We zijn aan het werven ! Kom bij ons en maak het verschil in onze ziekenhuizen
Complicaties na niertransplantatie
Wat is een complicatie na een niertransplantatie?
Een niertransplantatie stelt patiënten met terminaal nierfalen in staat om hun nierfunctie en levenskwaliteit te herstellen. Er is echter een langdurige medische opvolging nodig om de functie van de getransplanteerde nier te behouden en complicaties die na de transplantatie kunnen optreden, te voorkomen of te behandelen.
Deze complicaties kunnen verband houden met het immuunsysteem, immunosuppressieve behandelingen, infecties, hart- en vaatziekten of de oorspronkelijke nierziekte. Sommige complicaties kunnen kort na de transplantatie optreden, terwijl andere zich pas meerdere jaren later ontwikkelen.
Gespecialiseerde zorg maakt het mogelijk om snel een afwijking op te sporen, de oorzaak ervan te onderzoeken en de behandeling aan te passen om het transplantaat en de algemene gezondheid van de patiënt te beschermen.
Wat zijn de belangrijkste complicaties?
Complicaties na een niertransplantatie omvatten onder meer:
- acute of chronische afstoting van de getransplanteerde nier;
- infecties, waaronder opportunistische infecties als gevolg van immunosuppressie;
- virale infecties zoals CMV of het BK-virus;
- complicaties als gevolg van immunosuppressiva;
- recidief van de oorspronkelijke nierziekte in het transplantaat;
- cardiovasculaire en metabole complicaties;
- arteriële hypertensie, diabetes en lipidenstoornissen;
- hematologische en botcomplicaties;
- kankers die door immunosuppressie worden bevorderd;
- urologische of chirurgische complicaties van het transplantaat;
- een geleidelijke achteruitgang van de transplantaatfunctie, die in sommige gevallen kan leiden tot het verlies van het transplantaat.
De behandeling en opvolging van de transplantatiepatiënt berusten dus op een evenwicht tussen voldoende immunosuppressie om afstoting te voorkomen en beperkte immunosuppressie om het risico op infecties, kankers en andere complicaties te verminderen.
Wanneer moet u een arts raadplegen?
Een gespecialiseerde evaluatie is met name noodzakelijk bij:
- Een stijging van het creatininegehalte of een onverklaarde vermindering van de functie van het transplantaat;
- Het optreden of de toename van proteïnurie;
- Koorts of tekenen van een infectie;
- Urinaire symptomen of een afname van de diurese;
- Een onverklaarde stijging van de arteriële bloeddruk;
- Aanhoudende spijsverteringsstoornissen die de opname van de behandelingen kunnen wijzigen;
- Bijwerkingen of een vermoeden van toxiciteit van immunosuppressiva;
- Afwijkende bloedspiegels van anti-afstotingsmedicatie;
- Vaststelling van een virale infectie, zoals CMV of het BK-virus;
- Het optreden van een massa, een huidletsel of andere symptomen die kunnen wijzen op een tumorale complicatie.
Een wijziging in de functie van de getransplanteerde nier betekent niet noodzakelijk dat er sprake is van afstoting. Een snelle evaluatie maakt het mogelijk om de verschillende mogelijke oorzaken te onderscheiden en de behandeling aan te passen.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
De diagnose berust op regelmatige opvolging en een gespecialiseerde evaluatie van de functie van het transplantaat.
Afhankelijk van de situatie kunnen de onderzoeken het volgende omvatten:
- Een bloedanalyse met bepaling van de nierfunctie;
- Opsporing en kwantificering van proteïnurie;
- Bepaling van de immunosuppressiva;
- Opsporing van virale infecties, met name CMV en BK;
- Een echografie van het transplantaat en andere beeldvormingsonderzoeken;
- Opsporing van donorgerichte antistoffen (DSA);
- Een biopsie van de getransplanteerde nier wanneer dat nodig is;
- Gespecialiseerde microbiologische, immunologische of genetische onderzoeken, afhankelijk van de context.
Een biopsie van het transplantaat kan met name helpen om een afstoting te onderscheiden van andere oorzaken van een verminderde transplantaatfunctie en om de behandeling te sturen.
Onze zorgverlening in het H.U.B.
De aanpak van complicaties na een niertransplantatie in het U.Z.B. berust op een nauwe samenwerking tussen de teams Nefrologie, Transplantatie en de verschillende specialismen die nodig zijn voor de opvolging van de patiënt.
Expertise in nefrologie en transplantatie
De nefrologen staan in voor de langetermijnopvolging van transplantatiepatiënten, de controle van de werking van het transplantaat en de aanpassing van de immunosuppressieve behandeling.
Bij een verminderde werking van het transplantaat maakt een snelle evaluatie het mogelijk om de verschillende mogelijke oorzaken te onderzoeken, met name afstoting, een infectie, geneesmiddelentoxiciteit, een herval van de oorspronkelijke nierziekte of een urologische complicatie.
