Article
[INTERVIEW] Terugblik op de Red Blood Cell Day 2025
Op 20 februari organiseerden de groep "Globule Rouge" van de Belgian Hematology Society en H.U.B de Red Blood Cell Day, een evenement dat de uitwisseling tussen patiënten, zorgverleners en wetenschappers bevordert. De focus lag op translationeel onderzoek, de behandeling van rode bloedcelziekten en bredere gezondheidsthema’s. In dit interview blikt Dr. Martin Colard, hematoloog, terug op deze dag vol kennisdeling en inzichten, en bespreekt hij de toekomstige ontwikkelingen van de afdeling Hematologie bij H.U.B. Red Blood Cell Day: Een jaarlijks evenement georganiseerd door de Belgische Vereniging voor Hematologie en H.U.B. De Red Blood Cell Day is een jaarlijks terugkerende bijeenkomst, georganiseerd op initiatief van de "Globule Rouge"-groep van de Belgian Hematology Society en H.U.B. Dit symposium brengt wetenschappers, zorgverleners en patiënten samen om kennis uit te wisselen over de wetenschappelijke en medische vooruitgang op het gebied van rode bloedcelziekten. Het biedt tevens een platform om originele onderzoeken, zowel lokaal als internationaal, te belichten en de samenwerking tussen experts te bevorderen.Bijzondere aandacht gaat uit naar de sessie gewijd aan patiënten, waarin concrete aspecten worden behandeld die hun dagelijks leven en dat van hun naasten direct beïnvloeden. Dit jaar hadden we de eer om specialisten uit België, Frankrijk en Nederland te verwelkomen, die belangrijke thema's zoals pijn, voeding en toegang tot gezondheidszorg bespraken.Een succesvolle editie 2025Dit jaar verwelkomden we bijna 130 deelnemers, waaronder 95 professionals en 35 patiënten. Artsen, verpleegkundigen, onderzoekers, psychologen, patiënten, studenten medische biologie en diëtisten hebben bijgedragen aan het maken van de Red Blood Cell Day tot een evenement dat de multidisciplinaire, collaboratieve en patiëntgerichte aanpak van H.U.B weerspiegelt, gebaseerd op wetenschappelijk bewijs.Het evenement bood ook een waardevolle gelegenheid om patiënten te ontmoeten die tot nu toe niet bij H.U.B. onder behandeling waren. Deze uitwisselingen stelden ons in staat hun behoeften beter te begrijpen en hen afspraken aan te bieden voor een uitgebreidere zorgverlening.Belangrijke aandachtspuntenVanuit het perspectief van patiënten Image Mensen met rode bloedcelziekten, zoals sikkelcelziekte, worden nog steeds geconfronteerd met talrijke ongelijkheden in de toegang tot zorg. De onbekendheid van hun aandoening, gecombineerd met cognitieve en medische vooroordelen die verband houden met chronische ziekten die vaak voorkomen bij sociaal-economisch kwetsbare bevolkingsgroepen, vormt een belangrijke belemmering voor optimale zorgVanuit wetenschappelijk perspectief Image De editie van 2025 markeert een significante vooruitgang met de start van vier nieuwe studies die patiënten toegang bieden tot innovatieve therapieën voor sikkelcelziekte en thalassemieën. De vooruitgang in translationeel onderzoek biedt veelbelovende perspectieven om deze pathologieën beter te begrijpen en hun behandeling te verbeteren.We versterken ook onze Europese betrokkenheid via onze deelname aan het netwerk van expertisecentra ERN EuroBloodNet en onze samenwerking met de referentiecentra van het MCGRE-netwerk in Frankrijk. Deze initiatieven zijn bedoeld om patiënten gemakkelijker toegang te geven tot wetenschappelijke kennis en nieuwe therapeutische opties.De volgende stappen bij H.U.B.H.U.B is geselecteerd als expertisecentrum voor gentherapie toegepast op sikkelcelziekte en thalassemie. In deze dynamiek zetten we onze inspanningen voort om patiënten geavanceerde behandelingen aan te bieden, terwijl we onze zorgpraktijken continu verbeteren.Daarnaast werken we aan de aanpassing van ruimtes en zorgtrajecten, waarbij we innovatieve benaderingen integreren die in samenwerking met patiënten en zorgverleners zijn ontwikkeld. Het doel? Een inclusievere, persoonlijkere en efficiëntere zorgomgeving creëren.De editie van 2025 van de Red Blood Cell Day heeft het belang van deze bijeenkomsten bevestigd om onderzoek en zorg voor zeldzame ziekten vooruit te helpen. Tot volgend jaar voor een nog verrijkendere editie!Nuttige linksKomende evenementen van H.U.B over zeldzame ziekten[WEBINAR] Wereld Zeldzame Ziektendag 2025 | Hôpital Erasme
Article
Zeldzame Ziektendag 2025: Sensibiliseringsacties
Ter gelegenheid van Zeldzame Ziektendag op 28 februari 2025 wil het Academisch Ziekenhuis Brussel de aandacht vestigen op het belang van begeleiding voor patiënten met zeldzame ziekten. Ontdek onze verschillende sensibiliseringsacties. Zeldzame ziekten: vaak onbekende aandoeningen die speciale aandacht en gespecialiseerde zorg vereisen Wereld Zeldzame Ziektendag is een gelegenheid om het belang van onderzoek, innovatie en steun aan getroffen families te benadrukken, evenals de dringende noodzaak om de toegang tot zorg voor patiënten met zeldzame ziekten te verbeteren.Wij nodigen u uit om de verschillende informatiebronnen te ontdekken die wij ter beschikking stellen om een beter inzicht te krijgen in deze ziekten en hun zorgtraject.Vrije tribune - Ter gelegenheid van Wereld Zeldzame Ziektendag wordt een opiniestuk gepubliceerd, ondertekend door Franck Devaux, ethicus en voorzitter van het Ethisch Comité van het HUDERF, coördinator van de Functie Zeldzame Ziekten in het H.U.B, en professor Béatrice Gulbis, directeur van de Functie Zeldzame Ziekten bij het H.U.B en mede-coördinator van EuroBloodNet, het Europese referentienetwerk voor zeldzame hematologische ziekten. Zij roepen op tot een collectief bewustzijn en concrete acties voor een eerlijkere en inclusievere zorgaanpak.Webinar - Op vrijdag 28 februari 2025 organiseert het Universitair Ziekenhuis Brussel een online conferentie, waarin twee van onze teams die betrokken zijn bij de Europese Referentienetwerken (ERN) voor zeldzame ziekten hun werk zullen voorstellen en bespreken.Videoconferentie - Op zondag 2 maart 2025 organiseert het H.U.B een virtuele bijeenkomst met als titel: "Nieuwe visie op gezondheid voor patiënten met zeldzame ziekten en hun naasten." Op het programma: een getuigenis van een ervaringsdeskundige patiënt over zijn traject en hoe hij een actieve rol heeft gekregen in het beheer van zijn ziekte; een uitwisseling van goede praktijken met mantelzorgers die patiënten ondersteunen bij hun verlies van autonomie (in samenwerking met vzw Aidants Proches); een conferentie over het begrip en het belang van zorg ("care") in onze samenleving vandaag.Voorstelling van de Functie Zeldzame Ziekten van het H.U.B - Patiënten die aan een zeldzame ziekte lijden, moeten gepaste en specifieke zorg krijgen: een snelle diagnose en opvolging in zorgeenheden die gespecialiseerd zijn in die zeldzame aandoeningen. De Functie Zeldzame Ziekten (8 in België) heeft tot doel om met gespecialiseerde teams niet alleen de zorgtrajecten te coördineren, maar ook de onderzoeks- en opleidingsprojecten van alle spelers die betrokken zijn bij het bieden van een gepaste en voortdurend evoluerende zorg. Ontdek de werking binnen het H.U.B en neem contact met ons op.Wij moedigen u aan om actief deel te nemen aan deze evenementen om meer te leren en het collectieve engagement voor mensen met zeldzame ziekten te ondersteunen. Image
Article
Blauwe Maart : Een sneldiagnosetraject voor darmkanker bij het H.U.B.
