Article
Wanneer de lever ziek is, waarom kunnen de nieren daar dan ook onder lijden?
Een internationale studie waaraan het H.U.B heeft bijgedragen, werpt nieuw licht op een ernstige complicatie van gedecompenseerde cirrose: nierinsufficiëntie. De onderzoekers ontdekten dat een variatie in ons genetisch erfgoed mogelijk kan bijdragen tot de verklaring van de pathofysiologische mechanismen die aan het ontstaan ervan ten grondslag liggen. Image De lever en de nieren hebben zeer verschillende functies. Wanneer de lever echter ernstig aangetast is, kunnen ook de nieren in de problemen komen. Dat is met name het geval bij gedecompenseerde cirrose, dit wil zeggen wanneer de leverziekte een stadium heeft bereikt waarin complicaties optreden. In dit gevorderde stadium van de leverziekte blijven de nieren bijzonder kwetsbaar voor een functiestoornis. Deze nierschade is een ernstige complicatie die soms snel kan optreden en de prognose kan verslechteren.Maar één vraag blijft moeilijk te beantwoorden: waarom ontwikkelen sommige patiënten nierschade, terwijl anderen die nochtans met een vergelijkbare leverziekte te maken krijgen, dit niet doen? Een nieuwe internationale studie, gepubliceerd in The Lancet Gastroenterology & Hepatology, biedt een eerste antwoord: ons genetisch patrimonium zou een rol kunnen spelen.Op zoek naar een verschil in ons DNAVoor dit onderzoek bestudeerden de wetenschappers het genetische patrimonium van duizenden mensen met cirrose. De hoofdstudie omvatte 3.220 Zuid-Amerikaanse en Europese patiënten met gedecompenseerde cirrose. Vervolgens bevestigden de onderzoekers hun bevindingen bij 1.728 andere patiënten uit verschillende onafhankelijke cohorten. Ze vergeleken hun resultaten ook met die van mensen met gecompenseerde cirrose en met die van meer dan 400.000 mensen uit de algemene bevolking zonder cirrose. Het doel was om DNA-variaties op te sporen die verband zouden kunnen houden met het creatininegehalte in het bloed, een merker die wordt gebruikt om de nierfunctie te beoordelen.De onderzoekers identificeerden een vaak voorkomende genetische variatie in een gebied van het genoom dat het gen SUSD1 bevat. Deze variatie houdt verband met hogere creatininegehalten en een hogere frequentie van nierfalen bij mensen met gedecompenseerde cirrose. Bij patiënten met twee kopieën van de als risicovol beschouwde variant was het risico op nierfalen ongeveer 60% hoger dan bij patiënten met twee kopieën van de andere variantversie.Dit resultaat betekent niet dat een gen de nieren «veroordeelt»Het is belangrijk om goed te begrijpen dat deze vaak voorkomende genetische variatie niet betekent dat een patiënt noodzakelijkerwijs nierschade zal ontwikkelen. De individuele vatbaarheid voor nierschade hangt af van talrijke factoren, zoals de ernst van de leverziekte, eventuele andere aandoeningen, infecties en geneesmiddelenbehandelingen. Genetica is hier één factor naast vele andere.Een andere belangrijke vaststelling: het verband tussen deze genetische variatie en de nierfunctie werd niet waargenomen bij patiënten met gecompenseerde cirrose of in de algemene bevolking. Het lijkt er dus op dat het effect van deze genetische variatie zich manifesteert in de context van een reeds ernstig zieke leverWat gebeurt er tussen de lever en de nier?De studie biedt ook een aanwijzing om dit fenomeen te begrijpen. De onderzoekers bestudeerden de cellen in verschillende weefsels om de pathofysiologische mechanismen te beoordelen die SUSD1 verbinden met een verminderde nierfunctie. Ze identificeerden met name de mogelijke bijdrage van immuuncellen die plasmacytoïde dendritische cellen worden genoemd. Bij patiënten met nierschade kwamen deze cellen talrijker voor en waren bepaalde communicatiewegen waarbij type I-interferonen betrokken zijn — moleculen die onder meer tijdens immuunreacties worden geproduceerd — sterker geactiveerd in de lever en de nieren. Deze resultaten suggereren dat een reactie van het immuunsysteem een rol zou kunnen spelen in het verband tussen leverfalen en nierschade.Het moet echter nog precies worden begrepen hoe deze reactie wordt uitgelokt en welke exacte rol het gen SUSD1 speelt. De onderzoekers spreken daarom van een biologische piste die nog verder moet worden onderzocht.«Ons doel is beter te begrijpen waarom de nieren bij sommige patiënten met gedecompenseerde cirrose bijzonder kwetsbaar worden. Deze studie brengt een genetische component en een immuunpiste aan het licht die verder onderzoek verdienen. In dit stadium levert de studie vooral kennis op over mogelijke ziektemechanismen; ze maakt het nog niet mogelijk om het verloop bij een patiënt te voorspellen of zijn behandeling te kiezen», legt prof. Eric Trépo, hepatoloog bij het H.U.B en onderzoeksdirecteur van het F.R.S.-FNRS, uit.Waarom is deze ontdekking belangrijk voor patiënten?Omdat ze bijdraagt tot een beter begrip van de biologische mechanismen die een rol kunnen spelen bij nierschade, een complicatie die bijzonder moeilijk te behandelen kan zijn.Deze studie suggereert dat een deel van dit verschil verband zou kunnen houden met hun eigen biologie, met inbegrip van hun genetisch patrimonium. Op termijn zou een betere identificatie van bijzonder kwetsbare patiënten het mogelijk kunnen maken om hun opvolging en behandeling nog beter af te stemmen. Het doel op langere termijn zou erin bestaan risicosituaties vroeger op te sporen en, indien nieuwe therapeutische doelwitten worden bevestigd, behandelingen te ontwikkelen die preciezer kunnen ingrijpen op de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de nierschade.Een piste naar meer gepersonaliseerde geneeskundeWe staan echter nog maar aan het begin. Deze ontdekking betekent niet dat er binnenkort aan alle patiënten met cirrose een genetische test zal worden aangeboden om nierschade te voorspellen. De voorspellende waarde van dit verband en het klinische nut ervan moeten nog worden geëvalueerd in prospectieve studies. Maar deze resultaten openen een nieuwe onderzoekspiste: de individuele vatbaarheid van de betrokken patiënten beter begrijpen.Voor mensen die met gedecompenseerde cirrose leven, zou dit onderzoek op termijn kunnen bijdragen tot een meer gepersonaliseerde behandeling, als het klinische nut ervan wordt aangetoond. Dat is een van de huidige uitdagingen binnen het leveronderzoek: geleidelijk evolueren van een geneeskunde die complicaties behandelt wanneer ze optreden naar een geneeskunde die het individuele verloop van elke patiënt beter kan voorspellen.Dit onderzoeksproject wordt ondersteund door het Fonds Erasme. De wetenschappelijke publicatie lezen Lees het persbericht van EF CLIF Onze onderzoekers Dr. Eric Trépo, hepatoloog in het H.U.B en onderzoeksdirecteur van het F.R.S.-FNRS.Dr. Lukas Otero Sanchez, arts-assistent in de gastro-enterologie in het H.U.B, kandidaat-specialist in opleiding – onderzoeker bij het Fonds Erasme Meer weten over de projecten van onze onderzoekers Projecten gesteund door het Fonds Erasme Onderzoeksprojecten van Dr. Eric Trépo Onderzoeksprojecten van Dr. Otero Sanchez  Meer informatie over onze dienst Gastro-enterologie en Hepato-pancreatologieVoor een integrale behandeling van spijsverteringsaandoeningenDe dienst gastro-enterologie en hepato-pancreatologie van het H.U.B-Erasme staat binnen een universitaire ziekenhuisstructuur van topkwaliteit in voor de integrale behandeling van spijsverteringsaandoeningen. Onze missie steunt op een fundamentele drieledigheid: een superieure zorgkwaliteit, kennisoverdracht via onderwijs en voortdurende innovatie door onderzoek. Ontdek onze dienst
Gezondheidsproblemen
Congenitale hypothyreoïdie
Voorstelling van de dienst De Kliniek voor Endocrinologie bij volwassenen staat in voor de diagnose en opvolging van volwassen patiënten met een endocrien probleem, dat wil zeggen een aandoening die de secretie van een hormoon (overmatige of onvoldoende secretie) en/of de klier die het hormoon afscheidt, aantast. De dienst behandelt aandoeningen van de schildklier, de bijschildklieren, de bijnieren, de gonaden (eierstokken en teelballen) en de hypofyse. Sinds 2016 maakt de dienst Endocrinologie van het Erasmusziekenhuis, die voor het pediatrische luik samenwerkt met het Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (HUDERF), deel uit van het netwerk ENDO-ERN (European Reference Network for Rare Endocrine Conditions), het Europees Referentienetwerk voor zeldzame endocriene aandoeningen.Dit netwerk heeft als opdracht de toegang tot kwaliteitsvolle zorg te verbeteren voor patiënten met zeldzame endocriene aandoeningen. Het ondersteunt klinisch onderzoek en draagt bij tot de oprichting van registers waarin patiënten met zeldzame aandoeningen worden opgenomen, om het delen van kennis en de verbetering van de klinische praktijk te bevorderen. De behandeling van zeldzame endocriene aandoeningen is multidisciplinair. Rond complexe casussen worden regelmatig overlegmomenten georganiseerd met talrijke specialisten binnen onze instelling, maar ook tijdens virtuele consultaties met erkende Europese experten via het ENDO-ERN-netwerk of tijdens internationale multidisciplinaire overlegvergaderingen (Frankrijk).Sommige endocriene aandoeningen ontstaan bij de geboorte of tijdens de kindertijd en vereisen levenslange behandeling en opvolging. Al vele jaren worden transitieconsultaties georganiseerd met onze pediatrische collega’s van het HUDERF, om de overgang van de pediatrie naar de