Obesitas behandelen in 2026
Op deze Wereldobesitasdag legt prof. Jean-Charles Preiser, van de dienst Interne Geneeskunde en expert binnen het team van het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B, de nieuwe benaderingen uit op het vlak van de behandeling van deze chronische ziekte.
Preventie, globale evaluatie en aanpak op maat
Binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B ontvangt prof. Jean-Charles Preiser van de dienst Interne Geneeskunde patiënten met zeer uiteenlopende profielen. Sommigen komen voor een te hoge bloeddruk, anderen voor slecht gereguleerde diabetes, gewrichtspijn of slaapstoornissen. En dan zijn er nog degenen die gewoon binnenkomen en zeggen: “Dokter, ik heb een probleem met mijn gewicht.”
“Mijn rol,” legt hij uit, “is eerst en vooral een globale visie te hebben. Obesitas treft niet slechts één orgaan. Het kan het hart, de lever, de gewrichten, het metabolisme en de slaap beïnvloeden.”
Achter het woord “obesitas” schuilt vaak een stille opstapeling van complicaties: diabetes, hypertensie, slaapapneu, leververvetting, bepaalde vormen van kanker. Soms reeds aanwezig. Soms nog onzichtbaar.
Een evaluatie om te begrijpen, niet om te oordelen
De eerste stap is geen behandeling, maar een evaluatie. Bloedonderzoek om een soms asymptomatische diabetes op te sporen. Meting van de bloeddruk. Evaluatie van de slaap. Opsporing van leveraantasting, soms volledig zonder symptomen.
“Wij onderzoeken systematisch de mogelijke complicaties. Niet om het dossier te verzwaren, maar om de behandeling te sturen,” benadrukt prof. Preiser.
Want vandaag is de aanpak geëvolueerd. De opties zijn talrijk: gestructureerde dieetbegeleiding; psychologische ondersteuning (vooral bij eetstoornissen); medicamenteuze behandelingen; en zelfs bariatrische chirurgie voor de meest ernstige gevallen.
“Enkele jaren geleden vertegenwoordigde chirurgie een belangrijk deel van de doorverwijzingen. Vandaag nemen medicamenteuze behandelingen een steeds grotere plaats in. Ongeveer één patiënt op twee maakt er gebruik van. Chirurgie betreft een minderheid van de gevallen, rond de 20%,” vertelt prof. Preiser.
De nieuwe generaties geneesmiddelen, met name incretine-analogen (GLP-1, GIP), hebben het therapeutische landschap veranderd. Ze maken deel uit van het huidige arsenaal en leveren bij veel patiënten significante resultaten op. Maar ze zijn noch automatisch, noch universeel. Hun kostprijs blijft hoog en de terugbetaling is beperkt tot bepaalde situaties, met name bij slecht gecontroleerde diabetes.
“Er bestaat geen unieke behandeling. Er is een strategie aangepast aan elke patiënt,” benadrukt hij.
“Alles komt door uw gewicht”: weg van de simplificatie
Veel patiënten komen met een gevoel van uitputting: na consultatie op consultatie te hebben gehoord dat al hun symptomen met hun gewicht te maken zouden hebben.
Dr. Preiser nuanceert: “Ja, obesitas verhoogt het risico op talrijke complicaties. Maar de kans om een ziekte te ontwikkelen is niet strikt evenredig met de graad van obesitas.”
Sommige mensen leven al jaren met ernstige obesitas en vertonen weinig complicaties. Anderen, met een meer gematigde obesitas, ontwikkelen vroeg metabole of cardiovasculaire problemen.
Waarom? De genetische aanleg speelt een grote rol. Familiale voorgeschiedenis — hartinfarct, beroerte, leverziekten, diabetes — bepaalt het risiconiveau. De combinatie met andere factoren, zoals alcoholgebruik of roken, wijzigt eveneens de situatie.
De boodschap is duidelijk: obesitas is een belangrijke risicofactor, maar verklaart niet alles. Elke situatie verdient een individuele analyse.
Een nieuwe definitie: kijken naar vetmassa, niet alleen naar gewicht
Sinds 2025 evolueert de definitie van obesitas: niet langer telt enkel het totale gewicht, maar de verhouding van vetmassa.
“Het doel is niet om spiermassa of water te verliezen. Wat wij nastreven is een vermindering van vetmassa met behoud van spiermassa,” herinnert prof. Preiser.
Deze aanpak is bijzonder belangrijk in de geriatrie, waar spierverlies kwetsbaarheid en valrisico kan verergeren. Vandaar het belang van voldoende eiwitinname en aangepaste fysieke activiteit, zelfs onder medicamenteuze behandeling.
