Article
De Dinsdagen van de Beroerte starten opnieuw vanaf januari 2026!
Elke maand organiseert de Neurovasculaire Kliniek van het H.U.B. een workshop waarin patiënten, mantelzorgers en zorgverleners elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen rond thema’s die verband houden met de periode na een beroerte (evenwicht, concentratie, taal, autorijden, voeding, enz.). Een bijzonder moment om uw moeilijkheden, goede praktijken en vragen te delen met mensen die u begrijpen. Ontdek de workshops van 2026! De beroerteworkshops van 2026 13/01/2026 - Beroerte, arteriële hypertensie en hypercholesterolemie. Meer info10/02/2026 - Beroerte en roken. Meer info17/03/2026 - Beroerte en evenwichtsstoornissen. Meer info21/04/2026 - Beroerte: vermoeidheid, stemmingsstoornissen en slaapapneusyndroom. Meer info16/06/2026 - Opnieuw autorijden na een beroerte. Meer info22/09/2026 - Aandachts- en cognitieve stoornissen na een beroerte. Meer info17/11/2026 - Beroerte en beheer van cardiovasculaire risicofactoren via voeding. Meer info15/12/2026 - Communiceren na een beroerte: ondersteuning door logopedisten. Meer info Artikelen over het leven na een beroerteDe Dinsdagen van de Beroerte vinden het hele jaar door plaats. Heeft u eerdere sessies gemist? Ontdek hier enkele artikels waarin onze experts alles uitleggen! CVA: snel handelen om de hersenen te redden, ongeacht de leeftijd. Lees het artikelOpnieuw autorijden na een CVA: belangrijke informatie. Lees het artikelObesitas: een belangrijke factor voor de preventie van CVA's. Lees het artikelSpraak- en taalstoornissen na een beroerte. Lees het artikelVoeding: een waardevolle troef om CVA's te voorkomen. Lees het artikelAnatomie van een val: evenwichtsstoornissen na een beroerte. Lees het artikelBeroerte: hoe voorkom je de uitputting van mantelzorgers? Lees het artikelKunnen er epilepsieaanvallen optreden na een CVA? Lees het artikel
Article
De referentieverpleegkundigen pijn: onmisbare spelers in het ziekenhuis
In het kader van de campagne 'Word referentieverpleegkundige pijn' die wordt georganiseerd door de afdeling Algologie van het H.U.B. legt Geneviève Philippe, gespecialiseerd klinisch verpleegkundige, het belang uit van deze rol en van een optimale zorg voor patiënten met pijn. De kennis over pijnbestrijding doorgeven aan de teams De referentieverpleegkundigen pijn hebben verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Ze zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie om die door te geven aan alle medewerkers op hun dienst. We rekenen ook op hen om de medische en paramedische teams bewust te maken van de goede praktijken voor de zorg voor patiënten met pijn wat betreft de evaluatie van de pijn, de aan te bevelen behandeling, de toedieningsmethode voor de behandeling en ook, indien nodig, een herziening van de behandeling. We bezorgen hen de hulpmiddelen, het informatiemateriaal en de opleidingen die ze kunnen aanbieden aan hun dienst. Tot slot kunnen de referentieverpleegkundigen pijn met een echte interesse in de ontwikkelingen wat betreft pijnbestrijding deelnemen aan seminars en de wetenschappelijke literatuur raadplegen om hun expertise op peil te houden.Een vereiste van het ziekenhuis “We hebben bij het H.U.B op dit moment een tekort aan referentieverpleegkundigen pijn. Idealiter zou er een moeten zijn op elke dienst van onze verschillende instellingen. Vandaag hebben we er echter slechts 25. We hebben er drie keer zoveel nodig!”Het is nochtans een vereiste van het ziekenhuis. Daarom lanceert het team van de afdeling Algologie de campagne 'Word referentieverpleegkundige pijn', in de hoop voldoende referentieverpleegkundigen pijn te werven op alle H.U.B.-sites.Afgezien van het wettelijke aspect is het sowieso aangewezen om op elke dienst personeel te hebben dat gespecialiseerd is in pijnbestrijding. Pijn is uiteraard niet op alle diensten in dezelfde mate aanwezig, maar in het belang van de patiënten én de zorgverleners moet er wel overal optimaal mee worden omgegaan. Naar een echte cultuur van pijnbestrijding “Er is een 'pijncultuur' in de zin dat we ons concentreren op acute en chronische pijn op het moment dat die zich voordoet, in plaats van te proberen anticiperen op bepaalde soorten pijn die misschien minder intens zijn, maar die de patiënt op lange termijn echt ongemak kunnen bezorgen” Bij een biopsie verwachten we bijvoorbeeld dat de patiënt na de procedure wat pijn heeft. Als er niet op die pijn wordt geanticipeerd, kan die later alsnog optreden en kan er een nieuwe behoefte van de patiënt ontstaan die een sterkere behandeling vereist. De pijndrempel verschilt uiteraard van persoon tot persoon. Het is ook belangrijk om te letten op het vermogen van de patiënt om zijn pijn te uiten. Het is niet omdat hij niets zegt, dat hij niet lijdt. Jonge kinderen, ouderen of mensen met een beperking die niet (meer) over de nodige communicatievaardigheden beschikken, kunnen verlichting nodig hebben. Bepaalde signalen, zoals de lichaamshouding of medische parameters, of bepaald gedrag, zoals kreunen of een vertrokken gezicht, kunnen erop wijzen dat er iets mis is. Bepaalde soorten pijn bij ouderen, zoals artrosepijn, worden vaak als 'normaal' beschouwd terwijl er eigenlijk een betere verlichting van die pijn mogelijk is. Dankzij pijnbestrijding kunnen deze patiënten voldoende mobiliteit behouden, gestimuleerd worden, hun fysieke en mentale conditie verbeteren en vooral hun autonomie zoveel mogelijk behouden. Vanuit dat perspectief is het duidelijk dat zowel de patiënt als zijn naasten en zorgverleners baat hebben bij de pijnbestrijding. Essentiële expertise en impactDe rol van referentieverpleegkundige pijn is geen bijkomende functie, maar een rol die volledig is geïntegreerd in de dagelijkse praktijk. Het doel is om de zorg voor patiënten te optimaliseren en, dankzij specifieke expertise en kennis, verlichting te kunnen bieden.  “Het lijden van iemand verlichten en bij uitbreiding zijn aandacht, slaap, humeur, voeding enz. verbeteren, geeft veel voldoening en wordt zeer gewaardeerd door de patiënt en zijn naasten.”