zorg voor volwassenen zo vlot mogelijk te laten verlopen. Wat zijn zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen? Zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen zijn aandoeningen die meestal vanaf de geboorte aanwezig zijn en de werking van de schildklier beïnvloeden. In de meeste gevallen gaat het om aangeboren hypothyreoïdie, dat wil zeggen een onvoldoende productie van schildklierhormonen. Schildklierhormonen zijn onmisbaar voor de groei, maar ook en vooral voor de normale ontwikkeling van de hersenen tijdens het foetale leven en de kindertijd. Op volwassen leeftijd spelen ze voornamelijk een rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur (thermoregulatie), de controle van de stofwisseling (van het energieverbruik), de vruchtbaarheid, de regeling van de darmtransit, het hartritme en de stemming. Hypothyreoïdie die op volwassen leeftijd ontstaat, is meestal verworven en kan verschillende oorzaken hebben (auto-immuniteit, schildklierchirurgie, geneesmiddelen enz.). Deze aandoeningen vallen niet onder de zeldzame endocriene aandoeningen, in tegenstelling tot aangeboren hypothyreoïdie.Deze laatste kan het gevolg zijn van een afwezige schildklier (agenesie), een slecht gevormde schildklier (dysgenesie) of een defect in de synthese van schildklierhormonen door een mutatie in een van de sleutelenzymen (eiwitten) die betrokken zijn bij de hormoonproductie. Ze worden meestal zeer vroeg vastgesteld, vanaf de eerste levensdagen, dankzij de neonatale screening. Hierdoor kan snel en doeltreffend worden ingegrepen om de schadelijke gevolgen van een tekort aan schildklierhormonen voor de ontwikkeling van de hersenen en het bewegingsapparaat van het kind te voorkomen. Tijdens de zwangerschap staat de moeder in voor de aanvoer van schildklierhormonen naar de foetus en compenseert ze zo het tekort in de hormoonsynthese van de foetale schildklier. Eenmaal geboren krijgt de getroffen baby echter niet langer schildklierhormonen van de moeder en moet daarom snel starten met orale hormoonsubstitutie.Een andere categorie van zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen zijn aandoeningen van de stofwisseling, het transport en de werking van schildklierhormonen. Daartoe behoren de syndromen van resistentie tegen schildklierhormonen. Deze zeer zeldzame aandoeningen (1/19.000 – 1/40.000 geboorten) worden veroorzaakt door genetische afwijkingen die een van de receptoren voor schildklierhormonen aantasten (er bestaan 2 types). De schildklierhormonen worden in voldoende hoeveelheid geproduceerd, maar kunnen niet optimaal werken in de weefsels die de gemuteerde receptor bevatten (hersenen, lever, hart, spieren, botten). De ernst en het type van de symptomen variëren aanzienlijk naargelang van de mutatie. Bij de meest voorkomende vormen van deze zeldzame aandoeningen, die ook de minst ernstige zijn, wordt de diagnose meestal gesteld op basis van zogenaamde “discordante” schildkliertests (met een ongebruikelijk profiel) tijdens routinebloedonderzoek of in het kader van een familiale screening wanneer in de familie een bekende mutatie voorkomt.  Diagnose en behandeling Aangeboren hypothyreoïdie wordt opgespoord via de neonatale screening. Tussen de 2de en de 5de levensdag wordt een druppel bloed afgenomen uit de hiel van de pasgeborene en op een filtreerpapier aangebracht voordat het bloed wordt geanalyseerd. Als het resultaat van de screening afwijkend is, worden de ouders opgeroepen voor een raadpleging endocrinologie. Er worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd om de diagnose te bevestigen (controlebloedafname) en de oorzaak ervan te achterhalen (echografie en scintigrafie van de schildklier). De behandeling bestaat uit een vroege behandeling met schildklierhormonen ter vervanging, die vanaf de eerste levensdagen wordt gestart. Deze behandeling is eenvoudig, wordt goed verdragen en maakt een normale ontwikkeling van het kind mogelijk. Bij de voortzetting van de opvolging op volwassen leeftijd bestaat de uitdaging er, net als bij verworven hypothyreoïdie, in een goede werking van de stofwisseling en de vruchtbaarheid en een optimale levenskwaliteit op alle vlakken (lichamelijk, psychosociaal en professioneel) te waarborgen.Regelmatige klinische en biologische opvolging is essentieel om de doses tijdens de groei aan te passen, maar ook aan de veranderende behoeften in bepaalde situaties (schommelingen in het gewicht, interactie met andere geneesmiddelen, problemen met de spijsverteringsabsorptie, vruchtbaarheid, zwangerschap enz.).De medische opvolging moet levenslang worden voortgezet. Informatie en begeleiding van patiënten en hun gezinnen zijn essentieel om de therapietrouw en de levenskwaliteit op lange termijn te waarborgen.In de meest voorkomende gevallen van resistentie tegen schildklierhormonen zijn de symptomen mild en hebben patiënten doorgaans geen specifieke behandeling nodig. Het gaat evenwel om een moeilijke diagnose, waarbij andere aandoeningen met specifieke tests moeten worden uitgesloten (waaronder een genetische analyse ter bevestiging). Er bestaat een risico op een verkeerde diagnose, die kan leiden tot een onnodige schildklieroperatie of een onnodige medicamenteuze behandeling. Ook opvolging is onontbeerlijk, aangezien de symptomen kunnen evolueren en een medicamenteuze interventie noodzakelijk kan worden. Zorgtrajecten File hypothyroidie_congenitale_.pdf File maladies_du_metabolisme_transport_et_action_des_hormones_thyroidiennes.pdf Overgang naar de volwassenheid Tijdens de adolescentie wordt een geleidelijke voorbereiding op de overgang naar de zorg voor volwassenen georganiseerd. Deze stap helpt de zelfstandigheid van de jonge patiënt te versterken, de continuïteit van de medische opvolging te verzekeren en alle nodige informatie door te geven aan de gespecialiseerde dienst voor volwassenen. De overgang wordt gepland in samenwerking met de patiënt, zijn familie en de pediatrische teams en volwassenenteams. Focus / Onderzoek De patiënten worden behandeld door een erkende endocrinoloog voor volwassenen. De hormoonbepalingen en genetische tests worden uitgevoerd in een gespecialiseerd laboratorium. Er wordt genetische counseling aangeboden. Er is 24 uur per dag een oproepbare wachtdienst beschikbaar. Ons centrum zet zich actief in voor het verbeteren van de kennis en de zorg voor patiënten met zeldzame endocriene aandoeningen. Er werd een lokaal register aangelegd van gevallen van aangeboren hypothyreoïdie en resistentie tegen schildklierhormonen. Het aantal nieuwe patiënten dat wordt opgevolgd, wordt voortdurend gerapporteerd aan het Europese register ENDO-ERN. Het doel is de opvolgingspraktijken te optimaliseren en de zorgverlening tussen verschillende gespecialiseerde centra te vergelijken. Het team volgt permanente bijscholing, neemt deel aan congressen en seminaries, initieert en werkt mee aan mono- en multicentrische studies en publiceert over schildklieraandoeningen. Het team staat ook in voor opleiding en onderwijs van studenten en artsen in opleiding. Onze specialisten
Congenitale hypothyreoïdie
Gezondheidsproblemen
Zeldzame endocriene aandoeningen
Voorstelling van de dienst De Kliniek voor Endocrinologie bij volwassenen staat in voor de diagnose en de opvolging van volwassen patiënten met een endocrien probleem, dat wil zeggen een aandoening die de afscheiding van een hormoon (overmatige of onvoldoende afscheiding) en/of de klier die het hormoon afscheidt, aantast. De dienst behandelt aandoeningen van de schildklier, de bijschildklieren, de bijnieren, de gonaden (eierstokken en teelballen) en de hypofyse.Sinds 2016 maakt de Dienst Endocrinologie van het Erasmusziekenhuis, die voor het pediatrische luik samenwerkt met het Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (HUDERF), deel uit van het netwerk ENDO-ERN (European Reference Network for Rare Endocrine Conditions), het Europees referentienetwerk voor zeldzame endocriene aandoeningen.Dit netwerk heeft als doel de toegang tot kwaliteitsvolle zorg te verbeteren voor patiënten met zeldzame endocriene aandoeningen. Het ondersteunt klinisch onderzoek en draagt bij tot de oprichting van registers waarin patiënten die voor zeldzame aandoeningen worden opgevolgd, worden opgenomen, om het delen van kennis en de verbetering van de klinische praktijk te bevorderen.De behandeling en opvolging van zeldzame endocriene aandoeningen is multidisciplinair. Rond complexe casussen worden regelmatig overlegmomenten georganiseerd met talrijke specialisten binnen onze instelling, maar ook tijdens virtuele consultaties met erkende Europese experten via het ENDO-ERN-netwerk of tijdens internationale multidisciplinaire overlegvergaderingen (Frankrijk).Sommige endocriene aandoeningen ontstaan bij de geboorte of tijdens de kindertijd en vereisen een levenslange behandeling en opvolging. Al vele jaren worden transitieconsultaties georganiseerd met onze pediatrische collega’s van het HUDERF, om de overgang van de pediatrie naar de zorg voor volwassenen zo vlot mogelijk te laten verlopen.  