soms is de bloeding niet zichtbaar met het blote oog (occult) en komt ze alleen aan het licht door anemie die bij een bloedafname wordt vastgesteld en verband houdt met ijzertekortBij een bloeding afkomstig uit de dunne darm zijn melena en anemie de meest voorkomende symptomen. In alle gevallen is het aangewezen een gastro-enteroloog te raadplegen voor verder onderzoek. Hoe wordt een bloeding in de dunne darm gediagnosticeerd? Bij zichtbaar of occult bloedverlies in het spijsverteringsstelsel en/of bloedarmoede door ijzertekort kan uw gastro-enteroloog, stapsgewijs en aangepast aan uw situatie, verschillende onderzoeken voorschrijven:Gastroscopie : hiermee kan het bovenste deel van het spijsverteringsstelsel (slokdarm, maag en twaalfvingerige darm) worden onderzochtColoscopie : hiermee kan het onderste deel van het spijsverteringsstelsel (dikke darm) worden onderzochtEen CT-scan van de buik met toediening van contrastmiddel (CT-angiografie), waarmee eventuele bloedingsbronnen in de buik of de darm kunnen worden opgespoord link medische beeldvorming)Videocapsule-onderzoek van de dunne darm waarmee de volledige dunne darm (gelegen tussen de twaalfvingerige darm en de dikke darm) kan worden onderzocht. Daarbij slikt u een capsule ter grootte van een tablet in, uitgerust met camera’s die gedurende de hele passage door uw spijsverteringsstelsel foto’s maken. Deze foto’s worden doorgestuurd naar een toestel dat u gedurende een hele dag over uw schouder draagt en vervolgens door uw gastro-enteroloog worden geanalyseerd.Dubbelballon-enteroscopie is het endoscopisch onderzoek waarmee bloedingen in de dunne darm die bijvoorbeeld tijdens het videocapsule-onderzoek van de dunne darm of een beeldvormend onderzoek zoals een CT-scan werden vastgesteld, verder kunnen worden onderzocht of behandeld. Dit onderzoek wordt onder algemene verdoving uitgevoerd. Het kan via de mond of via de anus worden uitgevoerd, afhankelijk van de plaats van de bloeding in de dunne darm. Behandelingen en zorgverlening Hoe kunnen we u behandelen als de bloeding afkomstig is van de dunne darm?In de meeste gevallen kunnen we de bron behandelen dankzij een dubbelballon-enteroscopie. In zeldzamere gevallen is een angiografie nodig, via de dienst interventionele radiologie, of digestieve chirurgie. Onze dienst is een referentiecentrum voor de diagnose en behandeling van digestieve bloedingen en anemie, en in het bijzonder van bloedingen in de dunne darm (videocapsule en dubbelballon-enteroscopie). Onze ervaring en onze multidisciplinaire aanpak, waarbij soms ook de deskundigheid van verschillende disciplines zoals radiologie, endoscopie en chirurgie wordt gecombineerd, staan garant voor een optimale diagnose en behandeling, afgestemd op elke patiënt.Hoe verloopt de opvolging?Een regelmatige opvolging is van essentieel belang voor het goede verloop van uw zorg:Bloedafnames om de anemie en het ijzertekort te evaluerenSoms zijn intraveneuze ijzerinfusen of een bloedtransfusie nodig. Deze kunnen zonder opname worden toegediend in het dagziekenhuis. Onze specialisten Prof. Marianna Arvanitakis Directrice van de Kliniek voor Pancreatologie en VoedingsondersteuningGastro-enterologe, gespecialiseerd in pancreasaandoeningen, interventionele endoscopie en klinische voeding. Prof. Marianna Arvanitakis specialiseerde zich in pancreatologie en interventionele endoscopie binnen het team van prof. Jacques Devière in het Erasmusziekenhuis. Nadat ze in 2005 een DIU in Klinische Voeding had behaald, nam ze in 2018 de medische coördinatie van de activiteiten rond voedingsondersteuning op zich. Het onderzoek binnen de kliniek richt zich onder meer op de optimalisering van de behandeling van patiënten met ernstige acute pancreatitis en chronische pancreatitis, evenals op de begeleiding van patiënten met het kortedarmsyndroom. Als lid van verschillende wetenschappelijke verenigingen is ze secretaris-generaal van de European Society of Gastrointestinal Endoscopy (ESGE) voor de periode 2025–2027 en stagebegeleider in de gastro-enterologie aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Gesproken talen: Frans, Engels, Grieks. Prof. Alia Hadefi Prof. Hadefi is gastro-enterologe, met expertise in klinische voeding en metabole leverziekten. In 2024 verdedigde zij haar doctoraatsthesis over de interactie tussen de darm en leverziekten. In 2025 volgde zij een aanvullende opleiding binnen de dienst Gastro-enterologie, Chronische Inflammatoire Darmziekten (IBD) en Voedingsondersteuning van het Hôpital Beaujon (Parijs).Gesproken talen: Frans, Engels, Arabisch. Dr. Michael Fernandez Y Viesca Dr. Fernandez is gastro-enteroloog, met expertise in de pancreatologie, die hij verwierf na het behalen van een DIU in de pancreatologie in 2017 (Sorbonne). Hij is coördinerend arts voor goedaardige pancreasaandoeningen binnen het multidisciplinair overleg pancreatologie en bereidt momenteel een doctoraatsthesis voor over ernstige acute pancreatitis.Gesproken talen: Frans, Engels, Spaans. Contact Als u tekenen van een belangrijke maag-darmbloeding vertoont (hematemesis, melaena, hematochezie), begeeft u zich zo snel mogelijk naar onze dienst Spoedgevallen, die contact zal opnemen met ons team. Als het om een meer chronisch verschijnsel gaat, aarzel dan niet om een afspraak te maken voor een raadpleging (via e-mail op ConsGastroMed [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be (ConsGastroMed[dot]erasme[at]hubruxelles[dot]be) of telefonisch op +32 (0)2 555.35.04) of neem rechtstreeks contact op met de dienst Gastro-enterologie van het U.Z.B. via SecMed [dot] GastroMed [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be (SecMed[dot]GastroMed[dot]erasme[at]hubruxelles[dot]be)  Ontdek de Kliniek voor Pancreatologie
Bloeding van de dunne darm
Diensten
Functie Zeldzame Ziekten
Zeldzame Ziekten Functie Patiënten met een zeldzame ziekte moeten kunnen rekenen op een aangepaste en specifieke zorg: een zo snel mogelijke diagnose en opvolging in zorgeenheden die gespecialiseerd zijn in deze zeldzame aandoeningen. De Functie Zeldzame Ziekten (8 in België) heeft als opdracht om, samen met de teams die over de nodige expertise beschikken, de zorgtrajecten en de wetenschappelijke onderzoeks- en opleidingsprojecten te coördineren van alle betrokken actoren, met het oog op een aangepaste en voortdurend evoluerende zorg.
Functie Zeldzame Ziekten
Gezondheidsproblemen
Zeldzame hartziekten
Onze specialisten Bijbehorende dienst
Zeldzame hartziekten
Gezondheidsproblemen
Ondervoeding
Wat is ondervoeding? Bij ondervoeding verkeert het lichaam in een toestand waarin het niet correct werkt door een gebrek aan essentiële voedingsstoffen. Deze voedingsstoffen zijn de koolhydraten, de vetten en de eiwitten, die samen ook wel de macrovoedingsstoffen worden genoemd. Image Er zijn verschillende redenen waarom iemand een tekort aan deze voedingsstoffen kan hebben: Niet genoeg voedsel innemen. Het lichaam kan het ingenomen voedsel niet verteren of absorberen. De persoon heeft een ernstige ziekte die de behoeften verandert. In dit laatste geval hebben we het over ondervoeding die aan een ziekte gekoppeld is. Het lichaam heeft naast macrovoedingsstoffen ook microvoedingsstoffen nodig: vitaminen, oligo-elementen en mineralen. De redenen voor een tekort aan microvoedingsstoffen kunnen verschillen van de redenen voor een tekort aan macrovoedingsstoffen. Behandeling Om ondervoeding aan te pakken, moeten meerdere stappen gezet worden: Vroegtijdige screening van risicopatiënten: het is belangrijk om de patiënten met een ondervoedingsrisico zo vroeg mogelijk op te sporen, bij het eerste contact met deze patiënten, tijdens een raadpleging of bij opname in het ziekenhuis. Diagnose van ondervoeding: deze diagnose wordt gesteld bij een combinatie van een oorzaak en een zichtbaar gevolg (onvrijwillig gewichtsverlies, lager dan normale BMI of ‘body mass index’, vermindering van spiermassa of kracht). Vaststelling van voedingsdoelstellingen: de professionele beoefenaars van de gezondheidszorg leggen doelstellingen vast voor energie- en proteïnetoevoeging om de