Een cruciale screening : elk jaar krijgen meer dan 8.000 Belgische mannen en vrouwen de diagnose darmkanker.  Al meer dan een jaar bieden de teams van de dienst Gastro-enterologie en Digestieve Oncologie van het Erasme Ziekenhuis en het Jules Bordet Instituut een nieuw sneldiagnosetraject voor darmkanker aan, dat is voorbehouden voor patiënten met waarschuwingssignalen, met een positieve test op bloed in de stoelgang of die worden beschouwd als hoogrisicopatiënt. Ter gelegenheid van de internationale darmkankermaand zal er op 26 en 27 maart een reusachtige dikke darm in de inkomhal van het Erasme Ziekenhuis en het Jules Bordet Instituut staan. U kunt het orgaan ontdekken onder begeleiding van de zorgverleners van onze instellingen, die u meer zullen vertellen over het belang van darmkankerscreening.Een cruciale screeningElk jaar krijgen meer dan 8.000 Belgische mannen en vrouwen de diagnose darmkanker. 90% van hen is ouder dan 50 jaar. Een derde van die mensen sterft aan de ziekte, en dat komt vaak omdat ze te laat wordt ontdekt. Wanneer darmkanker in een vroeg stadium kan worden behandeld, is er 90% kans op genezing. Gezien die cijfers besloten onze zorgverleners om een sneldiagnosetraject op te zetten voor de behandeling van patiënten met waarschuwingssignalen of een verhoogd risico. De screening via colonoscopie is cruciaal omdat we er darmkanker zo vroeg mogelijk mee kunnen opsporen en de sterfte op die manier met 50% kunnen verminderen. Het onderzoek maakt het niet alleen mogelijk om een vroege diagnose te stellen, er kunnen ook bepaalde therapeutische handelingen worden gesteld: darmpoliepen en eventuele beginnende kankers worden verwijderd.Voor wie is de screening bedoeld?In de algemene bevolking wordt het risico significant vanaf 50 jaar. Vanaf die leeftijd kan men zich heel eenvoudig laten screenen door een stoelgangstaal te laten onderzoeken. Die test wordt u om de twee jaar aangeboden door uw gewest via een persoonlijke uitnodiging (Brussel: www.Bruprev.be; Wallonië: www.ccref.org; Vlaanderen: https://www.cvko.vlaanderen/).Als u als risicopatiënt wordt beschouwd (omwille van een erfelijke mutatie zoals familiaire adenomateuze polypose of het syndroom van Lynch, een persoonlijke of familiaire voorgeschiedenis van poliepen en/of darmkanker, een ontstekingsziekte van het spijsverteringskanaal – de ziekte van Crohn of rectocolitis) of als u waarschuwingssignalen hebt zoals bloed in uw stoelgang, een onverklaarde en langdurige verandering van uw stoelgangfrequentie, buikpijn of onverklaard gewichtsverlies, kunt u een afspraak maken met onze zorgverleners, die u snel zullen inplannen voor een colonoscopie.Raadpleging gastro-enterologie:Jules Bordet Instituut +32 (0)2 541 34 80Erasme Ziekenhuis +32 (0)2 555 35 04Screeningraadpleging Jules Bordet Instituut (zonder symptomen): +32 (0)2 541 30 00Een reusachtige dikke darm om de bevolking te sensibiliserenMaart is de maand van de darmkankersensibilisering. Ter gelegenheid daarvan zal er in het Erasme Ziekenhuis en het Jules Bordet Instituut een reusachtige dikke darm staan. Onder begeleiding van zorgverleners kunt u de binnenkant ontdekken voor een 3D-beeld van dit orgaan en om beter te leren begrijpen waarom en hoe u zichzelf kunt beschermen tegen darmkanker, een van de dodelijkste kankers in België. Afspraak op woensdag 26 maart in het Erasme Ziekenhuis van 9 tot 16 uur en op donderdag 27 maart in het Jules Bordet Instituut van 9 tot 16 uur.