Wat zijn zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen? Zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen zijn aandoeningen die meestal al vanaf de geboorte aanwezig zijn en de werking van de schildklier beïnvloeden. In de meeste gevallen gaat het om aangeboren hypothyreoïdie, dat wil zeggen een onvoldoende productie van schildklierhormonen. Schildklierhormonen zijn onmisbaar voor de groei, maar ook en vooral voor de normale ontwikkeling van de hersenen tijdens het foetale leven en de kindertijd. Op volwassen leeftijd spelen ze voornamelijk een rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur (thermoregulatie), de controle van de stofwisseling (het energieverbruik), de vruchtbaarheid, de regeling van de darmtransit, het hartritme en de stemming. Hypothyreoïdie die op volwassen leeftijd ontstaat, is meestal verworven en kan verschillende oorzaken hebben (auto-immuniteit, schildklierchirurgie, geneesmiddelen enz.). Deze aandoeningen vallen niet onder de zeldzame endocriene ziekten, in tegenstelling tot aangeboren hypothyreoïdie.Deze laatste kan het gevolg zijn van een afwezige schildklier (agenesie), een misvormde schildklier (dysgenesie) of een defect in de synthese van schildklierhormonen door een mutatie in een van de sleutelenzymen (eiwitten) die betrokken zijn bij de hormoonproductie. Ze worden meestal zeer vroeg opgespoord, vanaf de eerste levensdagen, dankzij de neonatale screening. Zo kan snel en doeltreffend worden ingegrepen om de schadelijke gevolgen van een tekort aan schildklierhormonen voor de ontwikkeling van de hersenen en het bewegingsapparaat van het kind te voorkomen. Tijdens de zwangerschap zorgt de moeder voor de aanvoer van schildklierhormonen naar de foetus en compenseert ze zo het tekort in de hormoonsynthese van de foetale schildklier. Eenmaal geboren krijgt de getroffen baby echter geen schildklierhormonen meer van de moeder en moet hij dus snel orale hormoonsubstitutie krijgen.Een andere categorie van zeldzame aangeboren schildklieraandoeningen zijn ziekten van het metabolisme, het transport en de werking van schildklierhormonen. Hiertoe behoren de syndromen van resistentie tegen schildklierhormonen. Deze zeer zeldzame aandoeningen (1/19.000 – 1/40.000 geboorten) worden veroorzaakt door genetische afwijkingen die een van de receptoren voor schildklierhormonen aantasten (er bestaan 2 types). De schildklierhormonen worden in voldoende hoeveelheden geproduceerd, maar kunnen niet optimaal werken in de weefsels die de gemuteerde receptor bevatten (hersenen, lever, hart, spieren, botten). De ernst en het type van de symptomen variëren sterk naargelang van de mutatie. Bij de meest voorkomende vormen van deze zeldzame aandoeningen, die ook de minst ernstige zijn, wordt de diagnose meestal gesteld naar aanleiding van zogenaamde “discordante” schildkliertests (met een ongewoon profiel) bij routinebloedonderzoek of tijdens een familiale screening in het kader van een bekende mutatie in de familie.   Diagnose en behandeling Congenitale hypothyreoïdie wordt opgespoord via neonatale screening. Tussen de 2e en 5e levensdag wordt een druppel bloed afgenomen uit de hiel van de pasgeborene en op een filtreerpapier aangebracht voordat het bloed wordt geanalyseerd. Als het resultaat van de screening afwijkend is, worden de ouders teruggeroepen voor een raadpleging bij de dienst endocrinologie. Er worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd om de diagnose te bevestigen (controlebloedafname) en de oorzaak ervan te achterhalen (echografie en scintigrafie van de schildklier). De behandeling berust op een vroegtijdige behandeling met schildklierhormoonsubstitutie, die al tijdens de eerste levensdagen wordt gestart. Deze behandeling is eenvoudig, wordt goed verdragen en maakt een normale ontwikkeling van het kind mogelijk. Bij de verdere opvolging op volwassen leeftijd bestaat de uitdaging, net als bij verworven hypothyreoïdie, erin te zorgen voor een goede werking van de stofwisseling, de vruchtbaarheid en een optimale levenskwaliteit op alle vlakken (lichamelijk, psychosociaal en professioneel).Een regelmatige klinische en biologische opvolging is essentieel om de dosissen tijdens de groei aan te passen, maar ook aan de veranderende behoeften naargelang bepaalde situaties (schommelingen in het gewicht, interacties met andere geneesmiddelen, problemen met de spijsverteringsabsorptie, vruchtbaarheid, zwangerschap enz.).De medische opvolging moet levenslang worden voortgezet. Informatie en begeleiding van patiënten en hun families zijn essentieel om de therapietrouw en de levenskwaliteit op lange termijn te verzekeren.In de meest voorkomende gevallen van resistentie tegen schildklierhormonen zijn de symptomen mild en hebben patiënten doorgaans geen specifieke behandeling nodig. Het gaat echter om een moeilijke diagnose, waarbij andere aandoeningen moeten worden uitgesloten aan de hand van specifieke tests (waaronder een genetische analyse ter bevestiging). Er bestaat een risico op een verkeerde diagnose, die kan leiden tot een onnodige schildklieroperatie of een overbodige medicamenteuze behandeling. Ook opvolging is noodzakelijk, aangezien de symptomen kunnen evolueren en een medicamenteuze interventie kunnen vereisen.  Zorgtraject File trajetdesoin.pdf Overgang naar de volwassenheid Tijdens de adolescentie wordt een geleidelijke voorbereiding op de overgang naar de volwassenenzorg georganiseerd. Deze fase helpt de zelfstandigheid van de jonge patiënt te vergroten, de continuïteit van de medische opvolging te waarborgen en alle nodige informatie aan de gespecialiseerde volwassenendienst door te geven. De overgang wordt gepland in samenwerking met de patiënt, zijn of haar familie en de pediatrische en volwassenenteams. Focus: expertise De patiënten worden behandeld door een erkend endocrinoloog voor volwassenen. De hormoonbepalingen en genetische tests worden uitgevoerd in een gespecialiseerd laboratorium. Er wordt genetische counseling aangeboden. Er is 24 uur per dag een oproepbare wachtdienst. Ons centrum zet zich actief in voor het verbeteren van de kennis en de zorg voor patiënten met zeldzame endocriene aandoeningen.Er werd een lokaal register aangelegd van gevallen van aangeboren hypothyreoïdie en resistentie tegen schildklierhormonen. Het aantal nieuwe behandelde gevallen wordt voortdurend gerapporteerd aan het Europese register ENDO-ERN. Het doel is de opvolging te optimaliseren en de behandelingen in verschillende gespecialiseerde centra met elkaar te vergelijken. Het team volgt permanente bijscholing, neemt deel aan congressen en seminaries, initieert en werkt mee aan mono- en multicentrische studies en publiceert over schildklieraandoeningen. Het team staat ook in voor opleiding en onderwijs van studenten en artsen in opleiding. Onze specialisten Geassocieerde dienst
Zeldzame endocriene aandoeningen
Rich page
Symposium Geriatrie
Het niet te missen symposium voor iedereen en alle zorgprofessionals die geïnteresseerd zijn in geriatrische zorg en zorgtrajecten die senioren helpen gezond en kwaliteitsvol ouder te worden. Programma (voorlopig) 18.00 uur – Ontvangst van de deelnemers 18.30 uur – Lezing: Geriatrie, om te blijven leven wat echt teltDr. Pierre Hanotier, Diensthoofd Geriatrie, H.U.B 18.40 – 19.00 uur | Flash Talks – Eén expertise, één boodschap, vijf minuten 18.40 uur – Cardiogeriatrie: van orgaangeneeskunde naar persoonsgerichte zorgDr. Véronique Lesage, geriater, gespecialiseerd in cardiogeriatrie en palliatieve zorg, Erasmeziekenhuis H.U.B 18.45 uur – Orthogeriatrie: het zorgmodel dat de prognose van oudere patiënten verandertDr. Laetitia Beernaert, geriater, gespecialiseerd in orthogeriatrie, Erasmeziekenhuis H.U.B 18.50 uur – Oncogeriatrie: wanneer leeftijd niet langer de behandeling bepaaltDr. Julie Caillet, geriater, gespecialiseerd in oncogeriatrie, Jules Bordet Instituut H.U.B en Dr. Nathalie Compté, geriater, CHU Helora 18.55 uur – Seksuele gezondheid: plezier kent geen vervaldatumDr. Nathan Franceschi, geriater, Erasmeziekenhuis H.U.B 19.00 uur – Geriatrische revalidatie: opnieuw mogelijkheden vinden, levensdoelen behoudenDr. Anne Mergam, geriater, Geriatrisch Revalidatiecentrum (GRC), Erasmeziekenhuis H.U.B 19.10 uur – Lezing over Healthy Aging: gezondheid en zelfstandigheid zo lang mogelijk ondersteunen!Dr. Pierre Hanotier 20.00 uur – Dinerbuffet en netwerkmoment 21.30 uur – Einde van het symposium Ik schrijf me in Praktische informatie Datum: donderdag 12 november 2026Locatie: Jules Bordet Instituut, Meylemeerschstraat 90, 1070 Brussel, Auditorium du Tagnon (1e verdieping). ToegangDit symposium staat open voor iedereen: voor wie geïnteresseerd is in geriatrische zorg, voor wie meer wil weten over gezond ouder worden, en voor huisartsen die de samenwerking met geriaters willen versterken. Het symposium wordt in het Frans georganiseerd.Deelname is gratis, maar inschrijving is verplicht. Uiterste inschrijvingsdatum: 6 november 2026.De deelnemende artsen ontvangen accreditatiepunten. Deze worden uitsluitend toegekend aan artsen die het volledige symposium hebben bijgewoond. Contact Met de steun van Image
Rich page
Symposium Interventionele radiologie in de gynaecologie