voeding te verrijken. Controle op de voedselinname: er wordt nagegaan of de patiënt deze doelstellingen bereikt. Als dat niet zo is, kunnen orale voedingssupplementen worden aangeboden tussen de maaltijden. Enterale voeding: als de voedingssupplementen niet volstaan, kan enterale voeding worden overwogen. Dit betekent dat de patiënt voeding toegediend krijgt via een slangetje tot in de maag. Parenterale voeding: als deze enterale voeding niet volstaat, kan uiteindelijk nog ‘parenterale’ voeding worden overwogen. Dit betekent dat de patiënt de voedingsstoffen direct in de aders ingespoten krijgt. Om ondervoeding aan te pakken, is een nauwe samenwerking vereist tussen verschillende professionals in de gezondheidszorg, zoals artsen, diëtisten, verpleegkundigen, logopedisten en apothekers. Cas Concrete voorbeelden Er zijn meerdere situaties waarin mensen ondervoed kunnen geraken en nood hebben aan bijzondere ondersteuning om te eten. Bijvoorbeeld: Mensen met kanker in het hogere gedeelte van het spijsverteringskanaal hebben het soms moeilijk om voldoende te eten. Een sonde naar de maag of de dunne darm kan dan helpen voldoende voeding op te nemen. Ook mensen met een eetstoornis zoals anorexia kunnen ondervoed geraken. Zij kunnen tijdelijk nood hebben aan enterale voeding, d.w.z. speciale voeding, aangepast aan wat ze concreet nodig hebben. Na obesitas-chirurgie nemen patiënten bepaalde voedingsstoffen soms slechts in te kleine hoeveelheden op. Zij hebben dan nood aan voedingssupplementen om dit te helpen voorkomen. Na een CVA (cerebraal vasculair accident, = beroerte) hebben patiënten soms slikproblemen. Ze kunnen dan voeding met aangepaste textuur nodig hebben, of soms – bij een lager bewustzijnsniveau – enterale (sonde)voeding. Focus In de thuisomgeving wordt de opvolging van de enterale of parenterale voeding verzorgd door een ervaren multidisciplinair team (artsen, diëtisten, verpleegkundigen). Zij worden betrokken bij het aanbrengen van katheters, het voorlichten van patiënten en hun familie, en de organisatie van de raadplegingen voor een nauwgezette monitoring. Het Erasmeziekenhuis laat honderden patiënten profiteren van dit type opvolging. We beschikken over alle nodige structuren voor de screening, behandeling en opvolging van patiënten dankzij een multidisciplinair team met veel expertise en alle beschikbare knowhow.  Wij hebben bijzondere expertise ontwikkeld voor de opvolging van voedingsproblemen bij patiënten met aandoeningen van alvleesklier en/of slokdarm. Het Erasmeziekenhuis is een expertisecentrum op dit terrein, dankzij ons toegewijde team en onze spitstechnologie. Ons erkende centrum voor parenterale voeding beschikt over een multidisciplinair team dat nauw samenwerkt met het oog op een optimale behandeling van patiënten die voor langere termijn nood hebben aan dergelijke parenterale voeding, en dit wegens goedaardige of kankerachtige darmaandoeningen. Het Erasmeziekenhuis is een uitgelezen locatie voor patiënten die nood hebben aan hoogkwalitatieve verzorging en opvolging van ziektes die langdurige gespecialiseerde voeding vereisen. Onze specialisten Gerelateerde diensten Publications ESPEN practical guideline on clinical nutrition in acute and chronic pancreatitis. Arvanitakis M, Ockenga J, Bezmarevic M, Gianotti L, Krznarić Ž, Lobo DN, Löser C, Madl C, Meier R, Phillips M, Rasmussen HH, Van Hooft JE, Bischoff SC. Clin Nutr. 2024 Feb;43(2):395-412.  Dietary strategies in non-alcoholic fatty liver disease patients: From evidence to daily clinical practice, a systematic review. Hadefi A, Arvanitakis M, Trépo E, Zelber-Sagi S. United European Gastroenterol J. 2023 Sep;11(7):663-689. Percutaneous endoscopic jejunostomy: when, how, and when to avoid it. Gkolfakis P, Arvanitakis M. Curr Opin Gastroenterol. 2022 May 1;38(3):285-291.  Lien vers https://www.amub-ulb.be/revue-medicale-bruxelles/article/risque-de-denutrition-… Risque de dénutrition et dénutrition avérée : actualisation des critères de diagnostic. Preiser JC, Farine S. Rev Med Brux 2022;43(1):7-11. 