Article
De risico's van blootstelling aan schermen voor kinderen
Om de gezondheid van de ogen van jongere kinderen te beschermen, kun je andere opties overwegen. Risico's Langdurige blootstelling aan schermen kan verschillende risico's met zich meebrengen voor kinderen, zowel op fysiek als mentaal gebied. Te veel tijd achter een scherm kan leiden tot oogproblemen, zoals vermoeide ogen, en het kan het slaapritme verstoren, waardoor het risico op slaapproblemen toeneemt. Bovendien kan overmatige schermtijd de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen belemmeren, doordat face-to-face interacties worden beperkt en isolement wordt bevorderd. Ten slotte kan constante blootstelling aan ongepaste of gewelddadige inhoud een negatieve invloed hebben op hun gedrag en psychologisch welzijn. Het is daarom essentieel om de schermtijd te beperken en activiteiten te bevorderen die bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling.  Alternatieven Er zijn veel alternatieven voor schermen die kinderen vermaken en tegelijkertijd hun creativiteit, motoriek en sociale interactie stimuleren. Lezen bijvoorbeeld bevordert de taalontwikkeling en de verbeelding, en biedt een moment van rust. Bordspellen zijn ook een uitstekende optie om familiebanden te versterken en samenwerking of gezonde competitie te bevorderen. Buitenactiviteiten, zoals fietsen, wandelen of balspelletjes, zijn ideaal voor het verbeteren van de lichamelijke conditie en het doorbrengen van tijd in de natuur. Daarnaast helpen creatieve activiteiten zoals tekenen, schilderen of muziek maken kinderen om hun emoties te uiten en hun creatieve geest te ontwikkelen. Tenslotte versterkt tijd doorbrengen met andere kinderen, bijvoorbeeld door te spelen in een park of deel te nemen aan groepsactiviteiten, hun sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling. Deze alternatieven zijn essentieel om een balans te bieden tussen digitale activiteiten en die welke een gezonde ontwikkeling bevorderen. Oftalmologie Pediatrische oftalmologie
Article
Open Dag van het H.U.B
Op donderdag 3 april 2025 nemen de teams van het H.U.B. van de diensten Cardiologie, Gastro-Enterologie, Nefrologie en Neurologie studenten uit het 3e en 4e jaar Verpleegkunde en Technologen mee voor een interactieve rondleiding! Ontdek het programma. Image Schort ann en gaan! Een meeslepende ervaring in het hart van de dienstenVier diensten openen dit jaar de deuren: Cardiologie, Gastro-Enterologie, Nefrologie en Neurologie. De verpleegkundigen en medische teams zetten zich in om een verrijkende ervaring te bieden aan studenten in hun 3e en 4e jaar van de verpleegkunde en technologie die nieuwe disciplines willen ontdekken voor hun volgende stage of om hun eerste baan te vinden.Het programmaEen welkomststand in de hoofdingang van het Erasme Ziekenhuis.Presentaties in de diensten, samen met de teams, om de studenten onder te dompelen in de perspectieven van elke discipline, de evolutie ervan, de beroepen en de vereiste vaardigheden.Begeleide rondleidingen door de diensten om de belangrijkste punten van elk te ontdekken.Individuele ontmoetingen met de HR-afdeling om meer te weten te komen over de openstaande vacatures, de professionele ontwikkelingsmogelijkheden bij het H.U.B, de opleidingsmogelijkheden, enz.Kleine groepen voor exclusieve gesprekken.Deze Open Deuren Dag is ontworpen om een kwalitatief moment te creëren, waarbij de studenten in groepen van 10 worden verdeeld over de dienst van hun keuze, zodat ze al hun vragen kunnen stellen aan de teams die de tijd nemen om hen te verwelkomen en te begeleiden. Elke groep zal gedurende de dag 2 diensten bezoeken. Programma & inschrijving
Article
Een referentiecentrum in Erasme (H.U.B) voor eetstoornissen bij jongeren
De dienst kinder- en jeugdpsychiatrie van het H.U.B, actief op zowel de sites van het Erasme Ziekenhuis als het Kinderziekenhuis (HUDERF), is door het RIZIV erkend als Supraregionaal Referentiecentrum voor Eetstoornissen (ES) bij jongeren van 0 tot 23 jaar Eetstoornissen bij jongeren: een multidisciplinaire aanpak Dit innovatieve centrum biedt een gespecialiseerde, gecoördineerde en multidisciplinaire behandeling voor jongeren met anorexia, boulimia of eetbuistoornis, met daarnaast ook een intensieve begeleiding van hun gezin.In dit interview ontdekt u de specifieke kenmerken van dit nieuwe centrum, de voordelen voor patiënten en gezinnen, en de ambities van de teams van het H.U.B (Erasme en HUDERF). Ons centrum behandelt alle leeftijdsgroepen, van baby’s tot jongvolwassenen (tot 23 jaar), met een multidisciplinaire aanpak die aangepast is aan elke situatie.  Dr Judith DEREAU kinderpsychiater, medisch verantwoordelijke van het ambulante ES-centrum (H.U.B) 1. Wat maakt het TCA-centrum dat u leidt uniek in de aanpak van eetstoornissen bij jongeren?Ons centrum is uniek doordat we alle leeftijdsgroepen behandelen – van baby’s tot de overgangsleeftijd van 23 jaar – en dit met een uitgebreide ervaring, zowel op het vlak van somatische zorg voor ernstige gevallen als psychiatrische begeleiding.Wij bieden zorg op maat: gespecialiseerde multidisciplinaire consultaties (met diverse benaderingen, waaronder Family-Based Therapy (FBT) en Multi-Family Therapy (MFT)), intensieve ambulante zorg, daghospitalisaties voor jongere kinderen, en volledige hospitalisaties… Dit geldt ook voor atypische vormen zoals ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder), een selectieve eetstoornis zonder bezorgdheid over gewicht of lichaamsbeeld.2. Wat is de meerwaarde van het zorgtraject voor eetstoornissen dat het RIZIV heeft opgezet voor patiënten en hun gezinnen?De invoering van het “zorgtraject ES” een jaar geleden heeft gezorgd voor een duidelijker, beter gecoördineerde en ondersteunde aanpak voor patiënten en hun families.Het heeft de toegang tot zorg verbeterd en het belang van netwerkwerking versterkt. Naast de regionale ondersteuning en de uitbreiding van het zorgaanbod (eerste- en tweedelijns mobiele teams en deeltijdse behandelprogramma’s), voorziet het RIZIV nu ook in supraregionale referentiecentra. Die zullen niet alleen ten dienste staan van patiënten en hun gezinnen, maar ook van zorgverleners uit de eerste en tweede lijn die geconfronteerd worden met complexe trajecten.3. Wat betekent de erkenning als supraregionaal referentiecentrum concreet voor uw team?Het is een waardevolle erkenning van onze expertise. Het helpt de verschillende zorgniveaus duidelijk te omschrijven, ons werk zichtbaarder te maken en ons aanbod verder uit te bouwen.Dankzij deze erkenning kunnen we het team versterken met nieuwe collega’s en zo nog beter inspelen op de noden van jongeren, hun gezinnen en de zorgprofessionals die met hen werken.4. Wat zijn de volgende stappen of ambities voor dit centrum in de komende jaren?We willen actief bijdragen aan een betere netwerkzorg, interdisciplinaire afstemming en opleiding van professionals die werken rond eetstoornissen.Daarnaast willen we collega’s ondersteunen buiten Brussel, het zorgaanbod uitbreiden en onder meer ervaringsdeskundigen (peer support) integreren in onze zorgstructuren.H.U.B-info : Supraregionaal Referentiecentrum voor Eetstoornissen bij JongerenKinder- en jeugdpsychiatrie  Liens: Convention INAMIBruxelles https://tca-bru.be/BWhttp://www.archipelbw.be/initiatives/trajet-de-soins-tca-et-equipe-emas/Luxembourghttps://matilda-lux.be/trajet-de-soins-tca-troubles-des-conduites-alimentaires/Liègehttps://realism0-18.be/trajet-tca/Hainauthttps://www.rheseau.be/___-emas/