Interventionele radiologie in de gynaecologie: minimaal invasieve innovaties voor het behoud van gezondheid en vruchtbaarheid Interventionele radiologie neemt vandaag een steeds belangrijkere plaats in binnen de behandeling van gynaecologische aandoeningen. Dankzij minimaal invasieve technieken, gestuurd door beeldvorming, biedt deze discipline alternatieven of aanvullingen op conventionele behandelingen, met mogelijke voordelen op het vlak van orgaanbehoud, vermindering van complicaties en verbetering van de levenskwaliteit van patiënten.Dit symposium biedt een multidisciplinaire kijk op de nieuwste ontwikkelingen binnen de interventionele radiologie toegepast op de gynaecologie. Gynaecologen, interventionele radiologen en andere specialisten die betrokken zijn bij de behandeling van bekkenpathologieën komen samen om de huidige indicaties, klinische resultaten en toekomstige evoluties van deze technieken te bespreken.Therapeutische innovaties centraal in de gynaecologische zorgGerichte embolisatie: een orgaansparende aanpak voor uteriene aandoeningenArteriële embolisatie maakt het mogelijk om de bloedvoorziening van bepaalde gynaecologische letsels nauwkeurig te behandelen en zo een alternatief of aanvulling te bieden op conventionele behandelingen, met behoud van de baarmoeder.Deze sessie behandelt onder meer:Baarmoederfibromen (fibromyomen): indicaties, klinische resultaten en de plaats van embolisatie binnen het huidige therapeutische arsenaal.Bekkenadenomyose: nieuwe perspectieven voor de behandeling van een aandoening die vaak gepaard gaat met chronische pijn en menstruatiestoornissen.Thermoablatie: nieuwe minimaal invasieve strategieën tegen diepe endometrioseThermoablatie biedt nieuwe perspectieven voor de behandeling van bepaalde letsels van diepe endometriose dankzij een gerichte aanpak die de impact op omliggende weefsels beperkt. Deze sessie bespreekt de indicaties, beschikbare resultaten en de plaats van deze techniek binnen een gepersonaliseerde therapeutische strategie.Vasculaire bekkenpathologieën: anders diagnosticeren en behandelenBepaalde chronische bekkenpijnen kunnen verband houden met vasculaire afwijkingen. Experts bespreken de nieuwste ontwikkelingen rond:Embolisatie van bekkenvarices: een gerichte behandeling voor het bekkencongestiesyndroom bij bepaalde patiënten.Behandeling van varicoceles: met bijzondere aandacht voor indicaties en resultaten.Vruchtbaarheid herstellen: de mogelijkheden van selectieve tubaire recanalisatieBij bepaalde vormen van proximale eileiderobstructie kan selectieve tubaire recanalisatie een minimaal invasieve techniek zijn om de doorgankelijkheid van de eileiders te herstellen. Deze sessie bespreekt de plaats van deze techniek binnen het fertiliteitstraject en de integratie ervan in een geïndividualiseerde zorgverlening.Een globale reflectie over interventionele radiologie in de gynaecologieTransversale uitdagingen: een verantwoorde praktijk van interventionele radiologie in de gynaecologieNaast technische innovaties roept de ontwikkeling van deze technieken belangrijke vragen op:Welke ethische uitdagingen zullen de verdere evolutie van deze praktijken begeleiden?Hoe kunnen economische overwegingen geïntegreerd worden in therapeutische keuzes?Hoe kunnen we de stralingsbescherming van patiënten en zorgverleners optimaliseren?Een globale reflectie die noodzakelijk is om innovatieve, verantwoorde en patiëntgerichte geneeskunde te garanderen.Een symposium om de samenwerking tussen specialisten te versterkenDit symposium richt zich tot gynaecologen die hun kennis van beschikbare interventionele technieken in de gynaecologie willen verdiepen en beter willen identificeren in welke situaties deze behandelingen aan hun patiënten kunnen worden aangeboden.Een unieke gelegenheid om ervaringen uit te wisselen met specialisten in interventionele radiologie en gynaecologie aan de hand van klinische casussen, praktijkervaringen en toekomstige perspectieven.Praktische informatieDatum: zaterdag 21 november 2026Uur: 08.00 tot 15.00 uurLocatie: Museum voor Geneeskunde, Erasmuscampus – Facultaire Plein. Lenniksebaan 808, 1070 Anderlecht. ToegangDoelgroep: gynaecologen, interventionele radiologen en specialisten betrokken bij de behandeling van bekkenpathologieënGeaccrediteerd symposium, georganiseerd onder leiding van Dr. Salvatore Murgo en Dr. Arnaud BourguignonGratis inschrijving, maar verplicht (inschrijving sluit op 14/11/2026)Contact: Coördinatie Angiografie Interventionele Radiologie, coordination [dot] RI [at] hubruxelles [dot] be Inschrijven
Rich page
Epileptologiekliniek
De Kliniek voor Epileptologie van het Erasmeziekenhuis H.U.B. is gespecialiseerd in de diagnose, behandeling en opvolging van personen met epilepsie of epileptische aanvallen.  Epilepsie diagnosticeren en behandelen Epilepsie treft ongeveer 1% van de bevolking en kan op elke leeftijd optreden. In een derde van de gevallen kunnen anti-epileptica de epilepsie niet onder controle krijgen. De impact op het dagelijkse leven, met name op het vermogen om te werken en een voertuig te besturen, kan dan aanzienlijk zijn. Image Image Image Patiënten bevrijden van epileptische aanvallen De Epilepsiekliniek biedt zorg aan volwassen patiënten met epilepsie van elk type en elke ernstgraad. De doelstellingen van de zorg zijn aanvalsvrijheid en een betere levenskwaliteit. Uw referentiecentrum in Brussel Neurologen, neurofysiologen, neurochirurgen, neuroradiologen, psychologen en gespecialiseerde verpleegkundigen werken samen om patiënten een gepersonaliseerde zorg te bieden. De Epilepsiekliniek van het Erasmusziekenhuis H.U.B maakt deel uit van het Referentiecentrum voor de behandeling van refractaire epilepsie, erkend door het INAMI. Ons zorgaanbod Gespecialiseerde ambulante raadplegingenGespecialiseerd advies voor patiënten die op de Spoedgevallen zijn opgenomen of gehospitaliseerd zijn, in het bijzonder op de afdeling Intensieve zorgLangdurige video-EEG-registraties (24 uur of meerdere dagen) voor de diagnose van epilepsie en de prechirurgische evaluatie van refractaire epilepsie in de gespecialiseerde eenheid voor epilepsieonderzoekIntracraniële EEG-registraties voor de behandeling van refractaire epilepsie die in aanmerking komt voor chirurgieLangdurige intrahospitale EEG-registraties, in het bijzonder op de afdeling Intensieve zorg, voor de diagnose van epileptische aanvallen bij ernstig zieke patiënten, de prognose van de neurologische evolutie bij comateuze patiënten of bijvoorbeeld het opsporen van laattijdige cerebrale ischemie Ons team Dr. Benjamin Legros, Directeur van de Kliniek voor epileptologie bij volwassenen Onze artsenProf. Nicolas Gaspard, diensthoofd NeurologieProf. Chantal DepondtProf. Lorenzo FerliniDr. Romain TortuyauxDr. Sarah CaroyerOns verpleegkundig personeelHoofdverpleegkundige: Nathalie BuffeAdjunct-hoofdverpleegkundige: Didier Depré De diensten waarmee we samenwerken Neuropediatrie Lien vers Neuropediatrie Neurochirurgie Lien vers Neurochirurgie Radiologie en medische beeldvorming Lien vers Radiologie en medische beeldvorming Nucleaire geneeskunde Lien vers Nucleaire geneeskunde Interventionele neuroradiologie Lien vers Interventionele neuroradiologie Neuropsychologie Lien vers Neuropsychologie Translationele Neurobeeldvorming Lien vers Translationele Neurobeeldvorming Details van de multidisciplinaire samenwerking van de Kliniek voor epileptologie van het H.U.BNeuropediatrieKinderen met epilepsie krijgen een behandeling die aangepast is aan hun leeftijd en ontwikkeling. Wanneer de gebruikelijke onderzoeken niet toelaten om de oorsprong van de aanvallen precies te bepalen, kunnen artsen in bepaalde situaties de elektrische activiteit van de hersenen rechtstreeks registreren met behulp van kleine elektroden die tijdelijk in de hersenen worden geplaatst (intracerebraal EEG). Dit onderzoek maakt het mogelijk om de zone die verantwoordelijk is voor de aanvallen zeer nauwkeurig te lokaliseren.NeurochirurgieWanneer geneesmiddelen de aanvallen niet voldoende onder controle krijgen, kan een chirurgische ingreep worden overwogen. Afhankelijk van de situatie kan de neurochirurg de kleine zone in de hersenen die aan de oorsprong ligt van de aanvallen verwijderen of isoleren zodat deze geen aanvallen meer kan veroorzaken. Voor deze ingreep is het soms nodig om tijdelijk fijne elektroden in de hersenen te plaatsen om de hersenactiviteit te registreren en de verantwoordelijke zone precies te lokaliseren. Wanneer een operatie niet mogelijk is of niet de beste optie is, kunnen andere behandelingen worden voorgesteld. Zo kan er een kleine stimulator worden ingeplant, vergelijkbaar met een pacemaker, die lichte elektrische impulsen stuurt naar een zenuw in de hals (de nervus vagus) of rechtstreeks naar bepaalde zones van de hersenen. Deze stimulatie kan bij sommige patiënten de frequentie of intensiteit van de aanvallen verminderen. In bepaalde, welomschreven situaties kan ook een minimaal invasieve techniek met behulp van een laserstraal (LITT) worden voorgesteld. De laser wordt uiterst nauwkeurig gestuurd en maakt het mogelijk om de zone die verantwoordelijk is voor de aanvallen te behandelen zonder een open operatie uit te voeren.Radiologie en medische beeldvormingBeeldvormingsonderzoeken (MRI, CT-scan...) maken het mogelijk om zeer precieze beelden van de hersenen te verkrijgen om een afwijking op te sporen die aan de oorsprong van de aanvallen kan liggen. Sommige onderzoeken tonen ook hoe verschillende hersengebieden functioneren.Nucleaire geneeskundeEen PET-scan is een beeldvormingsonderzoek waarmee men de werking van de hersenen kan observeren door de activiteit van de verschillende hersengebieden te meten. Het helpt artsen om de zones op te sporen die betrokken zijn bij de aanvallen wanneer deze niet zichtbaar zijn op een MRI.Interventionele neuroradiologieVoor bepaalde chirurgische ingrepen maken gespecialiseerde onderzoeken het mogelijk om na te gaan welke zones van de hersenen betrokken zijn bij essentiële functies zoals taal of geheugen. Het team maakt ook een