Ondervoeding
Gezondheidsproblemen
Ademhalingsallergieën (en allergische astma)
Wat is een ademhalingsallergie? Verstopte of lopende neus, geïrriteerde ogen, niesbuien, nachtelijke hoest, moeizame ademhaling, … zijn chronische, aanhoudende of seizoensgebonden symptomen die kunnen  wijzen op een ademhalingsallergie (zoals hooikoorts) en/of een astma van allergische oorsprong. Let wel: niet elke astma of elke rhinitis is te wijten aan een allergie. Maar als dat wél zo is, is het belangrijk dit te weten: de keuze van de behandelingen, hun effectiviteit en zelfs sommige terugbetalingen hangen ervan af!  Behandeling De H.U.B-kliniek voor astma en allergische aandoeningen kan de juiste diagnose stellen en therapeutische behandelingen aanbieden aan mensen die met deze aandoeningen kampen, of die allergische ademhalings- of huidklachten vertonen.  Diagnose en opvolging   Eerste raadpleging: een pneumoloog (longspecialist) onderzoekt en bespreekt de symptomen, hun frequentie, de tijdstippen waarop en/of omstandigheden waarin ze optreden enz. De arts voert ook een spirometrie uit: een eenvoudige test ter evaluatie van de ademhalingsfunctie. Er wordt ook een priktest uitgevoerd om na te gaan welk allergeen of welke allergenen verantwoordelijk is/zijn voor de symptomen. Bij deze huidtest wordt een druppeltje allergeen op de arm aangebracht en vervolgens met een fijne naald onder de opperhuid gedreven. De persoon moet diezelfde dag ook een bloedmonster laten afnemen in het Centrum voor Bloedafnames. Je hoeft hiervoor niet nuchter te zijn. De arts schrijft in elk geval al een behandeling voor om de symptomen te verlichten.      Astmatests: bij een vermoeden van astma, en   als de ademhalingstest een bronchiale obstructie aantoont, volgt meteen ook een bronchodilatatietest;  als de ademhalingsfunctie normaal is, wordt de persoon uitgenodigd voor een bronchiale histamineprovocatietest. Deze test wordt uitgevoerd onder medisch toezicht: ze kan astma met vrijwel volledige zekerheid bevestigen of uitsluiten.   Tweede raadpleging: 6 tot 8 weken later wordt de patiënt opnieuw op raadpleging verwacht. Doelstellingen: evaluatie van de reactie op de symptomatische behandeling(en); bespreking van de resultaten van het bloedonderzoek; bespreking van andere mogelijke behandelingen.   Opvolgingsraadplegingen: zodra de astma of ademhalingsallergie onder controle is, wordt een follow-up voorgesteld. De frequentie hiervan is afhankelijk van de ernst van de aandoening.  Goed om te weten: afhankelijk van het geval en van de behoeften kan de H.U.B-kliniek voor astma en ademhalingsallergieën ook gezamenlijke raadplegingen aanbieden. De patiënten ontmoeten in dit geval zowel een long- als een KNO-specialist, of bij huidallergie een longspecialist en een dermatoloog.   Astmapatiënten kunnen ook een beroep doen op de therapeutische educatieprogramma’s van de Astmaschool.    Behandelingen De therapeutische aanpak van een ademhalingsallergie is afhankelijk van het allergeen (of de allergenen) in kwestie, en van de symptomen.  De symptomatische behandelingen omvatten antihistaminen langs orale weg, neussprays op basis van corticosteroïden, oogdruppels (collyrium of oogwater) enz.    Met immunotherapie wordt de immuunrespons van de patiënt gewijzigd om hem te laten evolueren van een allergische naar een allergietolerante status. Immuuntherapie wordt meestal toegepast in tabletten die onder de tong moeten wegsmelten, ofwel in druppelvorm. Deze behandeling werkt doeltreffend, maar ze duurt lang en is relatief duur. Terugbetaling is enkel mogelijk bij astma, veroorzaakt door allergie voor huisstofmijt en gekoppeld aan rhinitis door allergie voor huisstofmijt.   De behandelingen tegen astma (bronchiënverwijders, anti-IgE, anti-interleukines, biologische behandelingen enz.) zijn uiteenlopend en afhankelijk van het astmatype. Omdat de ziekte mettertijd verandert, moet de behandeling aan deze evolutie aangepast worden.    Adviezen Bij allergie is preventie/vermijden nog altijd de meest aanbevolen behandeling. Het komt erop aan om in de mate van het mogelijke de blootstelling aan de allergenen te vermijden of enkele maatregelen te nemen om die blootstelling tot het uiterste te beperken. Voorbeelden: lakens wassen op 90°C; kamers verluchten in de winter als het koud is; bij allergie voor huisstofmijt de vensters thuis sluiten tijdens de pollenpieken (allergie voor grassen en andere pollen) enz.    Image Onderzoek De focus van het translationele onderzoek vanuit de H.U.B-kliniek voor astma en ademhalingsallergieën ligt vooral op de ontsteking van de lagere luchtwegen (bronchiën). De artsen-onderzoekers leggen zich meer bepaald toe op het gebruik van uitgeademd NO (stikstofoxide) om de immuuntherapieën en biologische therapieën te oriënteren, evenals het gebruik van geïnduceerde expectoratie (fluimen) om het fenotype van een astma te bepalen en de behandeling te oriënteren.    Verbonden dienst Verbonden artsen
