Wanneer de lever ziek is, waarom kunnen de nieren daar dan ook onder lijden?
Een internationale studie waaraan het H.U.B heeft bijgedragen, werpt nieuw licht op een ernstige complicatie van gedecompenseerde cirrose: nierinsufficiëntie. De onderzoekers ontdekten dat een variatie in ons genetisch erfgoed mogelijk kan bijdragen tot de verklaring van de pathofysiologische mechanismen die aan het ontstaan ervan ten grondslag liggen.
De lever en de nieren hebben zeer verschillende functies. Wanneer de lever echter ernstig aangetast is, kunnen ook de nieren in de problemen komen. Dat is met name het geval bij gedecompenseerde cirrose, dit wil zeggen wanneer de leverziekte een stadium heeft bereikt waarin complicaties optreden. In dit gevorderde stadium van de leverziekte blijven de nieren bijzonder kwetsbaar voor een functiestoornis. Deze nierschade is een ernstige complicatie die soms snel kan optreden en de prognose kan verslechteren.
Maar één vraag blijft moeilijk te beantwoorden: waarom ontwikkelen sommige patiënten nierschade, terwijl anderen die nochtans met een vergelijkbare leverziekte te maken krijgen, dit niet doen? Een nieuwe internationale studie, gepubliceerd in The Lancet Gastroenterology & Hepatology, biedt een eerste antwoord: ons genetisch patrimonium zou een rol kunnen spelen.
Op zoek naar een verschil in ons DNA
Voor dit onderzoek bestudeerden de wetenschappers het genetische patrimonium van duizenden mensen met cirrose. De hoofdstudie omvatte 3.220 Zuid-Amerikaanse en Europese patiënten met gedecompenseerde cirrose. Vervolgens bevestigden de onderzoekers hun bevindingen bij 1.728 andere patiënten uit verschillende onafhankelijke cohorten. Ze vergeleken hun resultaten ook met die van mensen met gecompenseerde cirrose en met die van meer dan 400.000 mensen uit de algemene bevolking zonder cirrose. Het doel was om DNA-variaties op te sporen die verband zouden kunnen houden met het creatininegehalte in het bloed, een merker die wordt gebruikt om de nierfunctie te beoordelen.
De onderzoekers identificeerden een vaak voorkomende genetische variatie in een gebied van het genoom dat het gen SUSD1 bevat. Deze variatie houdt verband met hogere creatininegehalten en een hogere frequentie van nierfalen bij mensen met gedecompenseerde cirrose. Bij patiënten met twee kopieën van de als risicovol beschouwde variant was het risico op nierfalen ongeveer 60% hoger dan bij patiënten met twee kopieën van de andere variantversie.
Dit resultaat betekent niet dat een gen de nieren «veroordeelt»
Het is belangrijk om goed te begrijpen dat deze vaak voorkomende genetische variatie niet betekent dat een patiënt noodzakelijkerwijs nierschade zal ontwikkelen. De individuele vatbaarheid voor nierschade hangt af van talrijke factoren, zoals de ernst van de leverziekte, eventuele andere aandoeningen, infecties en geneesmiddelenbehandelingen. Genetica is hier één factor naast vele andere.
Een andere belangrijke vaststelling: het verband tussen deze genetische variatie en de nierfunctie werd niet waargenomen bij patiënten met gecompenseerde cirrose of in de algemene bevolking. Het lijkt er dus op dat het effect van deze genetische variatie zich manifesteert in de context van een reeds ernstig zieke lever
Wat gebeurt er tussen de lever en de nier?
De studie biedt ook een aanwijzing om dit fenomeen te begrijpen. De onderzoekers bestudeerden de cellen in verschillende weefsels om de pathofysiologische mechanismen te beoordelen die SUSD1 verbinden met een verminderde nierfunctie. Ze identificeerden met name de mogelijke bijdrage van immuuncellen die plasmacytoïde dendritische cellen worden genoemd. Bij patiënten met nierschade kwamen deze cellen talrijker voor en waren bepaalde communicatiewegen waarbij type I-interferonen betrokken zijn — moleculen die onder meer tijdens immuunreacties worden geproduceerd — sterker geactiveerd in de lever en de nieren. Deze resultaten suggereren dat een reactie van het immuunsysteem een rol zou kunnen spelen in het verband tussen leverfalen en nierschade.
Het moet echter nog precies worden begrepen hoe deze reactie wordt uitgelokt en welke exacte rol het gen SUSD1 speelt. De onderzoekers spreken daarom van een biologische piste die nog verder moet worden onderzocht.
«Ons doel is beter te begrijpen waarom de nieren bij sommige patiënten met gedecompenseerde cirrose bijzonder kwetsbaar worden. Deze studie brengt een genetische component en een immuunpiste aan het licht die verder onderzoek verdienen. In dit stadium levert de studie vooral kennis op over mogelijke ziektemechanismen; ze maakt het nog niet mogelijk om het verloop bij een patiënt te voorspellen of zijn behandeling te kiezen», legt prof. Eric Trépo, hepatoloog bij het H.U.B en onderzoeksdirecteur van het F.R.S.-FNRS, uit.
Waarom is deze ontdekking belangrijk voor patiënten?
Omdat ze bijdraagt tot een beter begrip van de biologische mechanismen die een rol kunnen spelen bij nierschade, een complicatie die bijzonder moeilijk te behandelen kan zijn.
Deze studie suggereert dat een deel van dit verschil verband zou kunnen houden met hun eigen biologie, met inbegrip van hun genetisch patrimonium. Op termijn zou een betere identificatie van bijzonder kwetsbare patiënten het mogelijk kunnen maken om hun opvolging en behandeling nog beter af te stemmen. Het doel op langere termijn zou erin bestaan risicosituaties vroeger op te sporen en, indien nieuwe therapeutische doelwitten worden bevestigd, behandelingen te ontwikkelen die preciezer kunnen ingrijpen op de mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de nierschade.
Een piste naar meer gepersonaliseerde geneeskunde
We staan echter nog maar aan het begin. Deze ontdekking betekent niet dat er binnenkort aan alle patiënten met cirrose een genetische test zal worden aangeboden om nierschade te voorspellen. De voorspellende waarde van dit verband en het klinische nut ervan moeten nog worden geëvalueerd in prospectieve studies. Maar deze resultaten openen een nieuwe onderzoekspiste: de individuele vatbaarheid van de betrokken patiënten beter begrijpen.
Voor mensen die met gedecompenseerde cirrose leven, zou dit onderzoek op termijn kunnen bijdragen tot een meer gepersonaliseerde behandeling, als het klinische nut ervan wordt aangetoond. Dat is een van de huidige uitdagingen binnen het leveronderzoek: geleidelijk evolueren van een geneeskunde die complicaties behandelt wanneer ze optreden naar een geneeskunde die het individuele verloop van elke patiënt beter kan voorspellen.
Dit onderzoeksproject wordt ondersteund door het Fonds Erasme.
Meer weten over de projecten van onze onderzoekers
Projecten gesteund door het Fonds Erasme
Meer informatie over onze dienst Gastro-enterologie en Hepato-pancreatologie
Voor een integrale behandeling van spijsverteringsaandoeningen
De dienst gastro-enterologie en hepato-pancreatologie van het H.U.B-Erasme staat binnen een universitaire ziekenhuisstructuur van topkwaliteit in voor de integrale behandeling van spijsverteringsaandoeningen. Onze missie steunt op een fundamentele drieledigheid: een superieure zorgkwaliteit, kennisoverdracht via onderwijs en voortdurende innovatie door onderzoek.