zeer nauwkeurige kaart van de bloedvaten in de hersenen om de plaatsing van elektroden veilig voor te bereiden wanneer dat nodig is.Neuropsychologie en logopedieMet tests kan men het geheugen, de aandacht, de concentratie, de taal en andere cognitieve functies evalueren. Ze helpen om de impact van epilepsie op het dagelijkse leven te meten en een eventuele chirurgische ingreep voor te bereiden.Translationele NeurobeeldvormingDe kliniek beschikt over geavanceerde technologie, magneetencefalografie (MEG) genoemd. Dit volledig pijnloze en niet-invasieve onderzoek meet de zeer zwakke magnetische velden die van nature door de hersenactiviteit worden opgewekt. Het maakt het mogelijk om de zones die verantwoordelijk zijn voor de aanvallen zeer nauwkeurig te lokaliseren en vormt een aanvulling op de andere onderzoeken. Het Erasmusziekenhuis is momenteel het enige ziekenhuis in België dat over deze technologie beschikt. Image Onderzoek en innovatie Als academisch ziekenhuis en referentiecentrum voor de behandeling van complexe epilepsie staat onderzoek centraal in de missie van onze kliniek. De wetenschappelijke kennis die in het laboratorium en aan het bed van de patiënten wordt verworven, draagt rechtstreeks bij aan de verbetering van de zorg, de diagnostiek en de aangeboden behandelingen.Onze teams werken mee aan talrijke nationale en internationale onderzoeksprojecten, evenals aan klinische studies die tot doel hebben de mechanismen van epilepsie beter te begrijpen, nieuwe diagnostische benaderingen te ontwikkelen en innovatieve behandelingen te evalueren. De wetenschappelijke publicaties van onze artsen en onderzoekers getuigen van deze expertise en van hun engagement om de zorg voor mensen met epilepsie verder te verbeteren. Onze wetenschappelijke publicaties (1/3) Lien vers https://www.nature.com/articles/s41588-023-01485-w GWAS-meta-analyse bij meer dan 29.000 mensen met epilepsie identificeert 26 risicoloci en subtype-specifieke genetische architectuur International League Against Epilepsy Consortium on Complex Epilepsies. Nat Genet. 2023 Sep;55(9):1471-1482.  31 Augustus 2023 Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39363051/ Exoomsequencing van 20.979 personen met epilepsie brengt gedeelde en onderscheiden ultrazeldzame genetische risico’s binnen de verschillende subtypes van de aandoening aan het licht Epi25 Collaborative. Nat Neurosci. 2024 okt;27(10):1864-1879.  03 Oktober 2024 Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39480921/ Hersenmisvormingen en epileptische aanvallen door een verstoorde chaperoninefunctie van TRiC Kraft F, Rodriguez-Aliaga P, Yuan W, Franken L, Zajt K, Hasan D, Lee TT, Flex E, Hentschel A, Innes AM, Zheng B, Julia Suh DS, Knopp C, Lausberg E, Krause J, Zhang X, Trapane P, Carroll R, McClatchey M, Fry AE, Wang L, Giesselmann S, Hoang H, Baldridge D, Silverman GA, Radio FC, Bertini E, Ciolfi A, Blood KA, de Sainte Agathe JM, Charles P, Bergant G, Čuturilo G, Peterlin B, Diderich K, Streff H, Robak L, Oegema R, van Binsbergen E, Herriges J, Saunders CJ, Maier A, Wolking S, Weber Y, Lochmüller H, Meyer S, Aleman A, Polavarapu K, Nicolas G, Goldenberg A, Guyant L, Pope K, Hehmeyer KN, Monaghan KG, Quade A, Smol T, Caumes R, Duerinckx S, Depondt C, Van Paesschen W, Rieubland C, Poloni C, Guipponi M, Arcioni S, Meuwissen M, Jansen AC, Rosenblum J, Haack TB, Bertrand M, Gerstner L, Magg J, Riess O, Schulz JB, Wagner N, Wiesmann M, Weis J, Eggermann T, Begemann M, Roos A, Häusler M, Schedl T, Tartaglia M, Bremer J, Pak SC, Frydman J, Elbracht M, Kurth I. Science. 2024 nov;386(6721):516-525. 31 Oktober 2024 Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40592404/ Diagnostische opbrengst van klinische exoomsequencing bij 868 kinderen met neurologische ontwikkelingsstoornissen Neuens S, Soblet J, Penninckx A, Detry C, Badoer C, Desmyter L, Peyrassol X, Wilkin F, Busson A, Bruneau M, Grenet ML, Le Morillon A, Aeby A, Deconinck N, Prigogine C, Monier A, Juvené E, Balfroid T, Van Hecke A, Christiaens F, Depondt C, Brachet C, Delvenne V, Lufin N, Bouysran Y, Kammoun M, Daneels D, Caljon B, Croes D, Olsen C, Van Dooren S, Migeotte I, Vandernoot I, Marangoni M, Coppens S, Smits G, Vilain C. Eur J Med Genet. 2025 aug;76:105030.  Onze wetenschappelijke publicaties (2/3) Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34049028/ Evaluatie van een gestandaardiseerd EEG-reactiviteitsprotocol na een hartstilstand Caroyer S, Depondt C, Rikir E, Mavroudakis N, Peluso L, Taccone FS, Legros B, Gaspard N. Clin Neurophysiol. 2021 Jul;1 32(7):1 687-1693. Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41937627/ Bijkomende prognostische waarde van EEG-reactiviteit bij comateuze patiënten na anoxie Caroyer S, Obrecht M, Damien C, De Maeseneire C, Depondt C, Rikir E, Mavroudakis N, Annoni F, Taccone FS, Legros B, Gaspard N. Annals of Clinical and Translationnal neurology. In druk Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33765473/ Vals voorspellend EEG en klinische tekenen na post-anoxisch hersenletsel onder sevofluraananesthesie Peluso L, Legros B, Caroyer S, Taccone FS, Gaspard N. Clin Neurophysiol. mei 2021;1 32(5):1 080-1082. S P 01 Mei 2021 Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40720710/ Kenmerken, uitkomsten en behandeling van postanoxische status epilepticus: gepoolde analyse van 3 cohorten De Stefano P, Hofmeijer J, Quintard H, Damien C, Misirocchi F, Caroyer S, Horn J, et al. (TELSTAR-onderzoekers). Neurology. 26 augustus 2025;1 05(4):e 213913. 26 Augustus 2025 Onze wetenschappelijke publicaties (3/3) Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41934725/ Klinische toepassingen van EEG-connectiviteit bij acute hersenletsels: een systematische review Anzalone L, Cottin L, Caroyer S, Nonclercq A, Gaspard N. Clin Neurophysiol. 2026 Apr 1;187:2111868. doi: 10.1016/j.clinph.2026.2111868 Lien vers https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41963278/ Bewustzijnsmonitoring en voorspelling van de uitkomst met behulp van EEG-connectiviteit bij ernstig traumatisch hersenletsel Anzalone L, Deschamps M, Cottin L, Caroyer S, Damien C, De Maeseneire C, Depondt C, Legros B, Nonclercq A, Gaspard N. J Neurotrauma. 2026 Apr 10:8977151261442469. doi: 10.1177/08977151261442469 10 April 2026 FAQ – Epilepsie 1. Wat is epilepsie? Epilepsie is een neurologische aandoening die herhaalde aanvallen veroorzaakt door abnormale elektrische activiteit in de hersenen. Er bestaan talrijke vormen van epilepsie, met symptomen die sterk kunnen verschillen van persoon tot persoon. 2. Wat zijn de symptomen van een epileptische aanval? Een epileptische aanval beperkt zich niet tot stuipen. De aanval kan ook leiden tot bewustzijnsverlies, een afwezigheid van enkele seconden, onwillekeurige bewegingen, ongebruikelijke gewaarwordingen, taal- of gezichtsstoornissen. De symptomen variëren naargelang van het betrokken hersengebied. 3. Hoe wordt epilepsie gediagnosticeerd? De diagnose berust op een medisch gesprek, de analyse van de door de patiënt of zijn naasten beschreven aanvallen, een neurologisch onderzoek en aanvullende onderzoeken zoals het elektro-encefalogram (EEG), dat de elektrische activiteit van de hersenen registreert, en een MRI-scan van de hersenen. 4. Kan epilepsie behandeld worden? Ja. In de meeste gevallen kunnen de aanvallen onder controle worden gehouden dankzij een medicamenteuze behandeling. Wanneer de geneesmiddelen niet voldoende doeltreffend zijn, kunnen andere oplossingen worden overwogen, zoals chirurgie, neurostimulatie of bepaalde minimaal invasieve technieken. 5. Kan men normaal leven met epilepsie? Ja. Met een aangepaste behandeling en gespecialiseerde opvolging kunnen de meeste mensen met epilepsie werken, vrijetijdsactiviteiten beoefenen, reizen en een actief leven leiden. Afhankelijk van het type aanvallen kunnen echter bepaalde voorzorgsmaatregelen nodig zijn. 6. Wat zijn de oorzaken van epilepsie? De oorzaken zijn uiteenlopend. Epilepsie kan verband houden met een hersenmisvorming, een Cerebrovasculair Accident - CVA, een schedeltrauma, een tumor, een genetische aandoening of een infectie. In veel gevallen wordt er geen precieze oorzaak gevonden. 7. Wanneer een epilepsiespecialist raadplegen? Het is aangewezen om na een eerste onverklaarde aanval een neuroloog te raadplegen, als de aanvallen ondanks de behandeling aanhouden of wanneer de oorzaak moeilijk vast te stellen blijft. Een behandeling in een gespecialiseerd centrum maakt het mogelijk de diagnose te verfijnen en de verschillende therapeutische opties te evalueren. 8. Wat te doen wanneer iemand een epileptische aanval krijgt? Blijf kalm, bescherm de persoon tegen verwondingen, maak de kleding rond de hals los en leg de persoon zo snel mogelijk na de aanval op de zij. Probeer de bewegingen nooit tegen te houden en steek niets in de mond. Als de aanval langer dan vijf minuten duurt of als meerdere aanvallen elkaar opvolgen, bel dan de hulpdiensten. 9. Wanneer wordt epilepsiechirurgie overwogen? Een chirurgische ingreep kan worden voorgesteld wanneer de aanvallen ondanks verschillende correct uitgevoerde behandelingen blijven aanhouden en wanneer een welbepaalde zone in de hersenen wordt geïdentificeerd als de oorsprong van de aanvallen. Elke situatie wordt grondig geëvalueerd door een multidisciplinair team. 10. Waarom een gespecialiseerd epilepsiecentrum raadplegen? Een gespecialiseerd centrum beschikt over deskundige teams en hoogtechnologische onderzoeken, waardoor een nauwkeurige diagnose kan worden gesteld en de meest geschikte behandelingen kunnen worden voorgesteld, ook voor de meest complexe vormen van epilepsie. Patiënten kunnen eveneens gebruikmaken van innovatieve benaderingen en in bepaalde gevallen deelnemen aan klinische studies. Nuttige informatiebronnen en links [VIDEO] Wat is refractaire epilepsie? Dr. Benjamin Legros, neuroloog, directeur… [VIDEO] Epilepsie, laten we erover praten! [ARTICLE] Kunnen er epileptische aanvallen optreden na een CVA? Prof. Nicolas G… [WEBSITE] EpiCARE: Het Europees Referentienetwerk voor zeldzame en complexe vor… [SITE WEB] European Rare Disease Research Alliance [WEBSITE] Epi25 Collaborative: internationale samenwerking voor genetische sequ… [WEBSITE] Consortium voor complexe epilepsieën van de Internationale Liga tegen… [SITE WEB] ENIGMA Consortium voor neurobeeldvorming en genetica / Consortium vo… [WEBSITE] Franstalige Belgische Liga tegen Epilepsie (patiëntenvereniging) Onze specifieke pagina over de gezondheidsproblematiek
