We zijn aan het werven ! Kom bij ons en maak het verschil in onze ziekenhuizen
Multipel myeloom
Multipel myeloom is een kanker van het beenmerg. Normaal gezien bevindt het beenmerg zich in het binnenste van de meeste botten en maakt het verschillende soorten bloedcellen aan. In België worden jaarlijks ongeveer 750 nieuwe gevallen van multipel myeloom geregistreerd. Het is de op één na meest voorkomende kanker van het beenmerg. Deze ziekte treft voornamelijk mensen ouder dan 60 jaar en komt zelden voor vóór de leeftijd van 40 jaar. De ziekte is niet besmettelijk en niet erfelijk.
Wat is multipel myeloom?
Multipel myeloom wordt gekenmerkt door een ongecontroleerde vermenigvuldiging van abnormale plasmacellen (zogenaamde monoklonale plasmacellen). Plasmacellen behoren tot een familie van witte bloedcellen die antistoffen (immunoglobulinen) aanmaken om infecties te helpen bestrijden. De monoklonale plasmacellen ondergaan veranderingen waardoor hun groei en gedrag abnormaal worden. Ze maken nog slechts één specifiek type antistof aan, de zogenaamde monoklonale proteïne. Deze biologische afwijking wordt opgespoord met een onderzoek, de elektroforese van serumeiwitten, waarbij de eiwitten in het bloed worden geanalyseerd. Elektroforese wordt ook op de urine uitgevoerd, omdat een deel van de monoklonale immunoglobuline daarin kan worden aangetroffen. Om de diagnose met zekerheid te stellen, is een beenmergpunctie en/of een beenmergbiopsie noodzakelijk. Er wordt een chromosoomanalyse van de myeloomplasmacellen uitgevoerd (FISH genoemd) om de ernst van de ziekte te bepalen. Wanneer de monoklonale proteïne aanwezig is, maar er geen overmaat aan abnormale plasmacellen is, spreekt men niet van multipel myeloom, maar van een monoklonale gammopathie van onbepaalde betekenis (MGUS). Deze precancereuze toestand betekent dat de cellen nog niet kwaadaardig zijn, maar dat het risico dat ze kwaadaardig worden verhoogd is. Hoewel het risico zeer klein is (ongeveer 1% per jaar), kan MGUS evolueren naar multipel myeloom.
Symptomen
De klinische verschijnselen zijn uiteenlopend en worden klassiek samengevat met het acroniem « CRAB »:
- Calcium: een te hoge calciumspiegel, als gevolg van ontkalking op bepaalde plaatsen van het skelet
- Ren: multipel myeloom kan de nieren verzwakken en beschadigen via verschillende mechanismen (afzetting van abnormale proteïnen in de nieren, uitdroging, toxiciteit van bepaalde geneesmiddelen…)
- Anemie, die door een tekort aan rode bloedcellen vermoeidheid kan veroorzaken
- « Bone » (bot, in het Engels): kwaadaardige plasmacellen bevorderen de afbraak van botweefsel. Hierdoor ontstaan kwetsbare zones in het bot, die breuken kunnen veroorzaken. Pijn is vaak het eerste symptoom van de ziekte, ter hoogte van de rug, de ribben, de nek of het bekken. Soms treedt de pijn plots op naar aanleiding van een ingezakte wervel of een breuk.
Om deze complicaties op te sporen, worden bloedafnames, urineonderzoeken en beeldvorming van het skelet uitgevoerd. Myeloom kan zich ook uiten in de vorm van infecties, vooral bacteriële infecties, die worden bevorderd door een verminderde afweer.
In ongeveer 20% van de gevallen veroorzaakt de ziekte geen klachten en worden er geen lichamelijke symptomen ervaren. Een afwijkend resultaat bij een bloedonderzoek leidt er dan toe dat het bestaan van de ziekte verder wordt onderzocht (men spreekt dan van asymptomatisch multipel myeloom).
Behandeling
Opvolging bij afwezigheid van symptomen:
Patiënten bij wie geen waarneembare afwijkingen aanwezig zijn, worden gewoon medisch opgevolgd zonder dat onmiddellijk met een behandeling wordt gestart. De behandeling wordt gestart zodra er symptomen optreden. Uit verschillende medische studies blijkt immers dat behandelen geen voordeel oplevert wanneer er geen aantasting is.
Behandeling bij symptomen:
Tot op vandaag kunnen de behandelingen voor myeloom de ziekte niet definitief uitroeien. Er kan dus niet van genezing worden gesproken. Het doel van de behandeling is de ziekte onder controle te brengen (remissie), de symptomen te verlichten en de levenskwaliteit te verbeteren. Er bestaan talrijke doeltreffende geneesmiddelen tegen myeloom en de ontdekkingen van de afgelopen jaren hebben tot enorme vooruitgang geleid. Behandelingsschema’s combineren doorgaans drie geneesmiddelen, waaronder chemotherapie en/of doelgerichte therapieën, in combinatie met corticosteroïden (Medrol, prednison of dexamethason). Een autologe stamceltransplantatie is voorbehouden aan patiënten jonger dan 65 à 70 jaar.
Soms kan radiotherapie worden voorgesteld bij botletsels. De opvolging van de ziekte tijdens de behandeling gebeurt hoofdzakelijk op basis van het klinisch onderzoek en de opvolging van de monoklonale proteïne.