Ademhalingsallergieën (en allergische astma)
Gezondheidsproblemen
Allergologie
Wat zijn allergieën? Image Heeft uw kind een verstopte neus, niesbuien of jeukende ogen? In dat geval is het mogelijk dat uw kind allergisch is voor pollen of huisstofmijten. Heeft uw kind ademhalingsproblemen, een aanhoudende hoest of wordt het regelmatig gediagnosticeerd met bronchitis of bronchiolitis? In dat geval is het mogelijk dat uw kind astma heeft. Krijgt uw kind telkens huiduitslag, een opgeblazen gevoel, buikpijn of zelfs ernstigere reacties na het eten van een bepaald voedingsmiddel? In dat geval heeft uw kind misschien een voedselallergie of -intolerantie.Aarzel niet om een afspraak te maken bij onze dienst pneumologie-allergologie als u denkt dat een van deze situaties op u van toepassing is. Behandeling Tijdens de raadpleging zal de arts eerst een gedetailleerde anamnese afnemen (medische voorgeschiedenis) over het gezondheidsprobleem van uw kind. Vervolgens kunnen aanvullende onderzoeken worden voorgesteld, zoals allergietests (huidtests of bepaling van antistoffen in het bloed), ademhalingstests (voor kinderen vanaf 6 jaar) en orale provocatietests (meer specifiek voor voedsel- of geneesmiddelenallergieën). Met deze tests kan de diagnose worden bevestigd of het verloop van de aandoening van uw kind worden opgevolgd. Tot slot krijgt u een behandeling en advies voorgeschreven. Soms wordt het advies van andere specialisten gevraagd (diëtisten, dermatologen, oogartsen, KNO-artsen, …) om de zorg voor uw kind te optimaliseren.  Advies Als u een ernstige Voedselallergie of een Ernstige astma-aanval vermoedt, begeeft u zich dan naar de Spoedgevallen of naar uw behandelende arts of kinderarts om de eerste behandelingen en adviezen te krijgen. De wachttijden voor onze raadplegingen zijn helaas soms lang; de artsen in de eerstelijnszorg staan voor u klaar tijdens het wachten op uw eerste afspraak bij de Pneumologie – Allergologie (Pediatrische). Zoeken In het U.H.B., en meer bepaald in het Erasmusziekenhuis, hebben we expertise ontwikkeld in de behandeling van voedselallergie. Uw kind zal op een gezamenlijke raadpleging voor voedselallergologie worden gezien door de kinderarts-allergoloog en de diëtist gespecialiseerd in allergologie. We stellen nauwkeurige en veilige diagnoses van voedselallergie zodat we geen eliminatiedieet hoeven op te leggen als dat niet nodig is. Daartoe voeren we bij uw kind een orale provocatietest uit: uw kind krijgt in het ziekenhuis het voedingsmiddel waarvoor een allergie wordt vermoed, in steeds hogere dosissen, om allergische reacties aan het licht te brengen en ze op gepaste wijze te behandelen. Huidtests en bloedonderzoek naar antistoffen volstaan immers niet altijd om de diagnose met zekerheid te stellen. De orale provocatietest geeft ons die zekerheid.Nadat we de voedselallergie van uw kind hebben vastgesteld, kunnen we u voorstellen om het allergeen thuis opnieuw in te voeren volgens een goed uitgewerkt protocol dat aan uw kind is aangepast, om het kind ongevoelig te maken voor de allergie. Het doel is dus ervoor te zorgen dat uw kind niet langer allergisch is voor dit voedingsmiddel. Onze specialisten Geassocieerde diensten
Allergologie
Gezondheidsproblemen
Eetstoornissen
Eetstoornissen bij Kinderen en Adolescenten Wat zijn eetstoornissen?Een eetstoornis  is een "abnormaal" eetgedrag dat gepaard gaat met grote psychische nood, dat langdurig aanhoudt en ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van het individu. Bij deze vorm van mentale aandoeningen zijn de houdingen ten opzichte van het eigen lichaam, gewicht en voedsel verstoord. Ook de psychosociale werking en de kwaliteit van leven worden sterk aangetast.Eetstoornissen komen meestal voor in de adolescentie en treffen voornamelijk meisjes. Ze kunnen echter ook voorkomen bij jongens en kunnen zich zowel in de kindertijd als op volwassen leeftijd manifesteren. Conseils aux Parents De vroege identificatie van waarschuwingssignalen is cruciaal voor een effectieve interventie. Ouders moeten alert zijn op de volgende veranderingen bij hun kinderen:Veranderingen in eetgewoontenObsessie met gewicht en uiterlijkGewichtsverliesTekenen van sociale en/of familiale terugtrekkingVeranderingen in stemming: verdriet, prikkelbaarheid, angst, perfectionismeLaag zelfbeeld Tijd is een