Article
De referentieverpleegkundigen pijn: onmisbare spelers in het ziekenhuis
In het kader van de campagne 'Word referentieverpleegkundige pijn' die wordt georganiseerd door de afdeling Algologie van het H.U.B. legt Geneviève Philippe, gespecialiseerd klinisch verpleegkundige, het belang uit van deze rol en van een optimale zorg voor patiënten met pijn. De kennis over pijnbestrijding doorgeven aan de teams De referentieverpleegkundigen pijn hebben verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Ze zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van informatie om die door te geven aan alle medewerkers op hun dienst. We rekenen ook op hen om de medische en paramedische teams bewust te maken van de goede praktijken voor de zorg voor patiënten met pijn wat betreft de evaluatie van de pijn, de aan te bevelen behandeling, de toedieningsmethode voor de behandeling en ook, indien nodig, een herziening van de behandeling. We bezorgen hen de hulpmiddelen, het informatiemateriaal en de opleidingen die ze kunnen aanbieden aan hun dienst. Tot slot kunnen de referentieverpleegkundigen pijn met een echte interesse in de ontwikkelingen wat betreft pijnbestrijding deelnemen aan seminars en de wetenschappelijke literatuur raadplegen om hun expertise op peil te houden.Een vereiste van het ziekenhuis “We hebben bij het H.U.B op dit moment een tekort aan referentieverpleegkundigen pijn. Idealiter zou er een moeten zijn op elke dienst van onze verschillende instellingen. Vandaag hebben we er echter slechts 25. We hebben er drie keer zoveel nodig!”Het is nochtans een vereiste van het ziekenhuis. Daarom lanceert het team van de afdeling Algologie de campagne 'Word referentieverpleegkundige pijn', in de hoop voldoende referentieverpleegkundigen pijn te werven op alle H.U.B.-sites.Afgezien van het wettelijke aspect is het sowieso aangewezen om op elke dienst personeel te hebben dat gespecialiseerd is in pijnbestrijding. Pijn is uiteraard niet op alle diensten in dezelfde mate aanwezig, maar in het belang van de patiënten én de zorgverleners moet er wel overal optimaal mee worden omgegaan. Naar een echte cultuur van pijnbestrijding “Er is een 'pijncultuur' in de zin dat we ons concentreren op acute en chronische pijn op het moment dat die zich voordoet, in plaats van te proberen anticiperen op bepaalde soorten pijn die misschien minder intens zijn, maar die de patiënt op lange termijn echt ongemak kunnen bezorgen” Bij een biopsie verwachten we bijvoorbeeld dat de patiënt na de procedure wat pijn heeft. Als er niet op die pijn wordt geanticipeerd, kan die later alsnog optreden en kan er een nieuwe behoefte van de patiënt ontstaan die een sterkere behandeling vereist. De pijndrempel verschilt uiteraard van persoon tot persoon. Het is ook belangrijk om te letten op het vermogen van de patiënt om zijn pijn te uiten. Het is niet omdat hij niets zegt, dat hij niet lijdt. Jonge kinderen, ouderen of mensen met een beperking die niet (meer) over de nodige communicatievaardigheden beschikken, kunnen verlichting nodig hebben. Bepaalde signalen, zoals de lichaamshouding of medische parameters, of bepaald gedrag, zoals kreunen of een vertrokken gezicht, kunnen erop wijzen dat er iets mis is. Bepaalde soorten pijn bij ouderen, zoals artrosepijn, worden vaak als 'normaal' beschouwd terwijl er eigenlijk een betere verlichting van die pijn mogelijk is. Dankzij pijnbestrijding kunnen deze patiënten voldoende mobiliteit behouden, gestimuleerd worden, hun fysieke en mentale conditie verbeteren en vooral hun autonomie zoveel mogelijk behouden. Vanuit dat perspectief is het duidelijk dat zowel de patiënt als zijn naasten en zorgverleners baat hebben bij de pijnbestrijding. Essentiële expertise en impactDe rol van referentieverpleegkundige pijn is geen bijkomende functie, maar een rol die volledig is geïntegreerd in de dagelijkse praktijk. Het doel is om de zorg voor patiënten te optimaliseren en, dankzij specifieke expertise en kennis, verlichting te kunnen bieden.  “Het lijden van iemand verlichten en bij uitbreiding zijn aandacht, slaap, humeur, voeding enz. verbeteren, geeft veel voldoening en wordt zeer gewaardeerd door de patiënt en zijn naasten.”
Article
Kinder­epilepsie: klinische, therapeutische en neuro­ontwikkelingsgerichte actualiteit
Op 27 mei organiseert het Epikids Neuro Center van het Academisch ziekenhuis van Brussel (H.U.B.) een seminarie in Brussel. Verschillende Europese en Noord-Amerikaanse specialisten komen er samen om de recente vooruitgang en klinische praktijken te bespreken in de aanpak van zeldzame, complexe of therapieresistente vormen van epilepsie bij kinderen. Lange tijd beperkt tot een strikt symptomatische aanpak, ondergaat de behandeling van kinderepilepsie vandaag belangrijke ontwikkelingen, dankzij de vooruitgang in fundamenteel onderzoek, verfijnde diagnostische technieken en de opkomst van nieuwe therapeutische strategieën. In Brussel brengt een seminar binnenkort verschillende Europese en Noord-Amerikaanse specialisten samen om deze innovaties toe te lichten en hun klinische aanpak te delen bij de behandeling van complexe, zeldzame of therapieresistente vormen van epilepsie.Professor Christian Korff, kinderneuroloog in Genève, opent de sessie met een lezing over de ontwikkeling van gerichte moleculen voor de behandeling van monogenetische en refractaire epilepsieën. Zijn werk, op het kruispunt van klinisch onderzoek en genetica, biedt nieuwe therapeutische perspectieven in een nog grotendeels exploratief domein.Neuropsycholoog Simon Baijot belicht hoe neuropsychologisch onderzoek, aan de hand van casussen, toelaat om de opvolging nauwgezet af te stemmen en cognitieve kwetsbaarheden die samenhangen met epilepsie vroegtijdig te ondervangen.Psychologe Sophie Carlier zal vervolgens ingaan op de gedragsmatige aanpak van kinderen met epilepsie en een verstandelijke beperking. Ze stelt functionele zorgstrategieën voor, gebaseerd op haalbare doelstellingen en ingebed in het dagelijkse leven van gezinnen en zorgteams.De chirurgische benadering komt aan bod via twee interventies. Dr. Claudine Sculier bespreekt de voordelen van vroege chirurgische ingrepen bij refractaire epilepsie en benadrukt zowel de epileptische als cognitieve impact van tijdige behandeling. Dr. Sophie Schuind stelt de LITT-techniek (Laser Interstitial Thermal Therapy) voor, een relatief nieuwe benadering in de pediatrie, waarbij epileptogene letsels nauwkeurig kunnen worden behandeld met een gematigd risicoprofiel.Tot slot biedt Professor Cecil Hahn, kinderneuroloog aan het Hospital for Sick Children in Toronto, een analyse van