Rich page
Klinieken voor medische hepatologie en levertransplantatie
Het Academisch Ziekenhuis Brussel is een referentiecentrum voor de behandeling van leveraandoeningen (met alle expertise en het volledige diagnostische en therapeutische arsenaal) en is een van de zes centra voor levertransplantatie in België. Contacteer de kliniek Bent u arts en wilt u de medische resultaten van uw patiënten verkrijgen?Zoekt u informatie of moet u een administratieve kwestie regelen?Neem per e-mail contact op met ons medisch secretariaat via SecMed [dot] GastroMed [dot] erasme [at] hubruxelles [dot] be (SecMed[dot]GastroMed[dot]erasme[at]hubruxelles[dot]be)  Uw referentiecentrum voor de behandeling van leverziekten De hepatologiekliniek en de medische kliniek voor levertransplantatie staan in voor de behandeling van alle patiënten met een acute of chronische, vaak voorkomende of zeldzame leveraandoening, sporen leveraandoeningen en de ernst ervan op en behandelen patiënten die kandidaat zijn voor een levertransplantatie, evenals de opvolging na een levertransplantatie.Het Academisch Ziekenhuis Brussel is een referentiecentrum voor de behandeling van leveraandoeningen (met alle nodige expertise en diagnostische en therapeutische mogelijkheden). Het is een van de 6 centra voor levertransplantatie in België. Ons zorgaanbod De activiteiten zijn verdeeld over 5 niveaus:Hospitalisatie-eenheid voor patiënten met een aandoening waarvoor een hospitalisatie nodig is of voor het onderzoeken van leveraandoeningen.Raadplegingen op de sites van het ErasmeZiekenhuis, het Jules Bordet Instituut en de Polikliniek LothierVerschillende technische procedures (fibroscan, opsporing en behandeling van slokdarmvarices, percutane leverbiopsie, via transjugulaire weg of onder echo-endoscopische begeleiding, plaatsing van TIPS)Klinisch onderzoekDaghospitalisatie: evacuatiepuncties van ascites, aderlatingen… Enkele kerncijfers Vetteleverziekte treft 25-30%  van de Belgische bevolking Wij voeren gemiddeld uit 45 Levertransplantaties per jaar bij volwassen patiënten Bij patiënten die overmatig alcohol gebruiken 15 à 20 % zullen cirrose ontwikkelen Wij staan in voor de zorgverlening. 30 tot 40  gevallen van alcoholgerelateerde hepatitis per jaar Wij voeren uit 10.000 Consultaties per jaar Ons team Image Artsen van de klinieken voor hepatologie en levertransplantatie: Christophe MORENO, Professor, Diensthoofd Gastro-enterologie, Hepatopancreatologie en Digestieve OncologieThierry GUSTOT, Professor, Diensthoofd TransplantatieDelphine DEGRE, ProfessorNathalie BOON, Adjunct-kliniekhoofdLaura WEICHSELBAUM, Geassocieerd ProfessorEric TREPO, Professor, consulentAntonia LEPIDA, consulentThomas SERSTE, Professor, consulentSophie LOREA, consulentMohammed AMRANI, klinisch verpleegkundige hepatologie en levertransplantatieFrançoise SMITS, onderzoekscoördinator hepatologieLuca JACOBS, verpleegkundig onderzoekscoördinator hepatologieSamy ADHAMI, psycholoogLukas OtERO-SANCHEZ, arts-assistentPierre DELTENRE, Professor, consulentLaurence VAN WETTERE, consulent-psychiater Behandelde aandoeningen De klinieken voor hepatologie en levertransplantatie hebben zich in het bijzonder ontwikkeld op de volgende gebieden: Image Ernstige leveraandoeningenHet Academisch Ziekenhuis Brussel is bijzonder gespecialiseerd in en wereldwijd erkend voor de behandeling van ernstige leveraandoeningen, gedecompenseerde cirrose (met een ernstige aantasting van de leverfuncties) en acute hepatitis (die ontstaat in een voordien gezonde lever). Een patiënt met cirrose kan complicaties ontwikkelen zoals een maag-darmbloeding (door het scheuren van slokdarmvarices), ascites (vocht in de buik), encefalopathie (verwardheid, slaperigheid en soms coma), ernstige infecties … Een nauwe samenwerking tussen gastro-enterologen en de dienst Intensieve zorg is onontbeerlijk voor een gepaste behandeling en in deze gevallen moet een levertransplantatie worden overwogen. Naast levertransplantatie werden verschillende behandelingen ontwikkeld voor complicaties van cirrose.  Alcoholgerelateerde leverziekteAlcoholgerelateerde leverziekte is een vaak voorkomende aandoening die kan evolueren tot levercirrose. De behandeling van alcoholgerelateerde leverziekte vereist een multidisciplinaire aanpak met een beroep op gastro-enterologen gespecialiseerd in leverziekten en psychiaters gespecialiseerd in de behandeling van alcoholafhankelijkheid. Daarom werd een bijzondere samenwerking ontwikkeld tussen de diensten Psychiatrie van het ErasmeZiekenhuis en de hepatologiekliniek, om patiënten met overmatig alcoholgebruik een screening op leverziekten aan te bieden. Patiënten die een ontwenning tijdens een ziekenhuisopname nodig hebben, kunnen worden opgenomen op de hospitalisatie-eenheid van de dienst Gastro-enterologie. Daar wordt de patiënt multidisciplinair begeleid door gastro-enterologen, een psychologe en het liaisonpsychiatrisch team.Voor patiënten die een langdurigere ziekenhuisopname nodig hebben, wordt een nauwe samenwerking opgezet met de Domaine-kliniek.  Het ErasmeZiekenhuis is een pionier in het programma voor versnelde levertransplantatie bij alcoholgerelateerde hepatitis die niet op een medische behandeling reageert. Metabool geassocieerde leververvetting door overgewicht of diabetesLeververvetting (of «vette lever») is de meest voorkomende leveraandoening en treft ongeveer 25-30% van de Belgische bevolking. Deze aandoening houdt verband met overgewicht, diabetes of een suikerrijke voeding. Bij regelmatig alcoholgebruik neemt het risico op de ontwikkeling van cirrose bij deze aandoening toe. Het ErasmeZiekenhuis biedt een multidisciplinaire behandeling aan patiënten met leververvetting, met inbegrip van de beoordeling van de ernst van de leveraandoening en de behandeling van vaak voorkomende geassocieerde aandoeningen (zoals diabetes, hypertensie en overgewicht). Indien nodig wordt ook dieetbegeleiding aangeboden. Het ErasmeZiekenhuis biedt patiënten bovendien innovatieve behandelingen aan in het kader van klinische studies. Zo kunnen patiënten met een aandoening met een risico op ongunstige evolutie behandelingen krijgen die nog niet beschikbaar zijn in België. LevertransplantatieHet ErasmeZiekenhuis is het centrum voor levertransplantatie van de Université Libre de Bruxelles. Wanneer een patiënt mogelijk in aanmerking komt voor een levertransplantatie, wordt hij of zij eerst geëvalueerd tijdens een medisch-chirurgische pretransplantatieconsultatie en vervolgens tijdens een gezondheidsevaluatie tijdens een ziekenhuisopname om er zeker van te zijn dat er geen comorbiditeit is die de levertransplantatie verhindert. Wij voeren gemiddeld 32 levertransplantaties per jaar uit bij volwassen patiënten. Wij werken nauw samen met de leverchirurgen: prof. Donckier de Donceel, dr. Katsanos en dr. Lucidi. Het levertransplantatieprogramma van het ErasmeZiekenhuis maakt deel uit van Eurotransplant, dat instaat voor de toewijzing van organen in Duitsland, Oostenrijk, België, Kroatië, Luxemburg, Nederland en Slovenië. Wij nemen deel aan meerdere multicentrische protocollen over de pretransplantatiebegeleiding, de perioperatieve transfusiestrategie en de immunosuppressie na transplantatie. Image HepatocarcinoomHepatocarcinoom is een levertumor die in de overgrote meerderheid van de gevallen ontstaat bij patiënten met levercirrose. Dit maakt de therapeutische aanpak complex: bij de behandeling moet niet alleen rekening worden gehouden met de tumor, maar ook met de onderliggende leveraandoening. Dit vereist een multidisciplinaire aanpak waarbij het chirurgische team voor levertransplantatie en hepatobiliaire chirurgie, het radiologische en interventieradiologische team gespecialiseerd in leverbeeldvorming, hepatologen en digestieve oncologen, alsook radiotherapeuten en artsen gespecialiseerd in nucleaire geneeskunde betrokken zijn. Deze verschillende deskundigheden zijn essentieel om de patiënt de meest geschikte behandeling te kunnen aanbieden. Aan deze aandoening zijn gespecialiseerde raadplegingen en wekelijkse multidisciplinaire overlegvergaderingen gewijd, die toegankelijk zijn voor verwijzende centra, om hun therapeutische aanpak te optimaliseren. Het Academisch Ziekenhuis Brussel beschikt over het volledige therapeutische arsenaal voor de behandeling van patiënten met hepatocellulair carcinoom. De behandeling vindt plaats op de sites