bepalende factor bij de behandeling van eetstoornissen. Een snelle diagnose kan ernstige gezondheidsproblemen voorkomen, zoals:Stopzetting van de puberale en ontwikkelingsgroeiHartproblemenBotbreekbaarheidHaaruitvalTandbeschadigingIndicatiesAls u vermoedt dat uw kind of tiener een eetstoornis heeft, is een snelle medische consultatie van groot belang. Huisartsen, kinderartsen of andere eerstelijnszorgverleners kunnen doorverwijzen naar gespecialiseerde instellingen, zoals het Kinderziekenhuis (HUDERF) of het Erasmusziekenhuis.Bij HUDERF biedt Silvana Fuso, specialist in eetstoornissen, een innovatieve benadering voor de behandeling van deze aandoeningen. Door middel van Family Based Therapy (FBT) betrekt zij actief de ouders bij het therapeutische proces, waardoor de noodzakelijke familiale ondersteuning voor herstel wordt geboden.Voor een afspraak:Kinderziekenhuis (HUDERF)Dienst Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het Universitair Kinderziekenhuis: +32 2 477 3180AfspraakformulierErasmusziekenhuis: EMC Consultatie Kinder- en JeugdpsychiatrieSecretariaat: +32 2 555 32 96Afspraakformulier 
Eetstoornissen
Gezondheidsproblemen
Prikkelbare-darmsyndroom
Wat is het prikkelbare-darmsyndroom? Het prikkelbare-darmsyndroom (PDS) is een chronische stoornis van het darmsysteem die de dunne en de dikke darm aantast. De meest frequente symptomen zijn buikpijn en een opgeblazen gevoel, die gepaard gaan met veranderingen in de stoelgang (constipatie of net diarree). Volgens schattingen zou ongeveer 10% van de Belgen lijden aan deze aandoening. Er zijn meerdere oorzaken, en de onderzoeken (bloedonderzoek, beeldvorming, endoscopie) brengen geen afwijkingen aan het licht.  Kliniek De Kliniek voor functionele spijsverteringsaandoeningen van het Erasmeziekenhuis biedt raadplegingen met betrekking tot het spijsverteringscomfort om een evaluatie op te stellen en de symptomen en de levenskwaliteit van de patiënten te verbeteren. De behandeling omvat aanpassingen in de voedingsgewoonten, een raadpleging bij de dienst Diëtetiek, medicatie en soms kinesitherapie (multidisciplinaire benadering).  Onderzoek In het kader van klinisch onderzoek worden regelmatig innovatieve behandelingen voorgesteld.  Onze specialisten Verbonden dienst
Prikkelbare-darmsyndroom
Gezondheidsproblemen
Kliniek voor de ziekte van Parkinson en abnormale motoriek
Wat is de ziekte van Parkinson? De ziekte van Parkinson is een neurodegeneratieve aandoening die veel voorkomt: zelfs de meest frequente na de ziekte van Alzheimer. Ze vloeit voort uit een tekort aan dopamine, een neurotransmitter in de diepe hersenen. In België lijden naar schatting ongeveer 30.000 mensen aan de ziekte van Parkinson: dat is ongeveer 2 à 3 per 1000 inwoners. Mannen worden iets vaker getroffen dan vrouwen. Er is nog geen sluitende duidelijkheid over de oorzaken van deze ziekte. Vermoedelijk spelen complexe genetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. De typische symptomen van deze ziekte zijn tremor in rust, stijfheid en vertraging van de motoriek. Soms treden ook niet-motorische symptomen op en worden bijv. slaap, gedrag of geheugen aangetast.   Behandelingen Neurologen kunnen behandelingen met medicatie voorschrijven. Deze behandelen niet de ziekte maar zijn wel doeltreffend voor de symptomen. Voor het handhaven van een goede fysieke conditie speelt ook kinesitherapie een belangrijke rol. In samenwerking met het Centrum voor neurologische functionele revalidatie (volwassenen) kan een complete evaluatie van de fysieke fitheid gerealiseerd worden. In een meer gevorderd stadium van de ziekte kan hersenstimulatie worden voorgesteld in samenwerking met de dienst voor neurochirurgie, vooral bij mensen die nog geen 70 jaar zijn. Andere mensen hebben baat bij een behandeling in samenwerking met de dienst voor gastro-enterologie, met behulp van een pomp die medicatie inbrengt in het spijsverteringskanaal.  Andere pathologieën Sommige zeldzame ziekten kunnen in hun vroege fase lijken op de ziekte van Parkinson. De neuroloog zal door zijn/haar expertise bepaalde specifieke symptomen van deze ziektes vaststellen, die we als Parkinson plus syndromen kwalificeren. Zo wordt het onderscheid gemaakt, vaak in samenwerking met de diensten voor diagnostische neuroradiologie en voor nucleaire geneeskunde, en samen met de neuropsychologen. Niet alles wat trilt, wijst op de ziekte van Parkinson. Essentiële tremor is een aandoening die zich onderscheidt door het feit dat de tremor het enige symptoom is, dat bovendien typisch optreedt bij de uitvoering van bepaalde bewegingen zoals eten, drinken of tandenborstelen. Dit blijft vaak