Article
Spraak- en taalstoornissen na een beroerte
Ter gelegenheid van de CVA-workshops die worden georganiseerd door de Neurovasculaire kliniek van het Erasme Ziekenhuis – H.U.B. leggen logopedisten Laura Moraldo en Costanza Rollo Collura en neurolinguïst Agnès Brison ons concreet uit welke de implicaties de spraak- en/of taalstoornissen hebben bij patiënten die één of meerdere CVA's hebben gehad.  Een woord dat op het puntje van je tong ligt ... Kunt u het verschil uitleggen tussen spraak- en taalstoornissen?Een verworven taalstoornis (ook 'afasie' genoemd) is een taalstoornis bij patiënten die vóór hun CVA een normale taalontwikkeling hadden. Deze stoornis resulteert in het onvermogen van de patiënt om taal te gebruiken om anderen te begrijpen of om zich uit te drukken, zowel mondeling als schriftelijk. Ze tast de woordenschat aan, de zinsbouw en zelfs de 'pragmatische' aspecten van communicatie, zoals het begrijpen van humor, impliciete boodschappen, beeldspraak, alles wat ingewikkeld is in de relatie van de patiënt met anderen.Een spraakstoornis (ook 'dysartrie' genoemd) tast het vermogen van de patiënt aan om de woorden in zijn hoofd uit te spreken, om klanken aan elkaar te rijgen als de zinnen lang zijn of de opeenvolging van klanken complex is (bv. opeenvolging van medeklinkers, gelijkaardige klanken zoals p/b; l/n). Dysartrie is dus een uitspraakprobleem. Het kan ook problemen veroorzaken met betrekking tot het gebruik van de stem. Spraak- en taalstoornissen kunnen beide het gevolg zijn van een CVA of hoofdletsel. Ze kunnen samen of onafhankelijk van elkaar voorkomen. "De meeste patiënten hebben niet alleen een spraak- of taalstoornis. Ze hebben vaak ook andere stoornissen, zoals motorische of cognitieve problemen, die te wijten zijn aan de hersenletsels die het CVA heeft veroorzaakt in verschillende zones van de hersenen. Daarom moet de patiënt multidisciplinaire zorg krijgen."Welke gevolgen hebben spraak- en taalstoornissen?  Zijn ze onomkeerbaar? Image Meestal leggen we de patiënt uit dat de zones die zijn aangetast niet meer terug zullen gaan werken, maar dat andere zones die voorheen die taak niet vervulden het werk zullen overnemen. Dat noemen we hersenplasticiteit: de hersenen kunnen zenuwverbindingen reorganiseren. Het herstel hangt af van tal van factoren, zoals de locatie en omvang van het letsel, de leeftijd, de motivatie en de aan- of afwezigheid van ruimere cognitieve problemen (geheugen, aandacht enz.).Voor de patiënt is de impact vooral psychosociaal want de communicatie en interactie met zijn omgeving (zowel persoonlijk als professioneel) zijn heel moeilijk. Dat onvermogen om te communiceren beïnvloedt zijn sociale banden, zijn werk. Het brengt grote frustraties met zich mee, vooral wanneer de patiënt zich bewust is van zijn stoornis en problemen. "Patiënten zeggen vaak 'het woord zit in mijn hoofd, maar het komt er niet uit'. Ze hebben echt het gevoel dat het woord op het puntje van hun tong ligt, maar dat ze het toch niet kunnen uitspreken. Dat overkomt ons allemaal wel eens, maar bij afasie gebeurt het soms bij elk woord. Als je daar heel de dag mee moet worstelen, elke dag opnieuw, wordt het al snel extreem frustrerend en kan het leiden tot een vorm van isolatie, een laag zelfbeeld en een impact op het professionele leven van de patiënt."Ook op de mantelzorgers heeft het een grote dagelijkse impact. Zij moeten veel moeite doen om te begrijpen en interpreteren wat de patiënt probeert te zeggen. Die voortdurende inspanningen kunnen een cognitieve, mentale en vooral emotionele overbelasting veroorzaken voor de mantelzorgers, die ook moeten leren leven met een persoon die niet meer is wie hij vroeger was.  Image "Het risico op een burn-out is reëel en naast communicatieproblemen kunnen taal- en spraakstoornissen leiden tot een verstoorde relatie tussen mantelzorger en patiënt, in de zin dat de rollen worden omgedraaid. De persoon die ooit de steun en toeverlaat van het gezin was, is nu de persoon die verzorgd en geholpen moet worden. Die veranderde dynamiek kan moeilijk zijn om mee om te gaan – er bestaan dan ook praatgroepen om mantelzorgers hierin te begeleiden."Spraak- en taalstoornissen bij patiënten die één of meer beroertes hebben gehad, vormen ook een uitdaging voor de zorgverleners. Communicatie is ontzettend belangrijk in het revalidatieproces, of het nu gaat om communicatie tussen de zorgverlener en de patiënt, de zorgverlener en de familie van de patiënt of de zorgverleners onderling. Hoe kunnen we iemand helpen beter te worden als we niet begrijpen of verkeerd interpreteren wat hij ons zegt?Daarom hebben we een hele reeks hulpmiddelen die ons, afhankelijk van de capaciteiten van de patiënt, in de meeste gevallen in staat stellen hem te begrijpen en te beantwoorden aan zijn behoeften. We gebruiken afbeeldingen, geschreven woorden, mondelinge gesloten vragen (ja/nee-vragen), schrijven en tekenen om patiënten te helpen zich uit te drukken en hun frustratie te temperen. "We werken samen met alle therapeuten die betrokken zijn bij het zorgtraject van de patiënt om te zorgen dat iedereen de behoeften van de patiënt zo goed mogelijk begrijpt. We willen situaties vermijden waarin patiënten zich zo gefrustreerd en ontmoedigd voelen door hun onvermogen om zich uit te drukken en begrepen te worden dat ze boos worden en gaan huilen in het bijzijn van de zorgverleners die hen echt willen helpen en zich totaal machteloos voelen."Welke medische behandelingen zijn er momenteel beschikbaar in het Erasme Ziekenhuis – H.U.B. om spraak- en taalstoornissen te voorkomen/beperken/behandelen (?) bij patiënten die een of meerdere CVA's hebben gehad?  