epileptische aanvallen op intensieve zorgen. Deze zijn vaak subklinisch maar kunnen ernstige gevolgen hebben als ze niet tijdig worden herkend. Als specialist in neuromonitoring en pionier in continu EEG, bespreekt hij de gepaste diagnostische tools en zorgstrategieën voor deze kritieke situaties.Praktische informatieDatum: Maandag 27 mei 2025Tijdstip: 8u30 tot 12u00Locatie: Auditoire PP. Lambert, Place Arthur Van Gehuchten 4, 1020 BrusselDeze voormiddag richt zich tot huisartsen, kinderartsen, neurologen, kinder- en jeugdpsychiaters, zorgverleners, psychologen, verenigingen, journalisten en iedereen die betrokken is bij de neurologische gezondheid van kinderen.Inschrijving & contact: epikids [at] hubruxelles [dot] beEpiKids NeuroCenter – H.U.BContact et inscription : epikids [at] hubruxelles [dot] be (epikids[at]hubruxelles[dot]be) EpiKids NeuroCenter H.U.B  Liens:https://www.erasme.be/fr/services/neuropediatrie-0 https://www.huderf.be/fr/services/neuropediatriehttps://ligueepilepsie.be/Seminaire-EPILEPSIE-PEDIATRIQUE.html Service de Neurochirurgie Neurochirurgie | Hôpital Erasme  
Article
Hartfalen: een stille bedreiging, vroegtijdige opsporing is cruciaal
Ter gelegenheid van de screeningsdag voor hartfalen op 14 mei in het Erasmusziekenhuis H.U.B waarschuwen drie specialisten – Prof. Jean-Luc Vachiery, Prof. Ana Roussoulières en Dr. Federica Valente – voor de dringende noodzaak om deze ziekte, die vaak te laat wordt vastgesteld, beter op te sporen. Een sluipende aandoening met ernstige gevolgen Prof. Jean-Luc Vachiery: “Hartfalen is geen zeldzame aandoening. We schatten dat bijna 250.000 mensen in België eraan lijden – dat is evenveel als de hele bevolking van Gent!”Hartfalen (HF) is een complexe aandoening waarbij het hart niet in staat is om bloed efficiënt rond te pompen. Symptomen zijn onder meer kortademigheid, extreme vermoeidheid, gezwollen benen en vochtophoping in de longen. Er bestaan verschillende vormen, afhankelijk van de pompwerking van het hart – een belangrijk onderscheid om de behandeling aan te passen.Prof. Ana Roussoulières: “Deze chronische aandoening ontwikkelt zich vaak stilletjes. De symptomen zijn in het begin niet altijd alarmerend, maar het risico stijgt snel: bijna de helft van de patiënten overlijdt binnen vijf jaar na de diagnose.”Naast hartaanvallen of erfelijke ziekten spelen ook leefstijlfactoren zoals weinig beweging, obesitas of diabetes een steeds grotere rol in de ontwikkeling van de ziekte. Door de vergrijzing blijft het aantal gevallen toenemen.  Image NT-proBNP: een eenvoudige maar te weinig bekende test Gelukkig is er vandaag een middel om HF vroegtijdig op te sporen: het meten van NT-proBNP, een biomarker die door het hart wordt afgegeven bij stress.Dr. Federica Valente: “Een eenvoudige bloedafname volstaat. De test heeft een gevoeligheid van 99 %, wat betekent dat een normaal resultaat hartfalen met grote zekerheid uitsluit.”In de eerstelijnszorg verhoogt deze test de diagnostische nauwkeurigheid met 30 % en voorkomt hij tot 25 % van onnodige consultaties bij specialisten. Toch wordt deze test, die al jaren wordt aanbevolen door Europese wetenschappelijke verenigingen, in België nog steeds niet terugbetaald.Prof. Jean-Luc Vachiery: “We zijn een van de laatste landen in Europa waar deze fundamentele test niet wordt terugbetaald. Hij kost amper twintig euro – een verwaarloosbaar bedrag vergeleken met de ziekenhuisopnames die ermee vermeden kunnen worden.”  Image Een dag om te waarschuwen en te handelen Op 14 mei organiseren de teams van de Kliniek voor Pulmonale Hypertensie en Hartfalen van het Erasmusziekenhuis H.U.B een gratis screeningsdag.Op het programma: informatie, gesprekken met specialisten, een snelle NT-proBNP-test, doorverwijzing naar verdere onderzoeken (ECG, echografie) indien nodig, en sensibilisering van het grote publiek.Prof. Ana Roussoulières: “Het doel is om richting een proactieve geneeskunde te evolueren, waarbij mensen met risico’s worden opgespoord vóór de symptomen ernstig worden.”De screening is bedoeld voor iedereen die meer wil weten over zijn of haar hartgezondheid, en in het bijzonder voor mensen met mogelijke cardiovasculaire risicofactoren (hoge bloeddruk, diabetes, familiale voorgeschiedenis, enz.). Een oproep aan overheden en professionals De drie artsen richten een krachtig signaal aan beleidsmakers: integreer hartfalen als een prioriteit binnen het volksgezondheidsbeleid.Dr. Federica Valente: "We kunnen de zorgverleners niet blijven vragen om alleen te strijden voor gestructureerde teams, gespecialiseerde verpleegkundigen of financiering van telemonitoring."Voor huisartsen is de NT-proBNP-test een waardevolle hulp.Prof. Jean-Luc Vachiery: "Het is geen wondertest, maar wel een uitstekend hulpmiddel om patiënten te oriënteren en snel een diagnose te stellen. Mits hij beschikbaar is in de eerste lijn."Voor de patiënten is de boodschap resoluut positief.Prof. Ana Roussoulières: "Hartfalen is geen noodlot. We beschikken vandaag over doeltreffende behandelingen. We moeten gewoon op tijd kunnen ingrijpen." Een evoluerende aanpak De behandeling van hartfalen berust vandaag op een multidisciplinaire en geïntegreerde aanpak, met medewerking van cardiologen, huisartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten en maatschappelijk werkers.Om professionals te ondersteunen heeft de Belgian Working Group on Heart Failure (BWGHF) verschillende initiatieven ontwikkeld, waaronder het platform “Traject Hartfalen” (https://trajet-insuffisance-cardiaque.be), gratis toegankelijk, met als doel de praktijken te uniformeren en de zorgkwaliteit op nationaal niveau te verbeteren.14 mei: misschien het moment voor een eenvoudige test… die levens kan veranderen. ReferentiesBragazzi NL et al. Burden of heart failure and underlying causes in 195 countries and territories from 1990 to 2017. Eur J Prev Cardiol. 2021;28:1682–1690. https://doi.org/10.1093/eurjpc/zwaa147Lesyuk W, Kriza C, Kolominsky-Rabas P. Cost-of-illness studies in heart failure: a systematic review 2004-2016. BMC Cardiovasc Disord. 2018;18:74. https://doi.org/10.1186/s12872-018-0815-3McDonagh TA et al. 2021 ESC Guidelines for the diagnosis and treatment of acute and chronic heart failure. Eur J Heart Fail. 2022;24:4–131. https://doi.org/10.1002/ejhf.2333Fuat A et al. The diagnostic accuracy and utility of a B-type natriuretic peptide test in a community population. Br J Gen Pract. 2006;56:327–333.Verdú JM et al. NT-proBNP optimal cut-off point for heart failure diagnosis in primary care. Rev Esp Cardiol. 2012;65(7):613–619. https://doi.org/10.1016/j.recesp.2012.01.019Fonseca C et al. NT-proBNP for heart failure diagnosis in primary care: Costs or savings? Rev Port Cardiol. 2022;41:183–193. https://doi.org/10.1016/j.repc.2021.03.009Bayes-Genis A, Rosano G. Unlocking the potential of natriuretic peptide testing in primary care: A roadmap for early heart failure diagnosis. Eur J Heart Fail. 2023;25(8):1181–1184. https://doi.org/10.1002/ejhf.2950 
Article
“Endometriose zonder filter”, de nieuwe campagne van het H.U.B.