onder de radar, hoewel het vermoedelijk frequenter is dan de ziekte van Parkinson. Essentiële tremor is meestal zeer goed te behandelen met medicatie, en veel minder vaak met een neurochirurgische ingreep. Dystonie is een neurologische aandoening die een stoornis in de spiertonus veroorzaakt. Dit is te wijten aan een fout signaal dat wordt uitgezonden door de hersenen. Mensen die aan dystonie lijden, kampen met onwillekeurige spiersamentrekkingen. Dit resulteert in abnormale houdingen of motoriek zoals een stijve nek, schrijfkramp of blefarospasme (onwillekeurige samentrekking van de oogleden). Het kan ook veralgemenen, zodat mensen die erdoor getroffen worden uiteindelijk in een rolstoel terechtkomen, of waardoor hun skelet vervormd geraakt. Dystonie kan op elke leeftijd voorkomen, vanaf de kindertijd. De aandoening wordt behandeld met medicatie, met name inspuitingen met botulinetoxine (botox), en soms ook met neurochirurgie, gericht op stimulatie van de diepe hersenen. De ziekte van Huntington is een neurogenetische aandoening, gekenmerkt door onwillekeurige bewegingen die de gebaren versterken (chorea), cognitieve stoornissen en gedragsstoornissen. Ze wordt met een transmissierisico van 50% overgedragen van een ouder op de kinderen. De diagnose kan met absolute zekerheid worden gesteld via een eenvoudige genetische test. De ziekte van Huntington is voorwerp van een wereldwijd register Enroll-HD waaraan wij meewerken en dat toegang biedt tot eventuele klinische proeven. De behandelingen zijn louter symptomatisch en in feite slechts beperkt doeltreffend. Toch werd de voorbije jaren hoopgevende vooruitgang geboekt in het onderzoek. Ook andere pathologieën worden hier behandeld: rustelozebenensyndroom, syndroom van Gilles de la Tourette, paroxismale dyskinesieën, orthostatische tremor, …  Onze specialisten Verbonden dienst
Kliniek voor de ziekte van Parkinson en abnormale motoriek
Gezondheidsproblemen
Systemische mastocytose
Wat is systemische mastocytose? Systemische mastocytose is een zeldzame ziekte. Mastocytose is in feite een groep van ziekten die leiden tot excessieve opstapeling van mastocyten (mestcellen) in het lichaam. Een mastocyte of mestcel is een bepaald type witte bloedcel die het immuunsysteem helpt correct te functioneren.  Bij systemische mastocytose ontstaat een teveel aan mestcellen: ze stapelen zich op in de huid, in het beenmerg, het spijsverteringskanaal of andere lichaamsorganen. Als deze mestcellen geactiveerd worden, geven ze stoffen af die vergelijkbare signalen en symptomen kunnen veroorzaken als bij een allergische reactie. Soms volgt een ernstige ontsteking die orgaanletsels kan veroorzaken. Gebruikelijke triggers zijn alcohol, pikant voedsel, insectenbeten en bepaalde geneesmiddelen.Het syndroom van mestcelactivering en de systemische mastocytose uiten zich met dezelfde signalen en symptomen. Het verschil is de afwezigheid van mestcelproliferatie bij het syndroom van mestcelactivering. Systemische mastocytose wordt ook gekenmerkt door aanwezigheid van een mutatie in het c-KIT-gen. Deze mutatie is meestal niet erfelijk.  Behandeling De signalen en symptomen van systemische mastocytose variëren volgens het lichaamsdeel dat wordt getroffen door een teveel aan mestcellen. Mestcellen kunnen zich accumuleren in de huid, de lever, de milt, het beenmerg of de ingewanden. Ook andere organen zoals de hersenen, het hart of de longen kunnen – weliswaar zelden – getroffen worden.Tot de signalen en symptomen van systemische mastocytose behoren:Roodheid, jeuk.Buikpijn, diarree, misselijkheid of braken.Hartkloppingen, malaise.Allergische reacties, variërend van urticaria (netelroos) tot angio-oedeem (ook Quincke’s oedeem genoemd) en anafylaxie.Hoest, dyspneu, rhinorroe (loopneus), traanvorming.Frequent urineren, branderig urineren.Bot- en spierpijn.Depressie, stemmingswisselingen of concentratieproblemen.Anemie (bloedarmoede) of bloedstollingsproblemen.Hypertrofie van de lever, de milt of de lymfeklieren.Tot de triggers voor mestcelsymptomen behoren:Insectenbeten en -steken.Histaminerijke of histamine-afgevende voeding.Fysieke factoren (temperatuursverandering, koorts).Chirurgische ingrepen, verwondingen.Bepaalde geneesmiddelen. Om de diagnose van systemische mastocytose te kunnen stellen is een biopsie van het aangetaste orgaan (of meerdere organen) nodig: zo kan de link tussen symptomen en ziekte bevestigd worden. Met de biopsie wordt gezocht naar een accumulatie van mestcellen en de mutatie van het c-KIT-gen. Een dosis tryptase is een bloedmarker die heel vaak nuttig is voor de diagnose.Zodra de diagnose is gesteld, moeten nog aanvullende