Bij een CVA moet er zo snel mogelijk worden ingegrepen.Wat betreft het medisch luik heeft het H.U.B. een CVA-eenheid (Stroke Unit) in de Neurovasculaire kliniek die chirurgische ingrepen uitvoert (trombectomie en trombolyse) om de slagaders vrij te maken en de normale bloedstroom te herstellen zodat de hersenletsels zoveel mogelijk worden beperkt.Op paramedisch gebied is er het ambulant neurologisch functioneel revalidatiecentrum voor volwassenen (CRFNA) waar een multidisciplinair team van logopedisten, kinesisten, ergotherapeuten, een psycholoog, neuropsychologen, artsen en een maatschappelijk werker de patiënten centraal stellen en nauw samenwerken om zo goed mogelijk te beantwoorden aan hun behoeften en persoonlijke doelstellingen.In samenwerking met de logopedisten bieden de ergotherapeuten communicatiehulpmiddelen aan, met name in de acute fase, en observeren ze hoe de patiënt het aanpakt, analyseren ze de capaciteiten en beoordelen ze de ernst van de stoornis. Ze stellen ook oefeningen voor, zoals categorieën opstellen, woorden samenvoegen of de fijne motoriek voor schrijven en precieze bewegingen herstellen. Die oefeningen vormen de basis voor een hele reeks activiteiten die zullen worden uitgevoerd met de andere zorgverleners die betrokken zijn bij het zorgtraject van de patiënt.  Image De neuropsychologen werken aan de cognitieve functies zoals geheugen, aandacht en concentratie, die cruciaal zijn voor de spraak- en taalrevalidatie.De kinesisten helpen de patiënten om aan hun houding te werken, want die heeft een impact op hun ademhaling en dus hun spraak.We hebben ook een eigen psycholoog op de dienst die de patiënten en hun mantelzorgers helpt om emotioneel en mentaal om te gaan met het leven na een CVA.Ook op de Stroke Unit zijn er logopedisten aanwezig die de patiënten bijstaan in de zogenaamde 'acute' fase, dus wanneer ze net een CVA hebben gehad. Ze beoordelen of de patiënt een slikstoornis heeft, om te bepalen of hij wel of niet kan eten.Indien nodig worden de patiënten vervolgens opgenomen op de dienst neurologische revalidatie, want zelfs wanneer ze medisch stabieler zijn, hebben ze vaak nog een opvolging in het ziekenhuis nodig. Patiënten hebben ook begeleiding nodig om te leren omgaan met hun autonomieverlies, dat vaak aanzienlijk is in het begin (met name niet kunnen stappen). Andere logopedisten volgen de slikstoornissen (dysfagie) op als die niet zijn opgelost, en behandelen de taal- (afasie) en spraakstoornissen (dysartrie). De revalidatie kan dan beginnen.Wanneer de patiënt tot slot in de chronische fase komt, d.w.z. wanneer hij op middellange of lange termijn moet leven met de stoornissen die door het CVA zijn veroorzaakt, is het aan de logopedisten en neurolinguïsten om te begrijpen hoe het er thuis aan toe gaat en om te zorgen dat de vaardigheden die de patiënten bij hen verwerven ook worden overgedragen naar de buitenwereld. Dat is een belangrijke stap.  Wat kan de patiënt en/of eventueel de mantelzorger thuis doen om opnieuw beter te kunnen communiceren?De patiënt heeft een rustige omgeving nodig."Afasie is geen doofheid, het is gewoon een begripsprobleem. Het heeft dus geen zin om luid te praten of te roepen om te communiceren." Patiënten met spraak- en taalproblemen hebben natuurlijk meer tijd nodig om woorden en zinnen te vormen, en het is belangrijk om, ook al is de verleiding groot, hun zinnen niet voor hen af te maken, hen niet te onderbreken, niet te doen alsof je hen begrijpt, want dat is erg infantiliserend en kan hun wil en motivatie om te communiceren tenietdoen. Gesloten vragen, die met ja of nee beantwoord moeten worden, zijn een uitstekende communicatietechniek.  Samenvatten of herformuleren is ook heel nuttig voor mantelzorgers die zeker willen zijn dat ze begrepen hebben wat de patiënt wilde zeggen. Een patiënt die een CVA heeft gehad, voelt zich tot 2 jaar na het accident extreem moe. Hij heeft dus rust nodig om te herstellen, maar ook om zijn hersenen de tijd te geven om zijn kennis te reorganiseren."Vaak vragen de mensen in de omgeving van de patiënt wat ze hem kunnen laten doen, maar de rol van de familie of omgeving is om de patiënt aan te moedigen en te motiveren bij zijn inspanningen om te blijven proberen communiceren. De revalidatie is onze taak. Wat patiënten van hun familie nodig hebben is geduld en zorgzaamheid."Laura Moraldo, LogopedistCostanza Rollo Collura, LogopedistAgnès Brison, Neurolinguïst
Article
Week van het Klinisch Onderzoek van het H.U.B. van 19 tot 23 mei 2025
Van 19 tot 23 mei 2025 nodigt het Academisch Ziekenhuis Brussel (H.U.B.) u graag uit voor zijn week van het klinisch onderzoek. Tijdens dit evenement presenteren onderzoekers kort hun werk tijdens 22 seminars en beantwoorden ze vragen. De seminars worden gehouden in het Kinderziekenhuis op de campus in Laken, en op de campus in Anderlecht, waar het Jules Bordet Instituut en het Erasme Ziekenhuis gevestigd zijn. Sommige seminars zullen live worden geïllustreerd door Adeline Deward, wetenschapster en illustratrice. Bij elke sessie worden broodjes geserveerd. In de bijlage vindt u het gedetailleerde programma voor de twee campussen. Tegelijkertijd zullen er stands worden opgezet in de inkomhallen van de drie ziekenhuizen van het H.U.B. (Jules Bordet Instituut, Erasme Ziekenhuis en Kinderziekenhuis), waar ook de bezoekers aan het ziekenhuis kennis kunnen maken met de onderzoekers en informatie kunnen krijgen.  Wilt u meeur info? Klik hier voor het volledige programma.  Zin om deel te nemen? Vul dit formulier in om u in te schrijven. Neem gerust contact op via een e-mail naar communication [at] hubruxelles [dot] be (communication[at]hubruxelles[dot]be) als u vragen hebt.  