Maart is de maand van de bewustmaking rond endometriose. Naar aanleiding daarvan lanceert het H.U.B. een nieuwe campagne en organiseert ze tal van activiteiten om het brede publiek en zorgprofessionals te informeren en te betrekken bij de diagnose en de behandeling van deze aandoening. Een grote bewustmakingscampagne rond endometriose Maart is de internationale maand van de bewustmaking rond endometriose en naar aanleiding daarvan lanceert het Academisch Ziekenhuis Brussel (H.U.B.), en meer bepaald de Endometriosekliniek van het Erasmeziekenhuis, een speciale campagne met als titel “Endometriose zonder filter”.Doel: het brede publiek, patiënten en zorgprofessionals beter informeren over deze aandoening, die nog te vaak miskend, verkeerd gediagnosticeerd of gebanaliseerd wordt.Endometriose treft ongeveer 1 op de 10 vrouwen in de vruchtbare leeftijd en blijft moeilijk te diagnosticeren. De aandoening kan bekkenpijn, spijsverterings- of urinewegklachten, vermoeidheid en vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken, met een aanzienlijke impact op het dagelijks leven van de betrokken personen.De campagne “Endometriose zonder filter” helpt om mythes, betrouwbare kennis en wetenschappelijke vooruitgang rond de ziekte van elkaar te onderscheiden. Samen met het team van de Endometriosekliniek van het H.U.B. wordt het publiek uitgenodigd om beter te begrijpen:Wat men denkt te weten over endometriose,Wat men over de ziekte gelooft,Wat de wetenschap aantoont dankzij onderzoek en klinische ervaring. Ontdek het programma voor 2026! Image
Article
Obesitas behandelen in 2026
Op deze Wereldobesitasdag legt prof. Jean-Charles Preiser, van de dienst Interne Geneeskunde en expert binnen het team van het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B, de nieuwe benaderingen uit op het vlak van de behandeling van deze chronische ziekte. Preventie, globale evaluatie en aanpak op maat Binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B ontvangt prof. Jean-Charles Preiser van de dienst Interne Geneeskunde patiënten met zeer uiteenlopende profielen. Sommigen komen voor een te hoge bloeddruk, anderen voor slecht gereguleerde diabetes, gewrichtspijn of slaapstoornissen. En dan zijn er nog degenen die gewoon binnenkomen en zeggen: “Dokter, ik heb een probleem met mijn gewicht.”“Mijn rol,” legt hij uit, “is eerst en vooral een globale visie te hebben. Obesitas treft niet slechts één orgaan. Het kan het hart, de lever, de gewrichten, het metabolisme en de slaap beïnvloeden.”Achter het woord “obesitas” schuilt vaak een stille opstapeling van complicaties: diabetes, hypertensie, slaapapneu, leververvetting, bepaalde vormen van kanker. Soms reeds aanwezig. Soms nog onzichtbaar.Een evaluatie om te begrijpen, niet om te oordelenDe eerste stap is geen behandeling, maar een evaluatie. Bloedonderzoek om een soms asymptomatische diabetes op te sporen. Meting van de bloeddruk. Evaluatie van de slaap. Opsporing van leveraantasting, soms volledig zonder symptomen.“Wij onderzoeken systematisch de mogelijke complicaties. Niet om het dossier te verzwaren, maar om de behandeling te sturen,” benadrukt prof. Preiser.Want vandaag is de aanpak geëvolueerd. De opties zijn talrijk: gestructureerde dieetbegeleiding; psychologische ondersteuning (vooral bij eetstoornissen); medicamenteuze behandelingen; en zelfs bariatrische chirurgie voor de meest ernstige gevallen.“Enkele jaren geleden vertegenwoordigde chirurgie een belangrijk deel van de doorverwijzingen. Vandaag nemen medicamenteuze behandelingen een steeds grotere plaats in. Ongeveer één patiënt op twee maakt er gebruik van. Chirurgie betreft een minderheid van de gevallen, rond de 20%,” vertelt prof. Preiser.De nieuwe generaties geneesmiddelen, met name incretine-analogen (GLP-1, GIP), hebben het therapeutische landschap veranderd. Ze maken deel uit van het huidige arsenaal en leveren bij veel patiënten significante resultaten op. Maar ze zijn noch automatisch, noch universeel. Hun kostprijs blijft hoog en de terugbetaling is beperkt tot bepaalde situaties, met name bij slecht gecontroleerde diabetes.“Er bestaat geen unieke behandeling. Er is een strategie aangepast aan elke patiënt,” benadrukt hij.“Alles komt door uw gewicht”: weg van de simplificatieVeel patiënten komen met een gevoel van uitputting: na consultatie op consultatie te hebben gehoord dat al hun symptomen met hun gewicht te maken zouden hebben.Dr. Preiser nuanceert: “Ja, obesitas verhoogt het risico op talrijke complicaties. Maar de kans om een ziekte te ontwikkelen is niet strikt evenredig met de graad van obesitas.”Sommige mensen leven al jaren met ernstige obesitas en vertonen weinig complicaties. Anderen, met een meer gematigde obesitas, ontwikkelen vroeg metabole of cardiovasculaire problemen.Waarom? De genetische aanleg speelt een grote rol. Familiale voorgeschiedenis — hartinfarct, beroerte, leverziekten, diabetes — bepaalt het risiconiveau. De combinatie met andere factoren, zoals alcoholgebruik of roken, wijzigt eveneens de situatie.De boodschap is duidelijk: obesitas is een belangrijke risicofactor, maar verklaart niet alles. Elke situatie verdient een individuele analyse.Een nieuwe definitie: kijken naar vetmassa, niet alleen naar gewichtSinds 2025 evolueert de definitie van obesitas: niet langer telt enkel het totale gewicht, maar de verhouding van vetmassa.“Het doel is niet om spiermassa of water te verliezen. Wat wij nastreven is een vermindering van vetmassa met behoud van spiermassa,” herinnert prof. Preiser.Deze aanpak is bijzonder belangrijk in de geriatrie, waar spierverlies kwetsbaarheid en valrisico kan verergeren. Vandaar het belang van voldoende eiwitinname en aangepaste fysieke activiteit, zelfs onder medicamenteuze behandeling.Mannen, vrouwen: verschillende risico’sDe complicaties verschillen naargelang het geslacht. Bij vrouwen kan obesitas leiden tot vruchtbaarheidsstoornissen of polycysteus-ovariumsyndroom. Na de menopauze stijgt het risico op borstkanker bij obesitas. Kniepijn komt eveneens vaker voor.Bij mannen ziet men vaker gecumuleerde cardiovasculaire risicofactoren en een hogere frequentie van bepaalde spijsverteringskankers en prostaatkanker.In beide gevallen blijft screening essentieel. Het behandelen van obesitas na een kankerdiagnose kan bijvoorbeeld bijdragen tot het verminderen van het risico op herval.Steeds jongere patiëntenDe meest opvallende evolutie van de laatste jaren betreft de leeftijd van de patiënten.