Een multidisciplinaire aanpak
Afhankelijk van de klinische situatie kunnen verschillende specialisten worden ingeschakeld:
- Nefrologie;
- Team voor niertransplantatie;
- Urologische chirurgie;
- Infectiologie;
- Immunologie;
- Anatomopathologie;
- Radiologie;
- Cardiologie;
- Endocrinologie;
- Hematologie;
- Oncologie;
- Dermatologie;
- Medische genetica.
Dankzij deze multidisciplinaire aanpak kunnen complicaties die zich bij transplantatiepatiënten kunnen voordoen, globaal worden aangepakt.
Afstoting van de getransplanteerde nier
Afstoting is een reactie van het immuunsysteem van de patiënt tegen de getransplanteerde nier. Dit kan vroegtijdig optreden of meerdere jaren na de transplantatie.
Er bestaan verschillende afstotingsmechanismen. Het is essentieel om deze van elkaar te onderscheiden om de juiste behandeling te kiezen.
De diagnose berust op de analyse van de nierfunctie, het opsporen van antistoffen tegen de donor, immunologische evaluatie en, wanneer aangewezen, een biopsie van het transplantaat.
Een snelle aanpak is essentieel om schade aan het transplantaat te beperken en de werking ervan te behouden.
Infecties en complicaties door immunosuppressie
Immunosuppressiva verminderen de immuunrespons om afstoting te voorkomen, maar verhogen ook het risico op infecties.
Er wordt een specifieke opvolging georganiseerd om bepaalde virale infecties, met name CMV en het BK-virus, vroegtijdig op te sporen. Door een replicatie van het BK-virus vroegtijdig op te sporen, kan de immunosuppressie worden aangepast en het risico op aantasting van het transplantaat worden verminderd.
Bacteriële, virale, schimmel- of opportunistische infecties kunnen eveneens een gespecialiseerde aanpak vereisen, in samenwerking met de infectiologen.
Complicaties op lange termijn
De opvolging van de transplantatiepatiënt beperkt zich niet tot de controle van het transplantaat.
Immunosuppressie en chronische nierziekte kunnen bepaalde complicaties op lange termijn bevorderen, met name hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, botcomplicaties en bepaalde kankers.
Daarom wordt een preventieve aanpak opgezet om deze risico's te beperken en de overleving van de patiënt en het transplantaat te verbeteren.
Herval van de nierziekte in het transplantaat
Bepaalde nierziekten kunnen na een transplantatie opnieuw optreden en een progressieve achteruitgang van de werking van het transplantaat veroorzaken.
Het risico op herval hangt af van de oorspronkelijke nierziekte. Bij patiënten met een ziekte die kan hervallen, wordt een specifieke opvolging georganiseerd om een vroegtijdige diagnose en een aangepaste aanpak mogelijk te maken.
Onderzoek en innovatie in het U.Z.B.
Het U.Z.B. draagt actief bij aan de uitbreiding van de kennis op het gebied van niertransplantatie en de complicaties ervan.
De teams zijn betrokken bij klinische en translationele onderzoeksprojecten over onder meer de mechanismen van afstoting, de immuunrespons, infecties na transplantatie en complicaties die verband houden met immunosuppressieve behandelingen.
Deze activiteiten dragen bij tot een beter inzicht in complicaties na transplantatie en tot de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische strategieën.
Samenwerking tussen pediatrie en volwassenen en transitie
Een niertransplantatie kan worden uitgevoerd bij kinderen en adolescenten. Bij de opvolging moet dan rekening worden gehouden met de specifieke aspecten van groei, ontwikkeling, school en de geleidelijke verwerving van zelfstandigheid.
Binnen het U.Z.B. werken de teams Pediatrische Nefrologie van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (HUDERF) en Nefrologie voor volwassenen van het Erasmusziekenhuis samen om de continuïteit van de zorg te verzekeren.
Voor adolescenten en jongvolwassenen wordt een transitietraject georganiseerd om de overstap naar de teams voor volwassenen geleidelijk voor te bereiden, terwijl een aangepaste opvolging van het transplantaat en de immunosuppressieve behandeling behouden blijft.
Dankzij deze organisatie blijft de zorg continu en worden onderbrekingen in de opvolging beperkt tijdens een bijzonder belangrijke levensfase van de getransplanteerde patiënt.
Waarom kiezen voor het H.U.B.?
- Gespecialiseerde expertise in niertransplantatie en langdurige follow-up van transplantatiepatiënten;
- Behandeling van frequente, zeldzame en complexe complicaties;
- Toegang tot multidisciplinaire expertise;
- Nauwe samenwerking tussen nefrologie, transplantatie, chirurgie en andere specialismen;
- Toegang tot gespecialiseerde immunologische, virologische, radiologische en anatomopathologische onderzoeken;
- Behandeling van afstoting en complexe dysfuncties van het transplantaat;
- Expertise in de behandeling van infecties en complicaties die verband houden met immunosuppressie;
- Behandeling van patiënten met een recidief van hun nierziekte in het transplantaat;
- Nauwe samenwerking tussen pediatrische en volwassen nefrologie;
- Organisatie van een pediatrisch-adult transitieparcours;
- Deelname aan klinische en translationele onderzoeksprojecten.