Article
Inhuldiging van de Thuisdialysekliniek
Op 18 april opende de dienst Nefrologie, Dialyse en Niertransplantatie van het Academisch Ziekenhuis Brussel officieel de gloednieuwe Thuisdialysekliniek. Thuisdialyse: voor maximale autonomie van de patiënt Ter gelegenheid daarvan legt Dr. Anne-Lorraine Clause, Directrice van de kliniek, uit hoe de nieuwe infrastructuur beter inspeelt op de noden van nierpatiënten op vlak van autonomie en flexibiliteit, maar ook op de behoeften van het zorgpersoneel.1. Wat is thuisdialyse? Wat houdt het in? Voor wie is het bedoeld?Thuisdialyse is een vorm van nierdialyse die thuis gebeurt, in een propere en aangepaste omgeving. Deze aanpak biedt de patiënt zoveel mogelijk autonomie, met een variabele graad van ondersteuning, gaande van logistieke hulp (zoals leveringen) tot assistentie bij het technische dialyseproces zelf – bijvoorbeeld bij visuele, motorische of geheugenproblemen. Die hulp kan geleverd worden door een familielid of een thuisverpleegkundige.Thuisdialyse wordt voorgesteld aan patiënten die gemotiveerd zijn en in staat zijn om hun behandeling grotendeels zelf te beheren, zowel wat betreft organisatie als de uitvoering van de dialyse en medische opvolging. Autonomie sluit ondersteuning uiteraard niet uit: wie het nodig heeft, kan rekenen op hulp van familie of een verpleegkundige aan huis. “Thuisdialyse is geschikt voor de meeste patiënten met nierfalen. Er zijn weinig zuiver medische tegenindicaties. De keuze voor een thuistechniek hangt vaak meer af van de sociale en familiale omgeving. Zoals bij elke chronische aandoening met een zware behandeling, speelt de persoonlijke context een sleutelrol in de evolutie van de patiënt en therapietrouw”.Thuisdialyse omvat zowel peritoneale dialyse (manueel of automatisch) als hemodialyse. Het zijn dezelfde technieken als in het ziekenhuis, maar met vereenvoudigde, compacte apparatuur, gebruiksvriendelijke interfaces en kant-en-klare dialysevloeistoffen.Deze twee methoden vullen elkaar perfect aan. Ze passen zich aan aan het profiel, de voorkeuren en de medische behoeften van de patiënt, op verschillende momenten in hun zorgtraject. Patiënten met een hoge dialysebehoefte kiezen meestal voor thuishemodialyse. “Patiënten kunnen in de loop van hun nierziektetraject hiërarchisch en in de tijd kiezen tussen verschillende technieken. De keuze hangt ook af van hoe de patiënt zich voelt bij het omgaan met bloed, een katheter onder de navel, enz”2. Hoe beantwoordt de nieuwe kliniek aan deze behoeften?De Thuisdialysekliniek is de afgelopen vijf jaar ontstaan, in het kader van de groei van het aantal patiënten. Vandaag biedt ze elke patiënt een meer diverse en gepersonaliseerde zorgaanpak.“De oprichting van de kliniek is een terechte erkenning van het werk dat het team heeft verricht op vlak van organisatie en structurering. Die erkenning motiveert ons om de zorg nog beter te organiseren en af te stemmen op het volledige traject van de patiënt – van de pre-dialysefase tot de overgang naar andere technieken, inclusief educatie, training en medische opvolging" De kliniek voldoet aan kwaliteitsstandaarden. Er zijn duidelijke doelstellingen, de hoofdrolspelers zijn herkenbaar en het zorgpersoneel is georganiseerd in referentiefiguren. De kliniek kan ook klinische studies hosten, kwaliteitsregisters opzetten en evenementen organiseren die aansluiten bij de academische missie van het H.U.B.3. Hoeveel patiënten begeleidt u jaarlijks en wat zijn hun kenmerken?“Elk jaar begeleiden we ongeveer zestig patiënten. Er is natuurlijk een belangrijke doorstroom, met nieuwe patiënten en patiënten die de kliniek verlaten – door een transplantatie of overlijden. Het aantal patiënten is de laatste vijf jaar gestegen”Deze groei maakte het noodzakelijk om een volwaardige kliniek te creëren, zodat de teams de zorg nog efficiënter kunnen organiseren. De Thuisdialysekliniek ondersteunt nu een kritische massa patiënten waarvoor aangepaste protocollen en ruimtes nodig zijn.De kliniek beschikt over specifieke ruimtes voor educatie, training en opvang bij technische problemen thuis. Privacy en communicatie zijn essentieel, en de inrichting van de kliniek is afgestemd op deze noden – zowel voor patiënten als voor zorgverleners. 4. Welke andere dialyseopties biedt het H.U.B aan? Hoe weet een patiënt welke techniek het beste bij hem/haar past?De keuze van dialyse hangt af van de medische en sociale context van de patiënt, maar ook van leeftijd en levensstijl.Hemodialyse in het centrum – met intensieve medische monitoring – is het meest geschikt voor patiënten die in spoed starten of erg kwetsbaar en sociaal geïsoleerd zijn. Deze patiënten willen of kunnen zich vaak niet autonoom verzorgen en geven de voorkeur aan ziekenhuiszorg.‘Self-care’ hemodialyse is een tussenvorm tussen thuis en ziekenhuis: de patiënt voert zelf de technische handelingen uit, maar onder toezicht in een medische omgeving.Nachthemodialyse is geschikt voor patiënten met een grote dialysebehoefte (drie nachten per week) die overdag vrij willen zijn, bijvoorbeeld om te werken. Deze techniek wordt volledig uitgevoerd door verpleegkundigen.Manuele peritoneale dialyse houdt in dat de patiënt overdag zelf meerdere keren per dag dialysevloeistof in en uit de buik laat lopen, zonder machine.Geautomatiseerde peritoneale dialyse gebeurt ’s nachts met een machine (cycler) die automatisch de uitwisselingen uitvoert terwijl de patiënt slaapt.Thuishemodialyse is een techniek waarbij de patiënt thuis wordt gedialyseerd met een machine die het bloed filtert, meestal meerdere keren per week, nadat hij/zij hiervoor goed is opgeleid.Thuishemodialyse is praktisch omdat het de patiënt tijdsflexibiliteit biedt: hij/zij kan kiezen voor een langere dialyse 's nachts of kortere sessies overdag. De keuze wordt besproken op basis van de medische noden, voorkeuren, levensdoelen en thuissituatie van de patiënt. Het H.U.B is het enige ziekenhuis in Brussel dat nachthemodialyse aanbiedt.Thuishemodialyse is praktisch omdat het de patiënt tijdsflexibiliteit biedt: hij/zij kan kiezen voor een langere dialyse 's nachts of kortere sessies overdag. De keuze wordt besproken op basis van de medische noden, voorkeuren, levensdoelen en thuissituatie van de patiënt.“Het grote voordeel van thuisdialyse is dat de patiënt niet hoeft te functioneren binnen een groepsstructuur. Hij of zij beslist zelf wanneer de dialyse plaatsvindt, binnen een schema dat samen met de arts wordt opgesteld. Dialyse is een zware behandeling en we doen er alles aan om de patiënt maximale autonomie en flexibiliteit te bieden via een persoonlijk zorgplan”.   Dr. Anne-Lorraine CLAUSENefroloog, Directeur van de Thuisdialysekliniek
Article
De spoedafdeling krijgt een make-over