onderzoeken plaatsvinden (echografie van de buik, botdensitometrie, bot- en beenmergbiopsie) om de ernst van de ziekte vast te stellen.De behandeling van mastocytose steunt op twee aspecten. De symptomatische behandeling moet de symptomen beheersen, terwijl de antiproliferatieve behandeling de excessieve productie en accumulatie van mestcellen in de organen moet tegengaan. Voor de behandeling van mastocytose is niet altijd een antiproliferatieve therapie nodig. Dit hangt af van de evaluatie door de specialist.De symptomatische behandeling steunt op de identificatie en de uitschakeling van de triggers voor de mestcelsymptomen evenals gebruik van antihistaminica, antiaciden en andere ‘anti-allergenen’. Patiënten die reeds een ernstige anafylactische reactie hebben meegemaakt, krijgen een adrenaline-pen aangeboden. De antiproliferatieve behandeling steunt op chemotherapie en bepaalde doelgerichte therapieën. In zeldzame gevallen wordt een allogene stamceltransplantatie overwogen. Adviezen Patiënten die worden opgevolgd voor een systemische mastocytose en die in ademnood geraken of een malaise beleven (Quincke’s oedeem of anafylaxie), hebben nood aan een dringende interventie, hetzij op een Spoedafdeling, het zij door te bellen naar het noodnummer 112. Wie over een auto-injectiepen EPIPEN (adrenaline) beschikt, moet deze intramusculair injecteren in afwachting van de komst van de hulpdiensten.  Focus Patiënten met verdachte mastocytose-symptomen worden doorverwezen naar de raadpleging van de diverse specialisten. Het is mogelijk dat u in eerste instantie bij de dienst Hematologie of de dienst Inwendige geneeskunde terechtkomt en pas daarna, afhankelijk van de evaluatie, naar een andere specialist wordt doorverwezen.  Onze specialisten Verbonden diensten
Systemische mastocytose
Gezondheidsproblemen
Histiocytose
Wat is histiocytose? Histiocytose is de benaming voor een groep zeldzame tumoraandoeningen die worden gekenmerkt door de proliferatie van histiocyten (een subgroep van cellen van het immuunsysteem) in verschillende weefsels. De groep omvat onder meer langerhanscelhistiocytose, de ziekte van Erdheim-Chester, de ziekte van Rosai-Dorfman, maligne histiocytose en cutane histiocytose.  De vaakst getroffen organen zijn de huid, de botten, de longen, de hypofyse, het centraal zenuwstelsel, het hart, de grote bloedvaten en het retroperitoneum.De diagnose gebeurt via microscopische en genetische analyses die worden uitgevoerd op biopten van de aangetaste organen. Gezien de zeldzaamheid van deze aandoeningen en de soms moeilijke pathologisch-anatomische diagnose moet er worden samengewerkt met referentiecentra om ze te diagnosticeren en te behandelen.   Behandeling De behandeling van histiocytose omvat een multidisciplinaire aanpak. De behandeling hangt af van het type histiocytose en de ernst van de aantasting van de organen.  Soms kan nauwlettende monitoring zonder behandeling worden voorgesteld. In bepaalde situaties kunnen pijnstillers en botopbouwende geneesmiddelen helpen om de symptomen onder controle te houden.Voor bepaalde gelokaliseerde bot- en huidvormen kunnen chirurgie en radiotherapie de ziekte onder controle houden of zelfs genezen. In ernstigere gevallen kunnen corticosteroïden of chemotherapie nodig zijn.  In 2010 werden genetische afwijkingen bij histiocytose ontdekt, wat heeft geleid tot aanzienlijke vooruitgang in de behandeling van ernstige vormen dankzij het gebruik van gerichte therapieën.Door de vaak chronische aard van deze aandoeningen is het belangrijk dat patiënten regelmatig worden opgevolgd door een histiocytosespecialist.    Nuttige linksAssociation Histiocytose France et Groupe d’Etude des Histiocytoses : Histiocytose.org - Histiocytose Langheransienne - histiocytose.orgFilière de santé Maladies Rares Immuno-Hématologiques (MARIH) : Accueil - MaRIH - Filière de santé Maladies Rares Immuno-Hématologiques Onze specialisten Prof. Virgnie de WildeAdjunct-hoofd van de afdeling Hematologie van het Academisch Ziekenhuis Brussel Maak een afspraak Dr. Tom AbrassartHematoloogHistiocytosespecialist  Maak een afspraak Advies Patiënten met histiocytose leggen soms een lang traject af voor ze de juiste diagnose krijgen. Aarzel niet om contact op te nemen met ons team bij een vermoeden van histiocytose. Focus Onze afdeling is actief betrokken bij verschillende translationele en klinische onderzoeksprotocollen (BCL2-expressie in histiocytose in samenwerking met het Franse referentiecentrum voor histiocytose, onder leiding van Prof. Julien Haroche).Aarzel niet om erover te praten met uw hematoloog.   Ontdek onze afdeling Hematologie
Histiocytose