van het ErasmeZiekenhuis en het Jules Bordet Instituut. Screening van leverfibrose Leverfibrose is het gevolg van een chronische beschadiging van de lever, ongeacht de oorzaak. Het ontstaan en de ontwikkeling ervan verlopen asymptomatisch tot een gevorderd stadium van cirrose, terwijl een vroegere screening de evolutie naar cirrose vaak kan voorkomen. Vandaag beschikken we over niet-invasieve screeningsinstrumenten voor leverfibrose, zoals de FibroScan, een onderzoek dat enkele minuten duurt, pijnloos is en in de consultatieruimte wordt uitgevoerd. Het Academisch Ziekenhuis Brussel beschikt over twee FibroScan-toestellen waarmee de leverfibrose op de verschillende sites kan worden geëvalueerd. Huisartsen kunnen dit onderzoek ook voorschrijven in het ErasmeZiekenhuis zonder een consultatie bij een hepatoloog, waardoor sneller toegang wordt verkregen tot de evaluatie van de fibrose en de indicatie voor een gespecialiseerde behandeling op basis van het onderzoeksresultaat kan worden beoordeeld. Zeldzame leverziektenHet ErasmeZiekenhuis heeft zich eveneens gespecialiseerd in de behandeling van zeldzame leveraandoeningen, die een bijzondere expertise vereisen, en wordt erkend als referentiecentrum voor zeldzame leveraandoeningen. Deze aandoeningen omvatten: auto-immuunleverziekten; cholestatische leverziekten; vasculaire leverziekten; stofwisselingsziekten… Als expertisecentrum beschikt het ErasmeZiekenhuis over alle diagnostische hulpmiddelen (zoals genetische analyses) en biedt het innovatieve behandelingen aan in het kader van klinische studies, waardoor therapeutische opties mogelijk zijn wanneer die niet beschikbaar zijn in België. Centrum voor de behandeling van virale hepatitisOndanks de afname van chronische virale hepatitis C dankzij de therapeutische evoluties van de voorbije 10 jaar, blijven virale leverinfecties frequente leveraandoeningen, in het bijzonder infecties met het virus van hepatitis B of Delta. Wij bieden een geïntegreerde aanpak aan, met een combinatie van niet-invasieve evaluatie van leverfibrose en innovatieve behandelingen. Andere gespecialiseerde behandelingen binnen de hepatologieDankzij het referentiecentrum voor kanker (Jules Bordet Instituut) heeft de hepatologiekliniek zich ook gespecialiseerd in de behandeling van levertoxiciteit veroorzaakt door immunotherapie of andere geneesmiddelen. Op de site van het Kinderziekenhuis (HUDERF) bestaat eveneens een gespecialiseerde raadpleging voor leveraandoeningen. Hiervoor werken kinderartsen en gastro-enterologen gespecialiseerd in leveraandoeningen bij kinderen nauw samen.Deze lijst van leveraandoeningen die in het Academisch Ziekenhuis Brussel worden behandeld, is uiteraard niet volledig. Image Klinisch onderzoek Klinische onderzoekseenheidDe dienst Gastro-enterologie van het Academisch Ziekenhuis Brussel beschikt over een klinische onderzoekseenheid voor digestieve en leveraandoeningen. Talrijke innovatieve behandelingen voor onder meer virale hepatitis, steatotische leverziekten, alcoholgerelateerde leverziekte, zeldzame leverziekten en ernstige leveraandoeningen kunnen daardoor aan patiënten worden aangeboden wanneer de beschikbare behandelingen in België ontoereikend zijn of niet beschikbaar zijn.Onderzoekslaboratorium voor leverziekten en samenwerkingsverbanden voor klinisch onderzoekAls academisch ziekenhuis en referentiecentrum voor leverziekten neemt onderzoek een belangrijke plaats in. Het doel is een beter inzicht in deze aandoeningen, het identificeren van patiënten met het grootste risico op ernstige ziekten of complicaties en het identificeren van nieuwe therapeutische doelwitten. Het uiteindelijke doel is de zorg voor patiënten met een leverziekte voortdurend te verbeteren. Wij hebben talrijke nationale en internationale samenwerkingsverbanden op het gebied van klinisch onderzoek uitgebouwd en worden wereldwijd erkend voor ons onderzoek en onze expertise, in het bijzonder op het vlak van alcoholgerelateerde leverziekte, complicaties van cirrose, steatotische leverziekte en primaire leverkanker (hepatocellulair carcinoom).Nieuws 02/10/2026Ernstig leverfalen: transplantatie biedt een reële overlevingskansVoor het eerst vergelijkt een grootschalige, internationale prospectieve studie, gepubliceerd in Journal of Hepatology, rechtstreeks de uitkomst van patiënten met ernstig leverfalen (Acute-on-Chronic Liver Failure - ACLF), naargelang zij al dan niet een levertransplantatie hebben ondergaan. Meer info De diensten waarmee we samenwerken Intensieve zorg Lien vers Intensieve zorg Transplantatie Lien vers Transplantatie Psychiatrie Lien vers Psychiatrie Domeinkliniek Lien vers Domeinkliniek Diëtiek Lien vers Diëtiek Leverchirurgie Lien vers Leverchirurgie Medische beeldvorming Lien vers Medische beeldvorming Interventionele radiologie Lien vers Interventionele radiologie Nucleaire geneeskunde Lien vers Nucleaire geneeskunde Oncologie Lien vers Oncologie Gastro-enterologie (Pediatrische) Lien vers Gastro-enterologie (Pediatrische) Dagziekenhuis Lien vers Dagziekenhuis Nuttige informatie en links [ARTIKEL] Vetteleverziekte (MASLD): een wereldwijde erkenning die de expertise … [ARTIKEL] Alcoholgerelateerde leverziekten: een uitdaging voor de volksgezondhe… [ARTIKEL] Het H.U.B draagt bij aan een belangrijke doorbraak in het onderzoek n… FAQ over leveraandoeningen 1. Kan men een leverziekte hebben zonder ooit alcohol te drinken? Ja: virale hepatitis, metabole leververvetting en auto-immuunziekten of genetische aandoeningen van de lever komen voor onafhankelijk van elk alcoholgebruik. 2. Moet ik opgevolgd worden voor mijn hepatitis B, ook als mijn lever niet ziek is? Ja, regelmatige opvolging maakt het mogelijk om elke evolutie vroegtijdig op te sporen, zelfs zonder symptomen of zichtbare aantasting van de lever. 3. Kan men een leverprobleem hebben zonder enig symptoom? Ja, de lever is een « stil » orgaan: veel leveraandoeningen evolueren lange tijd zonder merkbare symptomen. 4. Welke tekenen kunnen wijzen op een leveraandoening? Ongewone vermoeidheid, geelzucht, pijn onder de rechterribben, een gezwollen buik of aanhoudende jeuk. 5. Volstaat een bloedafname om een leverziekte op te sporen? Ze levert nuttige aanwijzingen (leverenzymen), maar voor een precieze diagnose zijn vaak beeldvorming of aanvullende onderzoeken nodig. 6. Zijn leverziekten erfelijk? Sommige wel (hemochromatose, ziekte van Wilson …): u bespreekt dit het best met uw arts als er familiale antecedenten zijn. 7. Kan overgewicht de lever echt beschadigen? Ja, overgewicht en diabetes behoren vandaag tot de belangrijkste oorzaken van chronische leveraandoeningen. 8. Kunnen leverziekten worden voorkomen? Een evenwichtige voeding, regelmatige lichaamsbeweging en een beperkt alcoholgebruik verminderen de risico’s aanzienlijk. 9. Moet u ook zonder symptomen een hepatoloog raadplegen? Ja, bij aanwezigheid van risicofactoren (obesitas, diabetes, virale hepatitis, familiale antecedenten) wordt een gespecialiseerd advies aanbevolen. 10. Wanneer is een levertransplantatie noodzakelijk? Wanneer de lever zijn vitale functies niet meer kan vervullen, bij gedecompenseerde cirrose, ernstig acuut leverfalen of bepaalde leverkankers. 11. Wat is levercirrose? Een gevorderd stadium van leverfibrose waarbij littekenweefsel het gezonde weefsel vervangt, waardoor de werking van de lever blijvend wordt aangetast en het risico op leverkanker toeneemt. 12. Is levercirrose omkeerbaar? In een vroeg stadium en wanneer de risicofactoren (alcohol, gewicht) worden stopgezet, is verbetering mogelijk; in een gevorderd stadium is de aandoening doorgaans onomkeerbaar.
Article
Verhinderd? Annuleer uw afspraak tijdig om kosten te vermijden!
Niet-geannuleerde en niet-nagekomen afspraken zijn een belangrijke oorzaak van langere wachttijden in onze ziekenhuizen. Daarom vragen wij u om ons zo snel mogelijk te verwittigen als u verhinderd bent. Voor elke afspraak die niet wordt nagekomen en niet minstens 48 uur vóór het geplande tijdstip wordt geannuleerd, worden kosten aangerekend:30 euro voor een consult of een standaard scintigrafisch onderzoek100 euro voor een MRI, röntgenfoto, scanner of PET-CT€ 200 voor een ingreepEr zijn verschillende manieren om een afspraak te annuleren:Via de MyHUB-app, als u de afspraak via de app hebt gemaaktVia de annuleringsformulieren op onze websiteOf telefonisch via 02 555 55 55. Volg de keuzemenu's tot u bij de betrokken dienst komt.
Informatiepagina's
Niet geannuleerde afspraken
U kunt tot 48 uur voor uw geplande afspraak kosteloos annuleren.Het is nu noodzakelijk om automatisch een vergoeding te factureren voor niet-afgezegde afspraken die patiënten niet nakomen: 30 euro voor een consult of een standaard scintigrafisch onderzoek100 euro voor een MRI, röntgenfoto, scanner of PET-CT€ 200 voor een ingreep Ter herinnering, u hebt een aantal opties om een afspraak te annuleren:Gebruik een van de annuleringsformulieren op de websiteAnnuleer via de MyHUB-toepassingTot slot kunt u de centrale bellen op 02 555 55 55. Volg de keuzemenu's tot u bij de betrokken dienst komt. Waarom ben ik gefactureerd?Niet tijdig afgezegde afspraken vormen voor ons ziekenhuis, net als voor anderen, een zeer grote belasting. In de eerste plaats financieel, maar ook in termen van verloren tijd en gemiste kansen voor u als patiënt: als alle niet nagekomen afspraken op tijd geannuleerd zouden worden, zouden er weken minder wachttijden zijn voor nieuwe afspraken.