In het kader van de inhuldiging van de nieuwe route en onthaalfaciliteiten van de spoedafdeling legt Adeline Higuet, de directeur van de afdeling, uit wat haar visie is op de spoedafdeling, het renovatieproject en de volgende fasen van de werkzaamheden. In het renovatieproject voor de spoedafdeling zorgt de architectuur voor de functionaliteit en wordt de functionaliteit ondersteund door de architectuur, in die zin dat de configuratie van de infrastructuur wordt aangepast aan de spoedeisende zorg die men wil toedienen. Die benadering is gebaseerd op het zoneconcept dat wordt gebruikt door de modernste spoedafdelingen.Bij het zoneconcept staat de patiënt centraal in een continue stroom, waarbij hij of zij verschillende specifieke zorgzones doorloopt waar de ziekenhuisarchitectuur in combinatie met verzorging door een tandem van een spoedarts en -verpleegkundige zorgt voor een omvattende, zorgzame en vloeiende zorg vanaf de aankomst op de spoedafdeling tot het ontslag of de opname. Het voordeel van deze benadering is dat patiënten sneller kunnen worden behandeld. We willen uiteraard zo efficiënt mogelijk werken, maar tegelijkertijd menselijk en respectvol blijven ten aanzien van de patiënten, hun behoeften en hun situatie.De eerste zorgzone bestaat uit het onthaal en een wachtkamer voor volwassenen en pediatrische spoedgevallen. In de centrale zone bevinden zich drie triagecabines die cruciaal zijn voor het zoneconcept."We hebben binnen de medische triage ook een bijzonderheid ontwikkeld (triage 3): de fasttrackzone, waar 'niet-dringende' spoedgevallen worden behandeld die snel kunnen worden aangepakt zonder dat de patiënt naar de zorgzone voor de ernstigere gevallen moet. Die zone heeft ook een eigen wachtkamer."Die drie ruimtes, samen met een ontspanningsruimte bedoeld om het welzijn van het personeel te verhogen, vormen samen het nieuwe deel van de spoedafdeling dat in mei wordt geopend. Daarnaast wordt ook de huidige spoedafdeling gerenoveerd met een hedendaagsere look en structurele aanpassingen die ons in staat zullen stellen om per zorgzone te werken. Het gaat om:Triagezone 4, voor (lichte) medische aandoeningen waarvoor geen ziekenhuisopname nodig is;Zorgzones 1, 2 en 3, waarover de patiënten worden verdeeld op basis van de ernst van de situatie en de dringendheid van de behandeling. De dringendste gevallen (vanwege hun ernst) worden doorverwezen naar het shocklaboratorium."We hebben ook een nieuwe geïntegreerde bewakingseenheid die de spoedafdeling voorziet van 6 tot 8 bedden voor tijdelijke opname."  De bewakingseenheid is bedoeld voor: Patiënten die 3 à 6 uur moeten worden opgevolgd voor ze naar huis mogen (bijvoorbeeld bij een hersenschudding, pijnbestrijding);Patiënten die 12 à 24 uur moeten worden opgevolgd voor ze naar huis mogen;Patiënten die moeten worden opgenomen, in afwachting van een bed dat vrijkomt op de dienst waarnaar ze vervolgens zullen worden overgeplaatst.Alles gebeurt er met respect voor de patiënt, de omstandigheden waarin hij wordt opgevangen en de familie die met hem is meegekomen. Trauma care is een duidelijk afgebakende zone voor de behandeling van chirurgische en orthopedische pathologieën.De strategische ligging naast de spoedradiologie zorgt voor een vlotter verloop van de zorg.De bewakingseenheid en trauma care (respectievelijk de gele en roze zones) werden gerenoveerd in 2024. De volgende fasen van het project worden het meest complex, met de renovatie van de isolatiekamer en de psychiatrische raadplegingsruimtes en de renovatie van de medische cabines en de volledige werkruimte voor artsen en verpleegkundigen. Deze fase is complexer omdat ze wordt uitgevoerd zonder de activiteiten te onderbreken en dus in zones waar op dat moment patiënten zijn. Gelukkig hebben we de steun van de infrastructuurafdeling, die het probleem gaat aanpakken via een stoelendans tussen de ongebruikte en gebruikte delen van de afdeling. We willen de werken afronden tegen het einde van het jaar."Onze veranderingen aan de spoedafdeling zijn geïnspireerd op de waarden respect, zorgzaamheid en luisteren naar zowel de patiënten als de teams. De patiënt staat centraal bij alles wat we doen."Wat betreft de werking hebben we overigens het geluk dat onze tandems van spoedartsen en -verpleegkundigen van topniveau zijn."We zijn als eerste ziekenhuis in Brussel een uniek model aan het creëren met een multidisciplinair spoedgevallenteam dat bestaat uit spoedartsen, maar ook internisten (die uitkijken voor zeldzamere pathologieën: men vindt wat men zoekt), anesthesisten, chirurgen en senior pediaters. Het is dankzij die gecombineerde vaardigheden dat onze afdeling enerzijds zulke doeltreffende zorg kan bieden aan onze patiënten en anderzijds een opleidingsomgeving vormt voor onze artsen in opleiding. Een andere bijzonderheid van onze afdeling is dat patiënten vanaf hun aankomst worden opgevolgd door een tandem van een arts en verpleegkundige. Het is wetenschappelijk bewezen dat die aanpak de zorgkwaliteit significant verbetert."*Met deze veranderingen willen we een vlottere, positievere, menselijkere en zorgzamere patiëntenervaring creëren. Onze missie is gebaseerd op drie belangrijke concepten: 'Care', verzorgen met respect;'Cure', de patiënten behandelen;'Counsel', op basis van onze verplichting om de patiënt medisch op te volgen."Patiënten vertrekken hier niet zonder te begrijpen wat ze hebben. Alle nodige afspraken worden vastgelegd. Ze krijgen systematisch alle nodige informatie, documenten en voorschriften."We zijn op onze afdeling ook bijzonder aandachtig voor de tweetaligheid. Er moet natuurlijk nog veel gebeuren, maar we doen er samen met de verpleegkundigen, artsen en DGH- en MUG-bestuurders alles aan om een optimale zorg te garanderen. *Bron: The impact of senior doctor assessment at triage on emergency department performance measures: systematic review and meta-analysis of comparative studies, Maysam Ali Abdulwahid 1, Andrew Booth 1, Maxine Kuczawski 1, Suzanne M Mason 1 , Emerg Med J, 2016 Jul;33(7):504-13. doi: 10.1136/emermed-2014-204388. Epub 2015 Jul 16. Dr. Adeline HIGUETDirecteur van de spoeddienst van het H.U.B
Article
Achillespeestendinopathie bij topsporters