“Obesitas neemt toe bij kinderen en adolescenten, vaak tegen een achtergrond van socio-economische en culturele factoren. Sedentaire leefgewoonten, versterkt door de COVID-periode, hebben een rol gespeeld. Veel jongeren met obesitas worden volwassenen met obesitas,” betreurt prof. Preiser.Sommigen consulteren spontaan, met de wil om vroeg te begrijpen en te handelen.Andere situaties duiken op: vrouwen die gevolgd worden in medisch begeleide voortplanting, waar de aanpak van obesitas en vruchtbaarheidsproblemen parallel verloopt. Na een bevalling kan de prioriteit verschuiven naar de pasgeborene, waardoor de gezondheid van de moeder op de tweede plaats komt. “Dit zijn menselijke realiteiten die in de begeleiding moeten worden geïntegreerd,” benadrukt de geriater.De gevoelige kwestie van hervalObesitas is een chronische ziekte. Zoals elke chronische ziekte kan ze tot herval leiden.Na chirurgie kan zeer snel gewichtsverlies tekorten of malabsorptieproblemen veroorzaken, en gewichtstoename kan opnieuw optreden. Bij diëten alleen blijft het “jojo-effect” het typische falen wanneer aanbevelingen niet aangepast zijn aan de levensstijl of wanneer een eetstoornis niet wordt aangepakt.Wat betreft de recente geneesmiddelen ontbreekt nog langetermijnervaring. De dosissen worden geleidelijk aangepast volgens de individuele respons en nevenwerkingen. Stopzetting moet progressief gebeuren, met verhoging van fysieke activiteit en voldoende eiwitinname om spiermassa te behouden. Strategieën kunnen gecombineerd worden: medicamenteuze behandeling vóór of na chirurgie, herintroductie bij gewichtstoename.“Continuïteit van opvolging is essentieel,” benadrukt prof. Preiser.Anders kijken naar obesitas en haar behandelingSommige patiënten komen met een duidelijk idee: “Ik wil chirurgie” of “Ik wil dit nieuwe geneesmiddel.” Soms vertrekken ze met een ander voorstel na een volledige evaluatie.“Onze rol is uit te leggen dat er meerdere opties bestaan en dat de keuze afhangt van de globale medische evaluatie,” herinnert prof. Preiser.Obesitas is niet enkel een cijfer op een weegschaal. Het is evenmin een persoonlijk falen. Het is een chronische multifactoriële ziekte, beïnvloed door genetica, omgeving, levensstijl en sociale context.Ze behandelen betekent niet enkel gewicht verliezen. Het betekent complicaties voorkomen, levenskwaliteit behouden, zelfvertrouwen herstellen, emotionele kwetsuren en destructieve gewoonten overwinnen en, in de meest ernstige gevallen, autonomie behouden.Voor wie met obesitas leeft — of een naaste met obesitas begeleidt — is de boodschap wellicht deze: er bestaan oplossingen. Ze zijn talrijk, gepersonaliseerd en evolutief. En vooral, ze worden opgebouwd samen met de patiënt, stap voor stap in zijn of haar zorg- en levensparcours.Een teamgerichte aanpakIn het H.U.B is de aanpak multidisciplinair: internisten, endocrinologen, diëtisten, psychologen, gastro-enterologen, hepatologen, cardiologen en slaapspecialisten. Deze netwerkorganisatie voorkomt dat de patiënt geïsoleerd staat tegenover een complexe ziekte. Neem contact op met het Geïntegreerd Obesitascentrum Pr. Jean-Charles Preiser Lees ook: De rol van de diëtetiek in de multidisciplinaire aanpak van obesitasIngrid Hanson, erkend diëtiste door de FOD Volksgezondheid binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B., licht de delicate kwestie toe van de voeding van patiënten die willen of moeten afvallen. Ontdek het interview. 
Article
De rol van de diëtetiek in de multidisciplinaire aanpak van obesitas
Ter gelegenheid van Wereldobesitasdag licht Ingrid Hanson, erkend diëtiste door de FOD Volksgezondheid binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B., de delicate kwestie toe van de voeding van patiënten die willen of moeten afvallen. Gepersonaliseerde en duurzame begeleiding Wat is de rol van de diëtiste in de behandeling van een patiënt met obesitas? Waarin verschilt dit van die van een voedingsdeskundige?Het Geïntegreerd Obesitascentrum begeleidt patiënten met overgewicht en obesitas bij hun gewichtsverlies, hetzij via een aanpassing van de leefstijlmaatregelen alleen, hetzij met behulp van medicatie of chirurgische technieken.Mijn rol binnen het team bestaat erin patiënten te begeleiden binnen deze drie benaderingen, gedurende het volledige voorgestelde programma, met als doel een globale en duurzame behandeling.Dit omvat de evaluatie van hun eetgewoonten, het opstellen van een gepersonaliseerde en op hun behandeling afgestemde voedingsopvolging, therapeutische educatie en motivationele ondersteuning. Ik werk nauw samen met het multidisciplinaire team (chirurgen, endocrinologen, gastro-enterologen, internist, arts-voedingsdeskundige en psychologen) om een volledige en aan elke situatie aangepaste aanpak te bieden.Om uw vraag over de benadering van voedingsdeskundigen te beantwoorden, is het belangrijk eerst te verduidelijken dat de term “voedingsdeskundige” in België niet beschermd is.Binnen het CIO zijn wij met 4 diëtisten en werken we onder andere samen met een huisarts-voedingsdeskundige. Het is belangrijk dit te vermelden, omdat de term “voedingsdeskundige” weinig betekenis heeft aangezien hij in België niet beschermd is, in tegenstelling tot de titel “diëtist”. De titel van diëtist is beschermd en vastgelegd bij het Koninklijk Besluit van 19 februari 1997. Bovendien is een erkenning toegekend door de FOD Volksgezondheid verplicht om aan te tonen dat diëtisten voldoen aan de vereiste voorwaarden voor de uitoefening van het beroep (studies, stages, verplichte permanente vorming, naleving van beroepsregels) en om de patiënt een professionele en kwalitatieve dienstverlening te garanderen.De arts-voedingsdeskundige (of houder van het interuniversitair certificaat in klinische voeding) heeft een aanvullende benadering ten opzichte van die van diëtisten.Binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum richt de arts-voedingsdeskundige zich voornamelijk op het medische en metabole aspect: hij stelt een diagnose en schrijft onderzoeken en medische behandelingen voor.Als diëtiste ben ik gespecialiseerd in dagelijkse nutritionele en micronutritionele begeleiding. De tijd van rigide voedingsschema’s is voorbij! Onze begeleiding is concreet, gepersonaliseerd en toepasbaar in het dagelijks leven. Dit geldt des te meer met de komst van nieuwe medicamenteuze behandelingen, die een regelmatige opvolging vereisen van spiermassa, eiwitinname en de inname van vitaminen en mineralen.Ons doel is alle patiënten die werken aan gewichtsverlies langdurig te begeleiden, hen te helpen hun eetgedrag geleidelijk aan te passen via concrete en realistische doelstellingen, het risico op nutritionele tekorten te beperken, blokkades te overwinnen en een meer