Mannen, vrouwen: verschillende risico’s
De complicaties verschillen naargelang het geslacht. Bij vrouwen kan obesitas leiden tot vruchtbaarheidsstoornissen of polycysteus-ovariumsyndroom. Na de menopauze stijgt het risico op borstkanker bij obesitas. Kniepijn komt eveneens vaker voor.
Bij mannen ziet men vaker gecumuleerde cardiovasculaire risicofactoren en een hogere frequentie van bepaalde spijsverteringskankers en prostaatkanker.
In beide gevallen blijft screening essentieel. Het behandelen van obesitas na een kankerdiagnose kan bijvoorbeeld bijdragen tot het verminderen van het risico op herval.
Steeds jongere patiënten
De meest opvallende evolutie van de laatste jaren betreft de leeftijd van de patiënten.
“Obesitas neemt toe bij kinderen en adolescenten, vaak tegen een achtergrond van socio-economische en culturele factoren. Sedentaire leefgewoonten, versterkt door de COVID-periode, hebben een rol gespeeld. Veel jongeren met obesitas worden volwassenen met obesitas,” betreurt prof. Preiser.
Sommigen consulteren spontaan, met de wil om vroeg te begrijpen en te handelen.
Andere situaties duiken op: vrouwen die gevolgd worden in medisch begeleide voortplanting, waar de aanpak van obesitas en vruchtbaarheidsproblemen parallel verloopt. Na een bevalling kan de prioriteit verschuiven naar de pasgeborene, waardoor de gezondheid van de moeder op de tweede plaats komt. “Dit zijn menselijke realiteiten die in de begeleiding moeten worden geïntegreerd,” benadrukt de geriater.
De gevoelige kwestie van herval
Obesitas is een chronische ziekte. Zoals elke chronische ziekte kan ze tot herval leiden.
Na chirurgie kan zeer snel gewichtsverlies tekorten of malabsorptieproblemen veroorzaken, en gewichtstoename kan opnieuw optreden. Bij diëten alleen blijft het “jojo-effect” het typische falen wanneer aanbevelingen niet aangepast zijn aan de levensstijl of wanneer een eetstoornis niet wordt aangepakt.
Wat betreft de recente geneesmiddelen ontbreekt nog langetermijnervaring. De dosissen worden geleidelijk aangepast volgens de individuele respons en nevenwerkingen. Stopzetting moet progressief gebeuren, met verhoging van fysieke activiteit en voldoende eiwitinname om spiermassa te behouden. Strategieën kunnen gecombineerd worden: medicamenteuze behandeling vóór of na chirurgie, herintroductie bij gewichtstoename.
“Continuïteit van opvolging is essentieel,” benadrukt prof. Preiser.
Anders kijken naar obesitas en haar behandeling
Sommige patiënten komen met een duidelijk idee: “Ik wil chirurgie” of “Ik wil dit nieuwe geneesmiddel.” Soms vertrekken ze met een ander voorstel na een volledige evaluatie.
“Onze rol is uit te leggen dat er meerdere opties bestaan en dat de keuze afhangt van de globale medische evaluatie,” herinnert prof. Preiser.
Obesitas is niet enkel een cijfer op een weegschaal. Het is evenmin een persoonlijk falen. Het is een chronische multifactoriële ziekte, beïnvloed door genetica, omgeving, levensstijl en sociale context.
Ze behandelen betekent niet enkel gewicht verliezen. Het betekent complicaties voorkomen, levenskwaliteit behouden, zelfvertrouwen herstellen, emotionele kwetsuren en destructieve gewoonten overwinnen en, in de meest ernstige gevallen, autonomie behouden.
Voor wie met obesitas leeft — of een naaste met obesitas begeleidt — is de boodschap wellicht deze: er bestaan oplossingen. Ze zijn talrijk, gepersonaliseerd en evolutief. En vooral, ze worden opgebouwd samen met de patiënt, stap voor stap in zijn of haar zorg- en levensparcours.
Een teamgerichte aanpak
In het H.U.B is de aanpak multidisciplinair: internisten, endocrinologen, diëtisten, psychologen, gastro-enterologen, hepatologen, cardiologen en slaapspecialisten. Deze netwerkorganisatie voorkomt dat de patiënt geïsoleerd staat tegenover een complexe ziekte.
Lees ook: De rol van de diëtetiek in de multidisciplinaire aanpak van obesitas
Ingrid Hanson, erkend diëtiste door de FOD Volksgezondheid binnen het Geïntegreerd Obesitascentrum van het H.U.B., licht de delicate kwestie toe van de voeding van patiënten die willen of moeten afvallen. Ontdek het interview.