De aandoening komt vaak voor bij topsporters, maar spaart ook de hobbyjoggers, dertigers met een plotse motivatie om een marathon te lopen of veertigers die na een pauze van 10 jaar terug gaan padellen niet. Hoe behandelen we haar doeltreffend zodat ze niet chronisch wordt ? Interview met Dr. Hamlet Mirzoyan, Directeur van de dienst Orthopedie van het H.U.B Lopen, springen, plotse richtingsveranderingen: de achillespees wordt bij veel sporten zwaar op de proef gesteld. De aandoening komt vaak voor bij topsporters, maar spaart ook de hobbyjoggers, dertigers met een plotse motivatie om een marathon te lopen of veertigers die na een pauze van 10 jaar terug gaan padellen niet. Eerst heeft de patiënt een matige pijn, voelt het wat oncomfortabel. Dan wordt het ongemak langzaamaan chronisch, nemen de prestaties af en volstaat rust niet meer. Dat is waar de huisarts ten tonele verschijnt, want hij is vaak de eerste die de patiënt ziet, soms al bij de eerste pijn. Hij kan de juiste behandeling opstarten, courante fouten vermijden en vooral voorkomen dat de aandoening chronisch wordt.Daarom organiseert de dienst Orthopedie van het Academisch Ziekenhuis Brussel (H.U.B.) op 10 mei een symposium gewijd aan de behandeling van achillespeestendinopathie (AT) bij topsporters. Het doel? Huisartsen beter uitrusten om met deze frequente en soms moeilijk te behandelen aandoening om te gaan. Ontmoeting met dr. Hamlet MIRZOYAN, directeur van de dienst Orthopedie van het H.U.B. en specialist in sportgeneeskunde. Image Achillespeestendinopathie: een slecht begrepen maar bekende pathologie In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is achillespeestendinopathie geen acute ontsteking, maar een progressieve degeneratie van de pees. Er zijn twee verschillende vormen: niet-insertie-tendinopathie (gelokaliseerd 2 à 6 cm boven de hielbeenaanhechting), die het meest voorkomt bij sporters, en insertie-tendinopathie (ter hoogte van de aanhechting van de pees op het hielbeen), die moeilijker te behandelen is. In beide gevallen zijn de klinische symptomen vaak kenmerkend: pijn aan de achterkant van de enkel, vaak bij inspanning, maar ook bij het opstarten (koude pijn die afneemt bij opwarming), ochtendpijn met stijfheid bij het opstaan, ongemak bij lopen of lang wandelen, een voelbare verdikking van de pees of een knobbeltje. Image De cruciale rol van de huisarts bij de behandeling van achillespeestendinopathie Achillespeestendinopathie wordt vaak gezien in de huisartsenpraktijk, vooral bij sportieve patiënten, maar ook bij anderen. De huisartsen spelen een fundamentele rol bij de vroege opsporing, eerste therapeutische oriëntatie en opvolging van deze patiënten.Patiënten met achillespeestendinopathie nemen vaak hun toevlucht tot ontstekingsremmers, die ze herhaaldelijk nemen, of infiltraties met corticosteroïden. Het probleem is dat die behandelingen hen niet helpen. Integendeel, ze kunnen de pees verzwakken."Maar al te vaak komen patiënten bij ons wanneer ze er al een paar maanden last van hebben en de situatie soms al verergerd is, terwijl een correcte behandeling in een vroeger stadium had kunnen voorkomen dat de aandoening chronisch werd." 5 aanbevolen acties voor huisartsen bij de behandeling van achillespeestendinopathieIdentificeer de kenmerkende klinische symptomen: pijn bij palpatie, pijn bij passief stretchen of weerstand bij contractie van de driehoofdige kuitspier.De sportactiviteit aanpassen: het is niet altijd nodig om volledig te stoppen, maar het is belangrijk om de belasting te verminderen, vooral bij plyometrische bewegingen (springen, afstoten).Gerichte kinesitherapie voorschrijven: de eerstelijnsbehandeling is gebaseerd op progressieve excentrische oefeningen. Het is belangrijk om patiënten door te verwijzen naar een kinesist die opgeleid is in deze protocollen.Corticosteroïden vermijden: in dit geval verhogen de corticosteroïde-injecties het risico op een peesscheur.Zoek naar risicofactoren: mechanische overbelasting, verkeerd trainen, ongeschikte schoenen, statische aandoeningen (holvoet, overpronatie), maar ook metabole pathologieën zoals diabetesWanneer de huisarts een patiënt doorverwijst naar een specialist Image In sommige situaties moet een specialist worden geraadpleegd. Als de pijn aanhoudt ondanks 6 à 8 weken correcte behandeling – d.w.z. rigoureuze kinesitherapie en een aanpassing van de sportactiviteit – of als er een vermoeden is van een gedeeltelijke scheur, schade aan de aanhechting of aanzienlijke verkalking, wordt aanbevolen dat de patiënt wordt doorverwezen naar een specialist in sportgeneeskunde."Als de behandeling niet helpt of het probleem chronisch wordt, moet er actie worden genomen. Ook dagelijkse invaliderende pijn is een criterium om door te verwijzen."De dienst Orthopedie van het H.U.B. biedt een multidisciplinair zorgtraject dat begint met een nauwkeurige beoordeling, inclusief gerichte beeldvorming (dynamische echografie of MRI, afhankelijk van de situatie), gevolgd door een overleg van ons team van orthopedisten, sportartsen en kinesisten.Afhankelijk van de ernst en progressie van de achillespeestendinopathie kan de patiënt baat hebben bij geavanceerde revalidatieprotocollen (excentrisch, isometrisch, proprioceptie enz.); extracorporele shockwaves, die doeltreffend zijn bij chronische vormen; PRP-injecties (bloedplaatjesrijk plasma), in zorgvuldig geselecteerde gevallen; en, als laatste redmiddel en waar mogelijk, minimaal invasieve chirurgie."Voor topsporters bestaat de uitdaging er ook in om een geleidelijke heropbouw van hun prestaties te plannen door de trainingsbelasting aan te passen, wat we doen in nauwe samenwerking met hun trainers en medische teams."Een betere dialoog en samenwerking tussen de zorglijnenDit symposium heeft een dubbel doel: ten eerste concrete hulpmiddelen aanreiken voor een doeltreffende behandeling van meet af aan en ten tweede de coördinatie tussen huisartsen en specialisten verbeteren. "We hopen dat dit symposium hen concrete, actuele hulpmiddelen zal bieden. Achillespeestendinopathie is geen goedaardige aandoening bij sporters: als het genegeerd wordt, kan het een seizoen of zelfs een carrière in gevaar brengen. Maar bij een correcte behandeling van meet af aan hebben de meeste gevallen een gunstige afloop. De huisarts vormt de basis voor dat succes." Praktische informatie over het symposium georganiseerd door het H.U.B. Datum: zaterdag 10 mei 2025 Locatie: Jules Bordet Instituut, Mijlenmeersstraat 90, 1070 Anderlecht, in het Tagnon-auditorium (1e verdieping). Publiek: Huisartsen Dit evenement is geaccrediteerd. De plaatsen zijn beperkt: eerst komt, eerst maalt. Inschrijven is gratis en verplicht. Programma & inschrijving Image
Article
Facturatie: het is geen fraude
In maart is er een technische fout opgetreden in ons facturatiesysteem, maar dit is geen fraude. Beste patiënte, beste patiënt,In de voorbije maand maart is er een technische fout opgetreden in ons facturatiesysteem.Het is mogelijk dat u een factuur van het Erasmusziekenhuis hebt ontvangen met een overschrijvingsformulier waarop het adres van onze Polikliniek Lothier vermeld staat. Wees gerust, dit is geen fraude.U kunt de factuur gewoon betalen op het vermelde rekeningnummer. Enkel de naam en het adres van de begunstigde zijn onjuist.Onze oprechte excuses voor dit ongemak.Met vriendelijke groet,De facturatiedienst van het H.U.B
Article
Van patiënt tot ervaringsdeskundige: een waardevolle steun in de kinder- en jeugdpsychiatrie