ontspannen relatie met voeding op te bouwen.Hoe past u voedingsadvies aan aan de verschillende patiëntprofielen?Elke patiënt is uniek, daarom staat aanpassing centraal in ons werk. Onze patiënten volgen verschillende zorgtrajecten en kunnen medicamenteuze ondersteuning, een intragastrische ballon of chirurgie krijgen ter ondersteuning van gewichtsverlies. De behandelingen worden geleidelijk en geval per geval aangepast, onder meer wat betreft eventuele textuuraanpassingen, geconsumeerde hoeveelheden en advies om bijwerkingen van behandelingen te verlichten.Om de begeleiding te personaliseren, houd ik rekening met leeftijd, geslacht, familiale en sociale context, eetgewoonten en -voorkeuren, het niveau van fysieke activiteit, evenals eventuele geassocieerde aandoeningen.Bij volwassenen die wij in het CIO opvolgen, moet de begeleiding zich richten op de organisatie van het dagelijks leven (maaltijdtijden, hulp bij menuplanning, portiegrootte, invoeren van momenten van fysieke activiteit…), het beheer van maaltijden op het werk, het begrijpen van honger- en verzadigingssignalen, evenals op de duurzaamheid van veranderingen.Het advies kan ook variëren naargelang het geslacht, om rekening te houden met hormonale verschillen, levensfasen zoals de menopauze en specifieke problematieken.Bij patiënten met comorbiditeiten zoals diabetes, hypertensie of metabole stoornissen werk ik nauw samen met het medisch team om gerichte, veilige en gepersonaliseerde voedingsaanbevelingen voor te stellen.Het doel blijft steeds hetzelfde: binnen het kader van een chronische ziekte, waarbij het risico op herval reëel is ongeacht de gekozen behandeling, een aangepaste, realistische en met het dagelijks leven verenigbare voeding voorstellen om duurzame veranderingen te bevorderen en de levenskwaliteit te verbeteren.Wat zijn de meest voorkomende voedingsgerelateerde obstakels die u bij uw patiënten vaststelt en hoe helpt u hen die te overwinnen?Obesitas wordt erkend als een multifactoriële ziekte die verband houdt met de globale levensstijl. Voedingsgerelateerde obstakels zijn vaak meervoudig en verweven.Op emotioneel vlak vertonen veel patiënten eetgedrag dat beïnvloed wordt door stress, vermoeidheid, angst of negatieve emoties. Hier is samenwerking met psychologen essentieel. Ons werk bestaat erin patiënten te helpen hun emotionele triggers beter te identificeren, bijvoorbeeld via een voedingsdagboek, en alternatieve strategieën te ontwikkelen.Op sociaal vlak spelen professionele verplichtingen, onregelmatige uren, snel genuttigde maaltijden, gebrek aan tijd om te koken en sociale druk een belangrijke rol. Ik begeleid patiënten door samen praktische, realistische en aan hun levensstijl aangepaste oplossingen te zoeken om de dagelijkse organisatie van maaltijden te vergemakkelijken.Economische factoren zijn eveneens bepalend. Sommige patiënten beschikken over een beperkt voedingsbudget, wat de toegang tot voeding die als gezonder wordt beschouwd kan bemoeilijken. Ik analyseer samen met hen de gangbare aangekochte producten en de bezochte winkels om gezondere maar even toegankelijke alternatieven te vinden. Ik probeer ook menu’s en kooktechnieken aan te passen.Wat betreft verschillen tussen mannen en vrouwen: vrouwen lijken vaker geconfronteerd te worden met mentale belasting, emotiebeheer en schuldgevoelens rond voeding, terwijl mannen vaker te maken hebben met belemmeringen zoals grote porties, alcoholconsumptie of maaltijden buitenshuis. Door de gezinsorganisatie lijken veel vrouwen ook meer moeite te hebben om regelmatige sportactiviteiten in te plannen.Dit zijn uiteraard algemene tendensen; elke situatie blijft uniek. In alle gevallen is de begeleiding gericht op het identificeren en geleidelijk overwinnen van deze obstakels, via een welwillende aanpak en door samen met elke patiënt concrete, gepersonaliseerde en duurzame oplossingen uit te werken.Waarom is gewichtsbehoud vaak moeilijker dan het initiële gewichtsverlies?We mogen nooit vergeten dat obesitas een chronische ziekte van het vetweefsel is. Gewicht verliezen is vaak eenvoudiger dan het behouden, omdat het lichaam zich van nature verzet tegen vermagering en probeert terug te keren naar zijn oorspronkelijke evenwicht. Dit geldt voor elke behandeling: leefstijlveranderingen, plaatsing van een intragastrische ballon, medicamenteuze behandelingen en chirurgie.Stabilisatie vereist dus langdurige begeleiding en voortdurende aanpassing. Wat vooral telt, is het vermijden van gezondheidsproblemen die samenhangen met overgewicht, ook al zullen veel patiënten afscheid moeten nemen van hun ideale gewicht.Welke misvattingen over voeding en obesitas zou u bij het grote publiek willen ontkrachten?Het volstaat om de vele kwaadwillige reacties op sociale media te lezen: obesitas wordt nog steeds gezien als een zwakte, een gebrek aan wilskracht. Met de komst van nieuwe medicamenteuze behandelingen voor obesitas heb ik de indruk dat deze agressiviteit toeneemt: mensen worden schuldig gemaakt, men doet hen geloven dat ze medicijnen “stelen” van diabetici, dat ze een gemakkelijke oplossing zoeken, enzovoort.In werkelijkheid gaat het om een chronische, complexe en multifactoriële ziekte, beïnvloed door genetische, hormonale, psychologische, sociale en omgevingsfactoren. Ze herleiden tot een uitspraak als: “je moet gewoon meer bewegen en minder eten” is niet alleen vernederend, maar ook medisch onjuist.Een andere misvatting is dat het voldoende zou zijn een strikt dieet te volgen, injectiebehandelingen te krijgen of een operatie te ondergaan om het probleem duurzaam op te lossen. Aangezien het om een chronische ziekte gaat, geneest men er nooit echt van en zal elk gewichtsverlies veroorzaakt door restrictieve technieken leiden tot jojo-effecten, frustratie, schuldgevoelens en op lange termijn gewichtstoename.Daarom geven wij altijd de voorkeur aan het invoeren van zo evenwichtig en dagelijks haalbaar mogelijke voedingsgewoonten, zelfs als het theoretisch ideale gewicht niet wordt bereikt. Het doel is vooral een globale verbetering van de gezondheid, het welzijn en de levenskwaliteit te bereiken. Neem contact op met het Geïntegreerd Obesitascentrum  Lees ook: Obesitas behandelen in 2026Op deze Wereldobesitasdag legt prof. Jean-Charles Preiser, van de dienst Interne Geneeskunde en expert binnen het team van het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B, de nieuwe benaderingen uit op het vlak van de behandeling van deze chronische ziekte. Lees meer Ingrid Hantson Erkend diëtiste door de FOD Volksgezondheid binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B