Gezondheidsproblemen
Eosinofiele oesofagitis
Wat is eosinofiele oesofagitis? Eosinofiele oesofagitis (EoE) is een chronische allergische ontstekingsziekte van de slokdarm die voorkomt bij kinderen en jongvolwassenen en zich uit in slikproblemen (dysfagie), pijn op de borst en soms voedsel dat in de slokdarm blijft steken. Bij kinderen uit de oesofagitis zich vaak in braken, buik- en/of borstpijn en weigeren te eten. Patiënten hebben hun eetgewoonten vaak aangepast, vermijden bepaalde voedingsmiddelen (brood, vlees, rijst) en eten trager. Door de chronische ontsteking wordt de slokdarm stijver, wat kan leiden tot vernauwingen (stenosen). Daarom zijn opvolging en een onderhoudsbehandeling op lange termijn aangewezen om deze evolutie te voorkomen. Eerste raadpleging Consultatie in de gastro-enterologie, registratie van de symptomen, registratie van eventuele allergieën en atopische aandoeningen, evaluatie van de voedingstoestand. Diagnose De diagnose van OeE berust op de triade: symptomen van een verstoorde slokdarmfunctie (in het bijzonder dysfagie), eosinofiele infiltratie in biopten van de slokdarm en uitsluiting van andere oorzaken van oesofageale eosinofilie.Onderzoeken Gastroscopie (OGD) met biopten: Onmisbaar onderzoek dat ringen, groeven, een pseudotracheaal aspect, witte exsudaten (microabcessen) of een kwetsbaar slijmvlies kan aantonen. Er zijn minstens 6 biopten van de slokdarm (proximaal en distaal) noodzakelijk. Histologie: Bevestiging van de aanwezigheid van minstens 15 eosinofiele granulocyten per gezichtsveld bij sterke vergroting.Volledig bloedbeeld (NFS): Om een vaak matige eosinofilie in het bloed op te sporen. Allergologisch onderzoek: Deze onderzoeken worden bij volwassen patiënten niet standaard meteen uitgevoerd. Huidtests (priktests) of bepaling van specifieke IgE-antilichamen, vaak gericht op melk, tarwe, eieren of soja, worden soms uitgevoerd, hoewel hun gevoeligheid beperkt is.Radiografie van de slokdarm met bariumcontrast (TOGD of RX OED): Wordt uitgevoerd bij een belangrijke stenose (vernauwing) om de letsels in kaart te brengen vóór een endoscopische dilatatie. Behandelingen De behandeling van EoE is gericht op het verminderen van de ontsteking, het verlichten van de symptomen (dysfagie) en het voorkomen van fibrose. In eerste instantie berust de behandeling op protonpompremmers (PPI’s), topische corticosteroïden (die worden ingeslikt) of eliminatiediëten, die vaak langdurig worden voortgezet. PPI’s: Vaak de eerste stap om de ontsteking te verminderen, hoewel hun precieze werkingsmechanisme bij EoE niet strikt verband houdt met reflux (eigen ontstekingsremmend effect). Topische/lokale corticosteroïden: Oraal dispergeerbaar budesonide is zeer doeltreffend voor de behandeling van de ontsteking en het verlichten van de symptomen. In België wordt het terugbetaald bij onvoldoende respons op PPI’s.Eliminatiediëten: Het weglaten van de voedingsmiddelen die het vaakst als allergenen worden verdacht (melk, tarwe, soja, eieren, noten, vis/schaaldieren), bij voorkeur onder begeleiding van een diëtist. Deze diëten zijn bij volwassenen moeilijk te volgen en hebben een impact op de levenskwaliteit. Daarom kan in eerste instantie een eliminatiedieet waarbij één of twee allergenen (melk, melk en tarwe) worden weggelaten, worden voorgesteld.Biologische behandelingen: Nieuwe biologische geneesmiddelen die gericht zijn tegen de ontsteking, zoals dupilumab, worden gebruikt wanneer behandelingen met PPI’s en budesonide niet succesvol zijn. Dupilumab wordt in België voor deze indicatie terugbetaald.Oesofagusdilatatie: Deze wordt endoscopisch uitgevoerd bij een belangrijke vernauwing (stenose) van de slokdarm. Opvolging Eosinofiele oesofagitis is een chronische aandoening die langdurige medische opvolging vereist om complicaties, zoals fibrose of vernauwingen, te voorkomen. De opvolging, onder toezicht van een gastro-enteroloog, omvat een evaluatie van de symptomen, endoscopieën met biopsieën en het beheer van de behandelingen (PPI’s, corticosteroïden, biologische geneesmiddelen, dieet).Regelmatige medische opvolging: Een jaarlijkse consultatie, of om de twee jaar, wordt aanbevolen om de therapietrouw en de symptomen te evalueren.Endoscopische controle: Dit is noodzakelijk omdat de symptomen niet volstaan om de activiteit van de aandoening te beoordelen. Een controle-endoscopie is noodzakelijk bij een wijziging van de behandeling (dosisverlaging of stopzetting van een geneesmiddel) om de histologische remissie te bevestigen (daling van het aantal eosinofielen tot < 15 per gezichtsveld).Onderhoudsbehandelingen: worden voorgeschreven om herval te voorkomen. De meeste patiënten hervallen wanneer de behandeling wordt stopgezet, wat het belang van een chronische aanpak benadrukt. Multidisciplinaire aanpak: Bij de opvolging zijn vaak een allergoloog en een diëtist betrokken, vooral wanneer een eliminatiedieet wordt gestart (melk, tarwe enz.).Opvolging van complicaties: Door de endoscopieën te herhalen, kan het ontstaan van vernauwingen (vernauwing van de slokdarm) worden opgevolgd.  Overgang naar de volwassenheid De overgang van patiënten die in de pediatrie behandeld en opgevolgd worden, gebeurt tijdens een raadpleging gastro-enterologie, om de nodige opvolging op volwassen leeftijd te verzekeren. Onze specialisten Geassocieerde dienst
Eosinofiele oesofagitis
Informatiepagina's
Waar moet u aan denken voor u naar het ziekenhuis komt?
Meld u op de dag van uw consultatie 20 minuten vóór het tijdstip van de afspraak bij de inschrijvingsterminals in de centrale inkomhal. Documenten om mee te brengen Uw identiteitsdocumenten Elk document dat uw recht op behandeling aantoont (rechthebbende verhoogde tegemoetkoming, aanvraag, ...) Uw onderzoeksresultaten of voorschriften als u die hebt Documenten om mee te brengen
Gezondheidsproblemen
Primaire immunodeficiënties
Wat is het? Primaire immunodeficiënties zijn zeldzame aandoeningen, meestal van genetische oorsprong, waarbij een deel van het immuunsysteem vanaf de geboorte niet goed functioneert. Ze komen zowel bij kinderen als bij volwassenen voor en worden soms pas laattijdig vastgesteld. Meestal uiten ze zich in infecties die vaak terugkeren, lang aanhouden of moeilijk genezen; sommige gaan gepaard met auto-immuunziekten of ontstekingsverschijnselen. Door deze tekenen te herkennen, kunnen een aangepaste diagnose en behandeling worden ingesteld. Bij ongebruikelijke en herhaalde infecties is, op doorverwijzing van uw huisarts, gespecialiseerd advies aangewezen. Onderzoek en diagnose Onze Eenheid voor de behandeling van immunodeficiënties brengt internisten-immunologen, kinderartsen, biologen, pneumologen, gastro-enterologen en infectiologen rond de patiënt samen. De aanpak begint met een immunologische screening: bepaling van de antistoffen (immunoglobulinen IgG, IgA en IgM), evaluatie van de respons op vaccins, analyse van de immuuncellen en, wanneer dat nuttig is, een genetische test. Deze screening maakt het mogelijk een nauwkeurige diagnose te stellen en het type immunodeficiëntie te bepalen. De behandeling wordt afgestemd op de patiënt: preventie en snelle behandeling van infecties, aangepaste vaccinaties en, voor veel antistofdeficiënties, een substitutietherapie met immunoglobulinen die in het ziekenhuis (intraveneus) of thuis (subcutaan) wordt toegediend. De regelmatige opvolging is gericht op het opsporen en behandelen van eventuele complicaties (auto-immuunziekten, long- of spijsverteringsproblemen) en op het tijdig aanpassen van de behandeling. Deze multidisciplinaire en gecoördineerde aanpak, van de kinderleeftijd tot de volwassenheid, verbetert de levenskwaliteit en vermindert het risico op complicaties. Advies In het dagelijks leven helpen eenvoudige handelingen om infecties te beperken: vaccinaties die up-to-date zijn, een goede handhygiëne, regelmatige tandverzorging en een snelle behandeling van infecties. De meeste episodes kunnen ambulant worden behandeld. U moet echter onverwijld een arts raadplegen of, op advies van onze beschikbare gespecialiseerde artsen, naar de Spoedgevallen gaan bij hoge en aanhoudende koorts, ademhalingsmoeilijkheden, een plotse verslechtering van de algemene toestand, nekstijfheid of tekenen van een ernstige infectie. Neem bij twijfel contact op met uw zorgteam: liever één telefoontje te veel. Specifiek zorgtraject 1. Eerste symptomen en doorverwijzing — Vaak terugkerende, aanhoudende of slecht op de gebruikelijke behandelingen reagerende KNO-, bronchiale of longinfecties kunnen wijzen op een immunodeficiëntie. De huisarts of kinderarts verwijst de patiënt dan door naar de gespecialiseerde raadpleging.2. Onderzoek en diagnose — Een bloedafname meet de antilichamen (IgG, IgA, IgM) en de respons op vaccins; de analyse van de immuuncellen en soms een genetische test vullen het onderzoek aan. Deze onderzoeken maken het mogelijk de diagnose te bevestigen en het type ervan te bepalen, zoals de algemene variabele immunodeficiëntie (CVID), de meest voorkomende vorm bij volwassenen.3. Start van de behandeling — Wanneer het tekort aan antilichamen bevestigd is, wordt doorgaans een substitutietherapie met immunoglobulinen voorgesteld, via intraveneuze infusie in het ziekenhuis of subcutaan thuis. Deze behandeling gaat gepaard met een snelle behandeling van infecties en aangepaste vaccinaties.4. Langdurige opvolging — Regelmatige raadplegingen maken het mogelijk de doeltreffendheid van de behandeling op te volgen, de dosissen aan te passen en eventuele auto-immuun-, long- of spijsverteringscomplicaties op te sporen. De opvolging wordt gecoördineerd tussen de verschillende specialisten.5. Dagelijks leven en begeleiding — Therapeutische educatie, de steun van patiëntenverenigingen en, voor kinderen, de organisatie van de overgang naar het volwassenenteam helpen om zo goed mogelijk met de aandoening te leven. Nuttige documenten File trajet.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficits_immunitaires_secondaires.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_entites_frontieres.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficits_immunitaires_combines.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficits_immunitaires_combines_severes.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficits_du_complement.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficit_selectif_iga.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficit_immunitaire_commun_variable.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_deficit_en_anticorps_specifiques.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_defauts_phagocytaires.pdf File 2026_medecine_interne_immunodeficiences_primaires_document_defauts_de_commutation_de_classe.pdf Overgang naar de volwassenheid Veel primaire immunodeficiënties die tijdens de kinderjaren worden gediagnosticeerd, vereisen een levenslange opvolging. Om een naadloze continuïteit te verzekeren, wordt de overstap van de pediatrie naar de geneeskunde voor volwassenen vooraf, geleidelijk en met begeleiding voorbereid. De jonge patiënt maakt kennis met het volwassenenteam, leert zijn of haar aandoening en behandeling beter kennen en wordt zelfstandiger. Kinderartsen en artsen voor volwassenen wisselen medische informatie uit, zodat de overdracht in alle vertrouwen kan verlopen, zonder informatieverlies of onderbreking van de zorg. Focus / Onderzoek Ons team werkt mee aan internationaal onderzoek naar aangeboren fouten in het immuunsysteem. Het onderzoek van Jean-Christophe Goffard, dat in samenwerking met grote academische netwerken wordt uitgevoerd, heeft er onder meer toe bijgedragen dat we beter begrijpen waarom sommige mensen ernstige vormen van virale infecties ontwikkelen: het onderzoek heeft de rol aangetoond van auto-antilichamen tegen interferonen van type I — sleutelonderdelen van de antivirale afweer — en van onderliggende immunodeficiënties, bijvoorbeeld bij ernstige COVID-19. Dit onderzoek verbetert de diagnose van immunodeficiënties en maakt de weg vrij voor meer gepersonaliseerde behandelingen. Onze specialisten Geassocieerde dienst
Primaire immunodeficiënties