Carlos, stagiair binnen het team van het Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie ZELIG, begeleidt adolescenten en jongvolwassenen dankzij zijn eigen herstelverhaal Interview met Carlos, stagiair ervaringsdeskundige in het Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie ZELIG van het Universitair Ziekenhuis Brussel (H.U.B) Ervaringsdeskundigheid, een aanpak die nog in ontwikkeling is binnen de geestelijke gezondheidszorg, is stilaan uitgegroeid tot een waardevolle ondersteuning.Carlos liep stage als ervaringsdeskundige in het ZELIG-centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie (Erasme Medical Center) van januari tot april 2025. Hier deelt hij zijn verrijkende ervaring binnen het team. Jonge patiënten, maar ook hun naasten, vinden het vaak geruststellend om te kunnen praten met iemand die gelijkaardige ervaringen heeft meegemaakt."  Carlos Ervaringsdeskundige in het Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie ZELIG Ervaringsdeskundigheid: een menselijke en aanvullende aanpak Voor wie het concept nog niet kent: wat betekent ervaringsdeskundigheid in de geestelijke gezondheidszorg?Voor mij is ervaringsdeskundigheid een manier om mijn eigen ervaringen te delen om mensen te ondersteunen die door een moeilijke periode gaan op het vlak van geestelijke gezondheid. Het idee is om te laten zien dat herstel mogelijk is, en hoop te bieden door mijn traject te delen. In deze rol wordt persoonlijke ervaring een waardevol hulpmiddel.Ik heb ZELIG leren kennen tijdens mijn opleiding in de geestelijke gezondheidszorg bij de Plateforme Bruxelloise pour la Santé Mentale (PBSM), waar ik bezig ben aan een opleiding tot ervaringsdeskundige.Het eerste jaar van deze opleiding richt zich op het leren begrijpen en benoemen van je eigen herstelervaring, en het tweede jaar focust op het oefenen van de rol van ervaringsdeskundige, met thema’s als psychische aandoeningen, ethiek, deontologie en actief luisteren.De uitdagingen en opleiding van ervaringsdeskundigenWat zijn de belangrijkste uitdagingen voor ervaringsdeskundigen in het dagelijkse werk?Een van de grootste uitdagingen is om je plaats te vinden binnen het team. Het is belangrijk om ervaringskennis naar waarde te laten schatten naast de theoretische kennis van de hulpverleners.Daarvoor moet je innerlijk werk verrichten: jezelf eraan herinneren dat jouw ervaring als ervaringsdeskundige iets wezenlijks toevoegt aan de zorg. Dat vraagt om een andere manier van kijken, een mentaliteitswijziging die bij ZELIG al goed voelbaar is. Daar is er openheid voor de meerwaarde van ervaring.Een andere uitdaging is het begrijpen van de specifieke terminologie in de geestelijke gezondheidszorg en in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Die zit vaak vol afkortingen en vaktaal.Welke opleiding en ondersteuning krijg je om hiermee om te gaan?De opleiding begint met het werken aan je eigen herstelverhaal. Daarna volgen theoretische modules en intervisies binnen mijn traject bij PBSM. In die intervisies bespreken we, samen met andere ervaringsdeskundigen en lesgevers, de moeilijkheden die we in de praktijk tegenkomen.Deze momenten, samen met de steun van het team van ZELIG, helpen me om me aan te passen en beter te begrijpen wat er specifiek is aan het werk binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie.De meerwaarde voor patiënten en hulpverlenersWelke meerwaarde biedt de aanwezigheid van ervaringsdeskundigen volgens jou in de begeleiding van jongeren met beginnende psychotische symptomen, en specifiek binnen ZELIG?De aanwezigheid van een ervaringsdeskundige bij ZELIG versterkt het menselijke aspect van het zorgtraject. Het biedt een aanvulling op de traditionele zorg, door ruimte te scheppen voor dialoog en herkenning.Jonge patiënten én hun omgeving vinden het vaak geruststellend om te praten met iemand die zelf soortgelijke ervaringen heeft meegemaakt. Dat schept vertrouwen — iets wat essentieel is in het herstelproces.Hoe reageren jongeren en hun familie op de ondersteuning van een ervaringsdeskundige?De reacties zijn over het algemeen positief. Tijdens gesprekken of psycho-educatiesessies word ik vaak gevraagd om mee aanwezig te zijn, vooral bij thema’s zoals hoop en herstel. Ouders lijken het ook waardevol te vinden om een persoonlijke getuigenis te horen. Dat helpt hen om beter te begrijpen wat hun kind doormaakt.Heb je een ervaring die je in het bijzonder is bijgebleven?Ik herinner me vooral een gesprek met een vader. Hij vroeg me hoe ik veranderd ben, en wat voor mij het keerpunt was.Ik vertelde hem dat er een moment kwam waarop ik begreep dat mijn herstel zou afhangen van mijn bereidheid om bepaalde gewoonten in mijn leven te veranderen. Dat is een krachtig inzicht, en het toont aan hoe belangrijk die bewustwording is in het herstelproces.Ervaringsdeskundigheid binnen het  Erasme ZiekenhuisIs het Brusselse zorgsysteem goed uitgerust om ervaringsdeskundigheid te integreren? Wat zou je wensen om dit verder te stimuleren?ZELIG is een van de pioniersinstellingen in België die ervaringsdeskundigheid een plaats geven in hun zorgaanpak. Binnen het H.U.B. en ZELIG is er duidelijk de wil om deze praktijk te ondersteunen.Maar er is nog werk aan de winkel om alle lagen van de organisatie hiervoor te sensibiliseren. Informele uitwisselingsmomenten tussen zorgverleners en ervaringsdeskundigen zouden kunnen bijdragen aan wederzijds begrip en aan een vlottere integratie binnen de teams.Welke veranderingen zijn nodig om dit verder te ontwikkelen binnen het H.U.B.?Het is belangrijk om een officiële status te creëren voor ervaringsdeskundigen binnen zorginstellingen, zeker binnen het H.U.B.-netwerk. Dat zou de functie beter waarderen en structureel verankeren.Daarnaast is het essentieel om beleidsmakers te blijven sensibiliseren en de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid zichtbaar te maken — niet als extra kost, maar als investering in betere zorg.De toekomst van ervaringsdeskundigheid in de geestelijke gezondheidszorgHoe zie je de verdere ontwikkeling van de functie van ervaringsdeskundige?Die ontwikkeling zal waarschijnlijk geleidelijk verlopen. Ervaringsdeskundigheid is nog een relatief nieuwe praktijk, maar steeds meer zorgprofessionals erkennen het potentieel ervan.Toch zijn er nog drempels, zoals bezorgdheden over ethiek en toegang tot medische gegevens.Het vraagt tijd, een mentaliteitsverandering en aangepaste structuren. Maar ik ben optimistisch over de toekomst.Hoe kan men zich informeren of betrokken raken bij ervaringsdeskundigheid?Er zijn opleidingen via PBSM en andere instellingen in België. Je vindt ook informatie op hun websites.Het voorbeeld van ZELIG toont dat concrete betrokkenheid mogelijk is. Ervaringsdeskundigheid moet niet worden gezien als een bijkomende kost, maar als een investering in het welzijn van patiënten en de kwaliteit van de zorg.
Article
Werken in zicht voor uw veiligheid
Het beton van de gevel van het Erasme Ziekenhuis moet hersteld worden voor uw veiligheid en die van onze teams. Er zijn steigers geplaatst voor de ramen van een van onze gevels; de werkzaamheden duren van 10 mei tot 13 juni. Er zal aanzienlijke geluidsoverlast zijn van 27 mei tot 4 juni.  Het beton van de gevel van het Erasme Ziekenhuis moet hersteld worden voor uw veiligheid en die van onze teams. Er zijn steigers geplaatst voor de ramen van een van onze gevels; de werkzaamheden duren van 10 mei tot 13 juni. Er zal aanzienlijke geluidsoverlast zijn van 27 mei tot 4 juni, tijdens een fase waarin het beschadigde beton wordt uitgehakt.Er zou geen impact moeten zijn op bezoekers van het ziekenhuis of op raadplegingen. Er is echter wel enige overlast te verwachten in bepaalde ziekenhuiskamers op bepaalde afdelingen. We doen er alles aan om het lawaai van de werken te beperken en er is een folie aangebracht op de ramen van de betrokken kamers om ervoor te zorgen dat elke patiënt zijn privacy behoudt. Uw zorgteam beantwoordt graag al uw vragen.
Article
De afdeling Gastro-Enterologie werft aan
Als onderdeel van de ontwikkeling van deze activiteit werven we verpleegkundigen en zorgkundige aan. Het H.U.B. zet zich in om de meest geschikte zorg te bieden aan onze patiënten en innoveert binnen zijn afdelingen.Met dit in gedachten ontwikkelen we de activiteiten van onze gastro-enterologie afdeling in het Erasmeziekenhuis en zijn we op zoek naar zorgkundigen en verpleegkundigen om samen met ons uitmuntendheid te bereiken.Neem een kijkje op de afdeling: https://youtube.com/shorts/j28P-p8sttk?feature=shareEn de profielen die we zoekenVerpleegkundigenZorgkundigen
Article
Kinder­epilepsie: klinische, therapeutische en neuro­ontwikkelingsgerichte actualiteit
Op 27 mei organiseert het Epikids Neuro Center van het Academisch ziekenhuis van Brussel (H.U.B.) een seminarie in Brussel. Verschillende Europese en Noord-Amerikaanse specialisten komen er samen om de recente vooruitgang en klinische praktijken te bespreken in de aanpak van zeldzame, complexe of therapieresistente vormen van epilepsie bij kinderen. Lange tijd beperkt tot een strikt symptomatische aanpak, ondergaat de behandeling van kinderepilepsie vandaag belangrijke ontwikkelingen, dankzij de vooruitgang in fundamenteel onderzoek, verfijnde diagnostische technieken en de opkomst van nieuwe therapeutische strategieën. In Brussel brengt een seminar binnenkort verschillende Europese en Noord-Amerikaanse specialisten samen om deze innovaties toe te lichten en hun klinische aanpak te delen bij de behandeling van complexe, zeldzame of therapieresistente vormen van epilepsie.Professor Christian Korff, kinderneuroloog in Genève, opent de sessie met een lezing over de ontwikkeling van gerichte moleculen voor de behandeling van monogenetische en refractaire epilepsieën. Zijn werk, op het kruispunt van klinisch onderzoek en genetica, biedt nieuwe therapeutische perspectieven in een nog grotendeels exploratief domein.Neuropsycholoog Simon Baijot belicht hoe neuropsychologisch onderzoek, aan de hand van casussen, toelaat om de opvolging nauwgezet af te stemmen en cognitieve kwetsbaarheden die samenhangen met epilepsie vroegtijdig te ondervangen.Psychologe Sophie Carlier zal vervolgens ingaan op de gedragsmatige aanpak van kinderen met epilepsie en een verstandelijke beperking. Ze stelt functionele zorgstrategieën voor, gebaseerd op haalbare doelstellingen en ingebed in het dagelijkse leven van gezinnen en zorgteams.De chirurgische benadering komt aan bod via twee interventies. Dr. Claudine Sculier bespreekt de voordelen van vroege chirurgische ingrepen bij refractaire epilepsie en benadrukt zowel de epileptische als cognitieve impact van tijdige behandeling. Dr. Sophie Schuind stelt de LITT-techniek (Laser Interstitial Thermal Therapy) voor, een relatief nieuwe benadering in de pediatrie, waarbij epileptogene letsels nauwkeurig kunnen worden behandeld met een gematigd risicoprofiel.Tot slot biedt Professor Cecil Hahn, kinderneuroloog aan het Hospital for Sick Children in Toronto, een analyse van epileptische aanvallen op intensieve zorgen. Deze zijn vaak subklinisch maar kunnen ernstige gevolgen hebben als ze niet tijdig worden herkend. Als specialist in neuromonitoring en pionier in continu EEG, bespreekt hij de gepaste diagnostische tools en zorgstrategieën voor deze kritieke situaties.Praktische informatieDatum: Maandag 27 mei 2025Tijdstip: 8u30 tot 12u00Locatie: Auditoire PP. Lambert, Place Arthur Van Gehuchten 4, 1020 BrusselDeze voormiddag richt zich tot huisartsen, kinderartsen, neurologen, kinder- en jeugdpsychiaters, zorgverleners, psychologen, verenigingen, journalisten en iedereen die betrokken is bij de neurologische gezondheid van kinderen.Inschrijving & contact: epikids [at] hubruxelles [dot] beEpiKids NeuroCenter – H.U.BContact et inscription : epikids [at] hubruxelles [dot] be (epikids[at]hubruxelles[dot]be) EpiKids NeuroCenter H.U.B  Liens:https://www.erasme.be/fr/services/neuropediatrie-0 https://www.huderf.be/fr/services/neuropediatriehttps://ligueepilepsie.be/Seminaire-EPILEPSIE-PEDIATRIQUE.html Service de Neurochirurgie Neurochirurgie | Hôpital Erasme